Tieners die vóór hun bariatrische operatie hogere hoeveelheden PFAS in het bloed hadden, blijken vijf jaar later aanzienlijk minder verbetering in hun bloedsuikerregulatie te vertonen. Dit toont nieuw onderzoek van de Keck School of Medicine van USC, gepubliceerd in Environmental Endocrinology. De verschillen waren zó groot dat de metabole voordelen van de ingreep binnen een decennium kunnen verdwijnen.
De studie volgde 186 jongeren uit de Teen-LABS-cohortstudie en mat acht PFAS-stoffen vóór de operatie. Hoewel de meeste deelnemers sterke verbeteringen zagen, bleken jongeren met de hoogste blootstelling veel minder winst te boeken in zowel HbA1c als nuchtere glucose. Eén stof sprong eruit: PFHxS veroorzaakte jaarlijkse stijgingen van HbA1c die binnen enkele jaren kunnen leiden tot prediabetes of diabetes.
De onderzoekers benadrukken dat PFAS – vrijwel overal in consumentenproducten te vinden – zich in het lichaam ophopen en al zijn gelinkt aan lever-, nier- en kankerrisico’s. Deze nieuwe bevindingen voegen daar een duidelijke impact op glucosehuishouding aan toe, zelfs na aanzienlijk gewichtsverlies.
Volgens de auteurs zouden PFAS-testen voorafgaand aan bariatrische chirurgie kunnen helpen bepalen welke patiënten extra monitoring of aanvullende interventies nodig hebben om metabolische winst te behouden. Het onderzoek past binnen een bredere inspanning om te begrijpen waarom sommige patiënten beter reageren op chirurgie dan anderen, en hoe omgevingsfactoren zoals chemische blootstelling dat herstel beïnvloeden.
De resultaten tonen aan dat succesvolle metabole behandeling niet uitsluitend afhangt van medische ingrepen, maar ook sterk wordt gevormd door onzichtbare omgevingsfactoren die de stofwisseling op lange termijn beïnvloeden.