Onderwijs voor zieke leerlingen centraal in kamerdebat

De Tweede Kamer heeft uitgebreid gesproken over de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet de ondersteuning van leerlingen die door ziekte tijdelijk geen onderwijs kunnen volgen, landelijk borgen. De huidige versnipperde structuur, waarin onderwijsadviesbureaus en universitaire medische centra een rol spelen, moet worden vervangen door één landelijke stichting.

Tijdens het debat benadrukten Kamerleden dat onderwijs voor zieke leerlingen veel meer is dan het bijhouden van lesstof. Het gaat ook om structuur, zingeving en het behoud van contact met klasgenoten in een periode waarin het leven vaak op zijn kop staat. Vrijwel alle fracties spraken hun steun uit voor dat uitgangspunt.

Tegelijkertijd leefden er brede zorgen over de uitvoering van de wet. Veel partijen vrezen dat centralisatie kan leiden tot verlies van regionale kennis en korte lijnen met scholen en ziekenhuizen. De huidige onderwijsconsulenten zijn vaak sterk ingebed in hun regio en kennen de lokale netwerken goed. Kamerleden waarschuwden dat deze kracht niet verloren mag gaan.

Een ander belangrijk thema was de positie van de consulenten zelf. Er zijn signalen dat een deel van hen niet wil overstappen naar de nieuwe stichting. Dat kan gevolgen hebben voor capaciteit en continuïteit van de ondersteuning. Verschillende fracties vroegen de staatssecretaris om garanties dat expertise behouden blijft en dat zieke leerlingen niet de dupe worden van de overgang.

Veel aandacht ging uit naar leerlingen met psychische aandoeningen, zoals long covid en andere PAIS-klachten. Kamerleden van meerdere partijen vonden het onwenselijk dat deze groep minder vanzelfsprekend toegang heeft tot onderwijsondersteuning. Daarom zijn amendementen ingediend om ook psychisch zieke leerlingen onder de wet te laten vallen, met het belang van het kind als leidend criterium.

Daarnaast werd gepleit voor een snellere evaluatie van de wet, duidelijke landelijke richtlijnen en meer betrokkenheid van ouders en leerlingen bij de nieuwe stichting. De staatssecretaris zal in een volgende termijn reageren op de vragen, zorgen en voorgestelde wijzigingen uit de Kamer.