Een onderzoek naar peutervoeding die werd verkocht in 21 supermarkten in Texas laat zien dat vier op de vijf producten ultrabewerkt waren. Daarnaast voldeed 49% van alle onderzochte producten niet aan ten minste één voedingsnorm uit het Nutrition and Promotion Profile Model (NPPM) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor commerciële voeding voor kinderen van 6 tot 36 maanden.
De resultaten verschijnen op een moment waarop de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) nieuwe richtlijnen overweegt voor voedingsetiketten op de voorkant van verpakkingen, gezondheidsclaims en de marketing van voedingsmiddelen voor kinderen. In de Verenigde Staten zijn waarschuwingslabels voor producten met veel suiker, zout of calorieën momenteel niet verplicht.
“Veel ouders gaan ervan uit dat producten in het baby- en peutervoedingsschap aan bepaalde voedingsnormen voldoen. Ons onderzoek laat zien dat dit voor de helft van de peutervoedingsproducten in de supermarkt niet het geval is,” zegt Erin A. Hudson, ASN Science Policy Fellow en promovendus aan de Universiteit van Texas in Austin. “Ouders moeten daarom etiketten en ingrediënten zorgvuldig controleren om de voedingswaarde en de mate van bewerking van producten voor hun peuters te beoordelen.”
Hudson presenteert de resultaten tijdens NUTRITION 2026, de jaarlijkse bijeenkomst van de American Society for Nutrition, die van 25 tot en met 28 juli wordt gehouden in National Harbor (Maryland). Het onderzoek werd uitgevoerd samen met Marissa Burgermaster, universitair docent aan de Universiteit van Texas in Austin.
Voeding in de peuterjaren kan de smaakvoorkeuren en eetgewoonten van kinderen voor langere tijd beïnvloeden en daarmee ook hun gezondheid op latere leeftijd. Vooral een hoge suikerinname wordt al langer in verband gebracht met nadelige gezondheidseffecten bij jonge kinderen. Volgens het onderzoek bevatten ultrabewerkte producten aanzienlijk vaker veel suiker dan minder bewerkte producten.
De onderzoekers fotografeerden de baby- en peutervoedingsschappen van 21 supermarkten in Austin (Texas) en analyseerden de voedingswaarde van producten die werden aangeprezen voor kinderen van 6 tot 36 maanden. Zuigelingenvoeding, dranken en de gebruikelijke eerste groente- en fruitpurees werden niet meegenomen.
Van de 2.783 onderzochte producten werd 81% volgens het Nova-classificatiesysteem als ultrabewerkt aangemerkt. Daarnaast voldeed 17% niet aan de WHO-richtlijn voor suiker, 25% niet voor natrium (zout), 11% niet voor vet en 12% niet voor energiedichtheid (calorieën). Voorbeelden van producten die deze normen overschreden waren fruitzakjes (veel suiker), haverrepen (veel suiker en calorieën), macaroni met kaas (veel zout en vet), kalkoensticks (veel zout en vet), kaaspuffs (veel calorieën) en pindakaaspuffs (veel zout, vet en calorieën).
Eerdere onderzoeken hebben ultrabewerkte voeding in verband gebracht met ongunstige gezondheidsuitkomsten, ongeacht de voedingswaarde, al is nog niet duidelijk welke eigenschappen van deze producten daarvoor verantwoordelijk zijn. De onderzoekers merken op dat het hogere vet- en caloriegehalte van sommige minder bewerkte producten vaak afkomstig is van volwaardige ingrediënten, zoals pinda’s of rundvlees, die naast vet ook veel voedingsstoffen bevatten. Bij ultrabewerkte peutervoeding was een hoog suikergehalte juist vaker aanwezig zonder extra voedingswaarde.
“Tijdens deze belangrijke ontwikkelingsfase proberen de meeste ouders hun kinderen gezond te voeden, maar het aanbod in de supermarkt kan dat bemoeilijken,” aldus Hudson. “Waarschuwingslabels op producten die voedingsnormen overschrijden kunnen ouders helpen bij hun keuze en fabrikanten stimuleren om de samenstelling van deze producten te verbeteren.”
De onderzoekers benadrukken dat hun analyse uitsluitend betrekking had op verpakte producten die in supermarkten verkrijgbaar zijn en niet noodzakelijk een volledig beeld geeft van wat peuters uiteindelijk daadwerkelijk eten.
