Kleinste microplastics glippen niet langer door de mazen van het net

Microplastics komen bijna overal voor. Wetenschappers van de UGent en VITO ontwikkelden een manier om nu ook de kleinste deeltjes te kunnen monitoren.

Alomtegenwoordige microplastics

Microplastics -heel kleine deeltjes plastic- komen niet alleen in bewoonde omgevingen voor, maar bijvoorbeeld ook in sneeuw in de poolgebieden, wat suggereert dat ze over lange afstanden door de atmosfeer kunnen getransporteerd worden en mogelijk ook kunnen worden ingeademd.
Evenzeer alarmerend is de vaststelling dat deze microplastics ook in vele, mogelijk zelfs alle, voedingsmiddelen en ons drinkwater voorkomen en dat ze (althans de kleinere exemplaren) bij de vertering in het lichaam worden opgenomen.

Monitoring van het vóórkomen van deze microplastics en een grondige evaluatie van hun mogelijk effect op verschillende ecosystemen en vooral op de menselijke gezondheid meer dan aangewezen. Maar net daar klemt het schoentje omdat er nog geen methodes bestaan om dergelijke deeltjes, en dan vooral de zeer kleine variëteit, op een makkelijke wijze te karakteriseren. De kleinste fractie aan microplastics glipt momenteel immers vaak (ook letterlijk) door de mazen van het net bij de huidige monitoring. Gezien deze kleinste fractie aan plastiek in verhouding het meest bijdraagt tot het aantal deeltjes, zien we daarom nu enkel het topje van de plastic ijsberg wat betreft het werkelijk aantal deeltjes.

Nieuwe methode

Een team van onderzoekers van de Universiteit Gent (UGent) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) heeft nu aangetoond dat ICP-massaspectrometrie of korter, ICP-MS, een techniek die gebruikt wordt voor de bepaling van het gehalte aan (zware) metalen in allerhande types stalen, ook kan ingezet worden voor de karakterisering van kleine microplastics.

Het onderzoeksteam ontwikkelde op basis van deze techniek een methode waarmee ze het aantal polystyreen deeltjes aanwezig in een artificieel waterstaal kunnen meten en hun grootte vaststellen tot ten minste 1 µm.

Verder onderzoek is uiteraard nog vereist om deze methode in routine te kunnen gebruiken. Zo wijzen de onderzoekers op de noodzaak van het ontwikkelen van een geschikte monstervoorbereiding om microplastics te scheiden van organische deeltjes van natuurlijke oorsprong (van plantaardige of dierlijke oorsprong) en op de noodzaak de techniek verder te optimaliseren zodat ook deeltjes kleiner dan 1 µm (nanoplastics) kunnen gedetecteerd worden.

Hoewel dus nog verder onderzoek noodzakelijk is, wordt deze ontwikkeling als een doorbraak gezien. Deze aanpak heeft immers het potentieel om noodzakelijke info te verstrekken voor milieu- en gezondheidsstudies, maar maakt het ook mogelijk om dergelijke analyses vrij snel door te voeren.

Gigantische hoeveelheden microplastics

De aanwezigheid van kleine plastic deeltjes in meerdere, zo niet alle milieucompartimenten, komt de laatste tijd geregeld in de media.
Men gebruikt de term ‘microplastics’ om naar deze kleine plastic fragmentjes te verwijzen. De aanwezigheid van deze microplastics is het gevolg van het immens en wereldwijd gebruik van plastic als wegwerpmateriaal.
In 2017 werd berekend dat in de periode tussen 1950 en 2015 ongeveer 6300 miljoen ton plastic afval werd gegenereerd, waarvan het grootste gedeelte terecht kwam op stortplaatsen of in de natuurlijke omgeving. Door fragmentatie en degradatie wordt dit plastic afval omgezet tot een veelvoud aan steeds kleinere deeltjes (bv. één plastiek deeltje van 1 mm heeft eenzelfde volume als 1 000 000 000 deeltjes van 1 µm). Hoewel er nog geen algemeen aanvaarde definitie is, spreekt men doorgaans van microplastics bij deeltjes met een afmeting kleiner dan 5 mm.  Vaak maakt men nog een onderscheid tussen de grote (5 mm – 1 mm) en de kleine (1 mm – 0,001 mm of 1 µm) microplastics. Voor deeltjes kleiner dan 1 µm spreekt men van nanoplastics.

Info

Prof. Frank Vanhaecke
Vakgroep Chemie – UGent
M 0473 50 10 68
frank.vanahaecke@ugent.be