Verhoor Dick Schoof en Mark Rutte – corona beleid

Schoof: crisisaanpak was noodzakelijk, maar moest worden verbreed

Tijdens een openbaar verhoor van de parlementaire enquêtecommissie corona verklaarde voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid en huidig premier Dick Schoof dat de crisisbesluitvorming in de eerste fase van de pandemie noodzakelijk was om snel besluiten te kunnen nemen.

Volgens Schoof bood de bestaande crisisstructuur met de ministeriële crisiscommissie (MCCB) snelheid en slagkracht in een periode waarin weinig informatie beschikbaar was en grote besluiten moesten worden genomen. Hij stelde dat er in de beginfase geen realistisch alternatief was voor deze aanpak.

Tegelijkertijd erkende hij dat na de eerste coronagolf meer aandacht nodig was voor maatschappelijke, economische en sociale gevolgen van de maatregelen. Daarom werd de besluitvorming verbreed met nieuwe overlegstructuren, waaronder de Ambtelijke Commissie COVID-19 (ACC) en later het directoraat-generaal COVID-19.

Schoof benadrukte dat de werkdruk tijdens de pandemie uitzonderlijk hoog was, vooral bij het ministerie van Volksgezondheid. Volgens hem moest VWS zich tijdens de crisis opnieuw organiseren om de grote hoeveelheid werkzaamheden aan te kunnen.

Over het directoraat-generaal COVID-19 verklaarde Schoof dat dit bedoeld was om de bredere maatschappelijke gevolgen van de pandemie in de besluitvorming te brengen. Ondanks discussies over de positie en verantwoordelijkheden van deze organisatie, kijkt hij positief terug op de bijdrage ervan aan de coronabestrijding.

Kernpunt: Schoof stelde dat de snelle crisisaanpak in 2020 noodzakelijk was, maar dat later een bredere afweging van maatschappelijke en economische belangen nodig werd.

Rutte: OMT was leidend, maar niet doorslaggevend

Tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie corona verklaarde Mark Rutte dat het kabinet tijdens de pandemie wilde “varen op het kompas van de wetenschap”. Het Outbreak Management Team (OMT) was daarbij de belangrijkste medisch-wetenschappelijke adviseur.

Rutte benadrukte echter dat OMT-adviezen niet automatisch werden overgenomen. Volgens hem maakte het kabinet altijd een bestuurlijke en politieke afweging. Hij noemde verschillende voorbeelden waarbij van het OMT-advies werd afgeweken:

De sluiting van scholen in maart 2020 was geen OMT-advies.
De invoering van mondkapjesplicht gebeurde ondanks dat het OMT daar niet toe had geadviseerd.
Een OMT-advies voor een avondklok in enkele grote steden in september 2020 werd niet overgenomen.

Over de vaccinatiecampagne stelde Rutte dat minister Hugo de Jonge volgens hem gelijk had met de keuze om slechts enkele prioritaire groepen voorrang te geven. Het toevoegen van veel extra groepen zou het vaccinatieproces volgens Rutte ingewikkelder en trager hebben gemaakt. Hij stelde dat Nederland daardoor relatief snel klaar was met vaccineren.

Verder gaf Rutte aan dat wetenschappelijke adviezen belangrijk waren, maar dat bestuurders uiteindelijk verantwoordelijk bleven voor de bredere afweging van maatschappelijke, economische en politieke gevolgen.

Kernpunt: volgens Rutte vormde het OMT het wetenschappelijke kompas van het kabinet, maar bleef de uiteindelijke beslissing een politieke afweging waarbij soms bewust van OMT-adviezen werd afgeweken.

Naar de video