Verhoor Jaap van Dissel en Pieter-Jaap Aalbersberg

Verhoor Jaap van Dissel

Tijdens zijn verhoor verklaarde Jaap van Dissel dat er begin 2020 veel onzekerheid bestond over het coronavirus. Het OMT was voor zijn informatie grotendeels afhankelijk van gegevens van de World Health Organization, buitenlandse contacten en openbare berichtgeving.

Van Dissel benadrukte dat het OMT een medisch-epidemiologisch adviesorgaan was. De taak van het OMT was volgens hem het beoordelen van het virus, de verspreiding ervan en de mogelijke effecten van maatregelen. Maatschappelijke, economische en sociale gevolgen moesten volgens hem door andere overlegstructuren en uiteindelijk door het kabinet worden meegewogen.

Over de samenstelling van het OMT stelde hij dat het team bewust multidisciplinair werd samengesteld met virologen, microbiologen, huisartsen, specialisten en andere deskundigen. De leden werden geselecteerd op basis van hun expertise en netwerken. Tijdens de pandemie werden extra deskundigen toegevoegd, zoals ouderengeneeskundigen en kinderartsen.

Volgens Van Dissel werd binnen het OMT niet gestemd. Er werd gezocht naar consensus, waarbij afwijkende meningen in adviezen konden worden opgenomen. Hij wees erop dat verschillende standpunten soms expliciet in OMT-adviezen werden vermeld, bijvoorbeeld bij discussies over de heropening van basisscholen.

Van Dissel verdedigde de vertrouwelijkheid van de OMT-vergaderingen. Volgens hem was die nodig om deskundigen vrijuit te laten spreken zonder druk van media of belangenorganisaties. Wel vond hij dat de uiteindelijke OMT-adviezen openbaar moesten zijn, zodat zichtbaar bleef welke adviezen aan het kabinet werden gegeven.

Op vragen over mogelijke groepsvorming of “groupthink” binnen het OMT antwoordde Van Dissel dat hiervoor regelmatig aandacht was. Volgens hem werd dit risico beperkt doordat de leden naast hun OMT-werk actief bleven in hun eigen medische praktijk en daardoor voortdurend signalen uit de samenleving en de zorg ontvingen.

Verder gaf Van Dissel aan dat het OMT al vroeg waarschuwde dat ook de maatschappelijke gevolgen van maatregelen aandacht moesten krijgen. Hij vond dat hiervoor aparte expertise nodig was en verwees naar de latere oprichting van het Maatschappelijk Impact Team (MIT). Volgens hem lag de uiteindelijke afweging tussen volksgezondheid en maatschappelijke schade bij kabinet en parlement, niet bij het OMT.

Kernboodschap van Van Dissel: het OMT leverde medisch-epidemiologische adviezen op basis van beschikbare kennis en consensus onder experts; de bredere maatschappelijke afweging was volgens hem een verantwoordelijkheid van de politiek.

Verhoor Pieter-Jaap Aalbersberg

Pieter-Jaap Aalbersberg was tijdens de coronacrisis Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en speelde een centrale rol in de nationale crisiscoördinatie.

Aalbersberg verklaarde dat de bestaande crisisstructuren van de overheid snel werden opgeschaald toen duidelijk werd dat corona niet alleen een gezondheidscrisis, maar ook een maatschappelijke crisis zou worden. De NCTV verzorgde daarbij de coördinatie tussen ministeries, veiligheidsregio’s, uitvoeringsorganisaties en het kabinet.

Volgens Aalbersberg was de coronacrisis uitzonderlijk omdat vrijwel alle maatschappelijke sectoren tegelijk werden geraakt. Anders dan bij veel andere crises ging het niet alleen om veiligheid of volksgezondheid, maar ook om economie, onderwijs, sociale gevolgen en openbare orde. Hierdoor moesten voortdurend verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen.

Hij beschreef de rol van de NCTV vooral als coördinerend en verbindend. De NCTV nam zelf geen medische besluiten, maar zorgde ervoor dat informatie uit verschillende organisaties samenkwam en dat besluitvorming binnen de nationale crisisstructuur goed verliep.

Aalbersberg gaf aan dat de samenwerking tussen het kabinet, het Veiligheidsberaad, de veiligheidsregio’s, het RIVM en andere instanties intensief was. De crisis vereiste volgens hem snelle besluitvorming, vaak op basis van onvolledige informatie en onder grote tijdsdruk.

Ook kwam de spanning tussen landelijke regie en regionale uitvoering aan bod. Veiligheidsregio’s moesten landelijke maatregelen lokaal handhaven en uitvoeren, terwijl de omstandigheden per regio konden verschillen. Volgens Aalbersberg was landelijke uniformiteit vaak noodzakelijk om duidelijkheid voor burgers te creëren.

Verder verklaarde hij dat de crisisstructuren oorspronkelijk waren ontworpen voor kortdurende noodsituaties, terwijl corona uitgroeide tot een langdurige crisis van meerdere jaren. Dat stelde volgens hem nieuwe eisen aan bestuur, communicatie en samenwerking tussen overheden.

Kernpunten
– NCTV fungeerde als nationaal coördinatiecentrum tijdens de coronacrisis.
– De crisis raakte vrijwel alle onderdelen van de samenleving tegelijk.
– Besluiten moesten vaak worden genomen onder grote onzekerheid.
– De NCTV coördineerde informatie en samenwerking, maar gaf geen medische adviezen.
– Landelijke regie werd belangrijk geacht om eenheid en duidelijkheid te behouden.
– De bestaande crisisstructuren moesten worden aangepast aan een langdurige crisis.

Naar de video