Microplastics in rivieren en beken vormen een groeiend milieuprobleem. Nieuw onderzoek van de University of Bayreuth laat zien dat microplastics zich heel verschillend gedragen, afhankelijk van hun vorm.
Tot nu toe gingen wetenschappers er vaak van uit dat alle microplastics zich ongeveer hetzelfde verplaatsen in water. Dit onderzoek toont aan dat dat niet klopt. Bolvormige plastic deeltjes, plastic fragmenten en plastic vezels gedragen zich elk anders in stromend water.
De onderzoekers simuleerden rivieren in een laboratorium met een speciale watergoot. Daarin bekeken ze hoe verschillende soorten microplastics bewegen bij verschillende stromingen en bodems.
Wat bleek?
- Bolvormige microplastics blijven meestal in het water en worden snel afgevoerd.
- Plastic fragmenten kunnen in de bodem zakken of juist weer losspoelen, afhankelijk van het type sediment.
- Plastic vezels blijven vaak aan het bodemoppervlak hangen en kunnen daar vast blijven zitten, totdat het water harder gaat stromen, bijvoorbeeld bij hoogwater.
Dit is belangrijk, omdat veel microplastics in de natuur juist vezels en fragmenten zijn, en geen bolletjes. Bij overstromingen kunnen vastzittende microplastics ineens massaal vrijkomen, wat de vervuiling plotseling vergroot.
De onderzoekers benadrukken dat microplastics niet als één soort vervuiling gezien mogen worden. Voor een goede inschatting van de risico’s voor natuur, waterkwaliteit en uiteindelijk ook de mens, moet per type microplastic worden gekeken hoe het zich gedraagt.