Vrouwen die regelmatig krachttraining doen, hebben mogelijk een lager risico op ernstige hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit een nieuwe studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift JACC van het American College of Cardiology. De grootste gezondheidsvoordelen werden gezien bij vrouwen die krachttraining combineerden met voldoende aerobe beweging en weinig zittend gedrag.
Voor het onderzoek analyseerden wetenschappers gegevens van 117.025 vrouwen uit de langlopende Nurses’ Health Study en Nurses’ Health Study II. De gemiddelde leeftijd bij aanvang bedroeg respectievelijk 66,8 en 48,1 jaar. De onderzoekers onderzochten de relatie tussen krachttraining, aerobe activiteit, televisie kijken en het optreden van hart- en vaatziekten.
Vrouwen die twee uur of meer per week aan krachttraining deden, hadden een 20 procent lager risico op ernstige hart- en vaatziekten en een 44 procent lager risico op een hartinfarct dan vrouwen die geen krachttraining deden. Daarnaast werd voor elk extra uur krachttraining per week een verdere daling van het risico waargenomen.
De onderzoekers vonden geen duidelijke relatie tussen krachttraining en het risico op een beroerte. De sterkste effecten werden gezien voor het risico op een hartinfarct.
Ook onder vrouwen die al voldeden aan de richtlijn van minimaal 150 minuten aerobe activiteit per week bleek krachttraining aanvullende voordelen te bieden. Vrouwen die beide vormen van beweging combineerden, hadden een aanzienlijk lager risico op cardiovasculaire aandoeningen dan vrouwen die niet actief waren.
Een analyse van het totale bewegingspatroon liet zien dat vrouwen die voldeden aan aanbevelingen voor krachttraining, aerobe activiteit én beperkt zittend gedrag de laagste risico’s hadden op hart- en vaatziekten, hartinfarcten en beroertes.
De onderzoekers wijzen erop dat het onderzoek gebaseerd is op zelfgerapporteerde gegevens over krachttraining en dat niet alle mogelijke beïnvloedende factoren konden worden uitgesloten. Daarnaast bestond de onderzoekspopulatie uit een beperkte demografische groep, waardoor de resultaten mogelijk niet volledig representatief zijn voor alle vrouwen.
