Ernstige tekortkomingen in toezicht op jeugdzorg in Spanje

Uit de antwoorden op Kamervragen over Huize Soria in Aspe, Spanje, blijkt dat de Nederlandse overheid jarenlang signalen heeft ontvangen over een jeugdzorginstelling die volgens de Spaanse autoriteiten zonder de vereiste vergunning opereerde. Ondanks waarschuwingen die teruggaan tot 2016, ontbreekt nog altijd een volledig overzicht van de Nederlandse jongeren die er verbleven, de betrokken plaatsende organisaties en de besteding van publieke middelen. Opvallend is dat minister Sterk een onafhankelijk onderzoek naar de verantwoordelijkheden afwijst.

Al sinds 2016 signalen bij de inspectie

Huize Soria, voorheen verbonden aan het project Adios Holanda, is volgens de minister eigendom van de Nederlandse rechtspersoon Sori@ B.V. Het project ontstond begin jaren 2000 en groeide uit tot een gezinshuis voor jongeren in Spanje.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ontving al in 2016 de eerste melding over Huize Soria. De Spaanse autoriteiten werden destijds geïnformeerd. In de jaren daarna volgden aanvullende signalen, maar deze werden niet opnieuw met de Spaanse autoriteiten gedeeld.

De inspectie erkent achteraf dat zij de Spaanse autoriteiten ook over deze latere signalen had kunnen informeren. Daarmee rijst de vraag of eerder en steviger ingrijpen mogelijk was geweest.

Nederlandse jongeren zonder verplichte procedure geplaatst

Uit de antwoorden blijkt dat SAVE Jeugdbescherming Nederlandse jongeren bij Huize Soria heeft geplaatst zonder de verplichte procedure via de Centrale autoriteit te volgen. Deze jongeren zijn tussen maart 2025 en januari 2026 naar Nederland teruggekeerd. Eén jongvolwassene verbleef destijds nog vrijwillig in Spanje.

De minister weet echter niet hoeveel andere Nederlandse jongeren bij Huize Soria verbleven toen de Spaanse autoriteiten de sluiting gelastten. Ook kan zij niet aangeven welke andere gemeenten, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen jongeren bij de instelling hebben geplaatst.

Evenmin is duidelijk of na de eerste meldingen in 2016 nog nieuwe jongeren werden geplaatst of bestaande plaatsingen werden verlengd.

Meldingen over mogelijke misstanden blijven onbeantwoord

In de Kamervragen wordt verwezen naar een onderzoeksrapport waarin signalen zouden staan over voedselbeperkingen, fysieke fixatie, bestraffing en beperkingen van privécontact met familieleden of voogden.

De minister verklaart niet over dit rapport te beschikken. Daardoor worden de daarin genoemde signalen in de beantwoording niet inhoudelijk onderzocht of beoordeeld.

Ook blijft onduidelijk of alle voormalige bewoners onafhankelijk zijn gehoord en of zij passende ondersteuning hebben ontvangen. De minister verwijst jongeren naar Jeugdstem en onderzoekt of aanvullende begeleiding voor deze specifieke groep mogelijk is.

Geen inzicht in besteding van Nederlands belastinggeld

Hoeveel publiek geld naar Huize Soria en het voormalige project Adios Holanda is gegaan, kan de minister niet aangeven. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdt geen centrale administratie bij van dergelijke jeugdhulpplaatsingen.

De verantwoordelijkheid voor onderzoek naar mogelijke onrechtmatige betalingen en terugvordering van middelen wordt bij gemeenten, de inspectie en opsporingsdiensten gelegd.

Hierdoor ontbreekt niet alleen inzicht in het aantal betrokken jongeren, maar ook in de financiële omvang van de plaatsingen.

Minister weigert onafhankelijk onderzoek

Een van de opvallendste onderdelen van de beantwoording is de weigering van minister Sterk om onafhankelijk te laten onderzoeken wie verantwoordelijk was voor het plaatsen en laten verblijven van Nederlandse jongeren bij een instelling zonder de vereiste vergunning.

Volgens de minister ligt die verantwoordelijkheid bij gemeenten, gecertificeerde instellingen en jeugdhulpaanbieders die besluiten jongeren in het buitenland te plaatsen.

Tegelijkertijd erkent zij dat de verplichte internationale plaatsingsprocedure niet altijd wordt gevolgd. De minister noemt dit uitdrukkelijk laakbaar.

Het ontbreken van een onafhankelijk onderzoek betekent dat belangrijke vragen over de volledige voorgeschiedenis van Adios Holanda en Huize Soria, het handelen van betrokken organisaties en de effectiviteit van het toezicht voorlopig onbeantwoord blijven.

Nieuwe maatregelen aangekondigd

De minister heeft gecertificeerde instellingen gevraagd te onderzoeken of er meer buitenlandse plaatsingen hebben plaatsgevonden zonder tussenkomst van de Centrale autoriteit. Ook gemeenten worden opgeroepen dit na te gaan.

Daarnaast werkt het kabinet aan regelgeving die moet vastleggen dat jeugdzorg in beginsel in Nederland plaatsvindt. Buitenlandse plaatsingen zouden alleen nog bij hoge uitzondering mogen plaatsvinden, wanneer dit aantoonbaar in het belang van het kind is en alle verplichte procedures worden gevolgd.

Fundamentele vragen over toezicht en verantwoordelijkheid

De beantwoording laat zien dat het Nederlandse toezicht op buitenlandse jeugdzorgplaatsingen belangrijke tekortkomingen kent. Ondanks signalen vanaf 2016 ontbreekt een volledig overzicht van betrokken jongeren, verantwoordelijke organisaties, financiële stromen en mogelijke gevolgen voor voormalige bewoners.

De kwestie rond Huize Soria roept daarmee bredere vragen op over de bescherming van kwetsbare jongeren, het functioneren van toezichthouders en de verantwoordelijkheid van Nederlandse instanties bij plaatsingen buiten Nederland.

Zonder onafhankelijk onderzoek blijft onduidelijk hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan, waarom eerdere signalen onvoldoende tot verdere maatregelen hebben geleid en welke lessen daadwerkelijk uit deze zaak worden getrokken.