Mensen met diabetes type 2 die stoppen met GLP-1-medicatie, zoals semaglutide of tirzepatide, hervatten de behandeling vaker dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit een studie die werd gepresenteerd op ENDO 2026, het jaarlijkse congres van de Endocrine Society.
Onderzoekers van de Boston University School of Public Health analyseerden Amerikaanse verzekeringsgegevens van meer dan 60.000 volwassenen met diabetes type 2 die tussen 2019 en 2025 begonnen met liraglutide, semaglutide of tirzepatide.
De studie liet zien dat:
– ongeveer 40% van de patiënten binnen één jaar stopte met hun GLP-1-medicatie;
– bijna 60% binnen twee jaar was gestopt;
– van degenen die stopten, 41,5% binnen een jaar opnieuw begon;
– 58% binnen twee jaar de behandeling hervatte.
De onderzoekers concluderen dat het gebruik van GLP-1-medicatie vaak een patroon van stoppen en opnieuw beginnen volgt, in plaats van definitief stoppen.
Bepaalde groepen hadden een grotere kans om binnen een jaar te stoppen:
– gebruikers van Medicaid of Medicare;
– zwarte patiënten;
– mensen met misselijkheid of andere maag- en darmklachten als bijwerking.
Patiënten van wie de eerste GLP-1-recepten werden voorgeschreven door een endocrinoloog hadden ongeveer 10% minder kans om te stoppen.
Ook waren er verschillen tussen de medicijnen:
– gebruikers van tirzepatide hadden 41% minder kans om te stoppen dan gebruikers van oudere middelen zoals liraglutide;
– gebruikers van semaglutide hadden 28% minder kans om te stoppen dan gebruikers van oudere GLP-1-middelen.
Volgens de onderzoekers is langdurig gebruik belangrijk omdat de beschermende effecten van deze medicijnen, zoals het verminderen van het risico op hart- en vaatziekten en het vertragen van nierproblemen, afhankelijk zijn van consistente behandeling.
De resultaten kunnen zorgverleners, verzekeraars en beleidsmakers helpen om beter te bepalen welke patiëntengroepen extra ondersteuning nodig hebben om de behandeling vol te houden.
