Openbaar verhoor parlementaire enquêtecommissie Corona richt zich op grondrechten en avondklok

De Parlementaire Enquêtecommissie Corona heeft op 3 juli 2026 een openbaar verhoor gehouden met Hanneke Schipper Spanninga, voormalig directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Tijdens het verhoor stond de afweging tussen grondrechten en de bestrijding van de coronapandemie centraal.

Schipper Spanninga lichtte toe dat het ministerie van Binnenlandse Zaken tijdens de pandemie verantwoordelijk was voor de toetsing van wetsvoorstellen aan de Grondwet en andere grondrechten. Volgens haar werden voorgenomen maatregelen beoordeeld aan de hand van drie criteria: noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit. Daarbij vormden adviezen van het Outbreak Management Team (OMT) een belangrijk uitgangspunt voor de beoordeling van de noodzaak vanuit het oogpunt van de volksgezondheid.

Tijdens het verhoor werd uitgebreid stilgestaan bij de tijdelijke coronawet (Tijdelijke wet maatregelen COVID-19). Volgens Schipper Spanninga was een formele wettelijke basis noodzakelijk omdat langdurige grondrechtenbeperkingen niet uitsluitend via noodverordeningen konden worden geregeld. Daarnaast moest de wet zorgen voor een grotere democratische legitimatie en een terugkeer naar reguliere bestuurlijke verhoudingen.

Ook de invoering van de avondklok kwam uitvoerig aan bod. Schipper Spanninga verklaarde dat Binnenlandse Zaken in eerste instantie principiële en praktische bezwaren had tegen deze maatregel. Volgens haar was de aanvankelijke onderbouwing onvoldoende omdat de avondklok vooral werd gekoppeld aan handhavingsproblemen en niet rechtstreeks aan de volksgezondheid. Later veranderde dat oordeel nadat het OMT een advies uitbracht waarin werd gesteld dat de avondklok naar verwachting de reproductiewaarde van het virus met 8 tot 13 procent kon verlagen en wees op de opkomst van de besmettelijkere Britse virusvariant. Op basis daarvan werd de maatregel volgens haar alsnog als noodzakelijk en proportioneel beoordeeld.

Verder besprak de commissie de rol van de Tweede en Eerste Kamer bij de tijdelijke coronawet, de verlengingen daarvan en de wijze waarop ministers tijdens de pandemie werden geadviseerd over grondrechten, wettelijke bevoegdheden en crisismaatregelen. Het verhoor maakt deel uit van het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie naar de besluitvorming tijdens de coronapandemie en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken voor toekomstige gezondheidscrises.