Tijdens haar verhoor door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona verklaarde voormalig minister voor Medische Zorg dat het overeind houden van de zorg gedurende de coronacrisis haar belangrijkste opdracht was. Volgens Van Ark was de beperkte capaciteit van de intensive care (IC) een cruciale factor in de besluitvorming, waarbij vooral het tekort aan gespecialiseerd personeel een knelpunt vormde en niet zozeer het aantal bedden.
Van Ark erkende dat de focus aanvankelijk sterk lag op medische doelen, zoals het beschermen van kwetsbaren en het voorkomen van overbelasting van de zorg. Tegelijkertijd stelde zij dat ook de maatschappelijke en economische gevolgen van maatregelen voortdurend werden besproken, hoewel de acute druk op de zorg vaak de doorslag gaf.
Over de IC-capaciteit zei zij dat Nederland meerdere keren dicht bij “code zwart” kwam, vooral eind 2020 en in het voorjaar van 2021. Er werden plannen gemaakt om de IC-capaciteit uit te breiden, maar uiteindelijk bleek het gebrek aan personeel de beperkende factor.
Van Ark benadrukte dat de werkdruk in de zorg gedurende de hele pandemie een rode draad was. Zij ontving volgens eigen zeggen regelmatig signalen van zorgorganisaties, vakbonden, beroepsgroepen en toezichthouders dat zorgmedewerkers tegen hun grenzen aanliepen. Deze signalen speelden een belangrijke rol bij haar standpunten over maatregelen en versoepelingen.
Ten aanzien van de lockdown in oktober 2020 verklaarde Van Ark dat zij samen met minister Hugo de Jonge voorstander was van zwaardere maatregelen. Uiteindelijk koos het kabinet echter voor een bredere afweging waarbij ook de maatschappelijke en economische gevolgen van een volledige lockdown werden meegewogen.
Ook kwam de discussie over triage bij een mogelijke code zwart aan bod. Van Ark gaf aan dat het kabinet aanvankelijk geen leeftijdscriterium wilde toestaan bij de selectie van patiënten. Uiteindelijk besloot het kabinet, na overleg met de Tweede Kamer en het zorgveld, de medische veldnorm te volgen.
Volgens Van Ark waren veel besluiten tijdens de coronacrisis keuzes tussen verschillende vormen van schade. Zij omschreef de afwegingen als dilemma’s waarbij zowel maatregelen als het uitblijven daarvan ingrijpende gevolgen hadden voor de samenleving en de zorg.
