Onderzoekers van de Universiteit van Genève (UNIGE) hebben ontdekt dat kinderen met autisme verschillende patronen van hersenactiviteit vertonen afhankelijk van hun taalvaardigheid. De bevindingen kunnen bijdragen aan een betere voorspelling van de taalontwikkeling en een vroegere, meer gerichte ondersteuning van kinderen met autisme.
Voor het onderzoek werden 122 kinderen met autisme en 66 kinderen met een typische ontwikkeling gevolgd, in de leeftijd van 18 maanden tot 6 jaar. Met behulp van elektro-encefalografie (EEG) werd de hersenactiviteit gemeten terwijl de kinderen naar een tekenfilm keken.
De onderzoekers analyseerden verschillende soorten hersengolven en constateerden dat vooral gamma-golven, die betrokken zijn bij informatieverwerking en taal, duidelijke verschillen lieten zien. Kinderen met de grootste taalproblemen vertoonden hogere en langduriger gamma-activiteit dan kinderen met betere taalvaardigheden.
Bij kinderen die taal ontwikkelden, nam de gamma-activiteit toe voorafgaand aan het ontstaan van de eerste woordcombinaties, bereikte een piek rond het moment waarop de eerste zinnen verschenen en daalde daarna weer. Bij kinderen met ernstige taalachterstanden bleef deze verhoogde activiteit gedurende de ontwikkeling aanwezig.
Volgens de onderzoekers wijzen de resultaten erop dat verschillende hersenmechanismen betrokken zijn bij de taalontwikkeling van jonge kinderen met autisme. Inzicht in deze hersenpatronen kan helpen om taalontwikkeling beter te volgen en ondersteuning eerder af te stemmen op individuele behoeften.
