Australische wetenschappers hebben nieuw bewijs gevonden dat slapeloosheid verband houdt met verstoringen in het natuurlijke 24-uursritme van mentale activiteit. Uit een gecontroleerde studie van de University of South Australia blijkt dat mensen met chronische insomnia hun denkprocessen ’s nachts minder goed kunnen terugschakelen.
In een experiment met 32 oudere deelnemers, waarbij alle externe prikkels werden uitgesloten, werd duidelijk dat gezonde slapers hun cognitieve activiteit voorspelbaar afbouwen richting de nacht. Bij insomniacs bleef het brein echter langer in een “dagstand”, met een vertraagde piek van ruim zes uur. Dit wijst op een verstoorde interne klok die alert denken tot diep in de nacht bevordert.
De onderzoekers benadrukken dat versterking van het circadiane ritme — bijvoorbeeld via gerichte lichtblootstelling, vaste dagstructuur en mindfulness — mogelijk nieuwe behandelopties biedt voor mensen met ernstige slaapproblemen.
