Het snelle gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) zorgt voor een toenemende belasting van elektriciteitsnetten, watervoorraden en landgebruik. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de United Nations University Institute for Water, Environment and Health.
Volgens de onderzoekers zullen datacenters die AI aandrijven tegen 2030 naar verwachting 945 terawattuur elektriciteit per jaar verbruiken, bijna drie procent van het wereldwijde stroomverbruik. Het daarmee verbonden waterverbruik wordt geschat op 9,3 biljoen liter per jaar en het benodigde landoppervlak op meer dan 14.500 vierkante kilometer.
Het rapport stelt dat de milieueffecten van AI vaak uitsluitend worden beoordeeld op basis van CO₂-uitstoot. Volgens de onderzoekers moeten ook water- en landgebruik worden meegenomen, omdat maatregelen die de CO₂-uitstoot verminderen soms juist meer water of ruimte kunnen vergen.
Een belangrijk deel van het energieverbruik ontstaat niet tijdens het trainen van AI-modellen, maar tijdens het dagelijkse gebruik ervan. Naar schatting wordt 80 tot 90 procent van de totale energieconsumptie veroorzaakt door zogenoemde ‘inference’, het beantwoorden van gebruikersvragen. Alleen al ChatGPT zou ongeveer 2,5 miljard verzoeken per dag verwerken.
De onderzoekers wijzen ook op regionale verschillen. Datacenters kunnen lokaal druk zetten op elektriciteits- en watervoorzieningen, terwijl de voordelen van AI elders terechtkomen. Daarnaast wordt verwacht dat AI-gerelateerde elektronische afvalstromen tegen 2030 kunnen oplopen tot 2,5 miljoen ton per jaar.
Het rapport roept overheden, bedrijven, investeerders en internationale organisaties op om de groei van AI-infrastructuur beter af te stemmen op energie-, water- en milieubeleid. Transparantie over de ecologische voetafdruk van AI en efficiënter gebruik van rekenkracht worden daarbij genoemd als belangrijke aandachtspunten.
