Buikpijn bij patiënten met inflammatoire darmziekten (IBD) wordt niet alleen veroorzaakt door actieve ontstekingen, maar ook door emotionele en psychologische factoren. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Ruhr-Universiteit Bochum (Duitsland), uitgevoerd onder leiding van Dr. Hanna Öhlmann.
Veel mensen met IBD, waaronder patiënten met colitis ulcerosa, ervaren aanhoudende buikpijn, zelfs tijdens perioden waarin de ziekte klinisch in remissie is. Dit wijst erop dat andere mechanismen dan acute ontsteking bijdragen aan het voortbestaan van pijn. Volgens de onderzoekers speelt de manier waarop angst en pijn in de hersenen worden verwerkt hierbij een sleutelrol.
In het onderzoek werd bij 43 deelnemers, 21 IBD-patiënten en een controlegroep van gezonde personen, onderzocht hoe pijn en angst samen worden aangeleerd en ervaren. Tijdens een leerexperiment werd een neutraal symbool herhaaldelijk gekoppeld aan een pijnlijke warmtestimulus op de buik. Later werd deze koppeling weer losgelaten, gevolgd door een onverwachte hernieuwde blootstelling aan pijn.
De resultaten laten zien dat IBD-patiënten de pijn bij hernieuwde blootstelling als duidelijk intenser en vooral onaangenamer ervoeren dan gezonde deelnemers. Opvallend is dat IBD-patiënten niet méér angst leerden dan de controlegroep, maar dat de eerder aangeleerde angst bij hen een sterkere invloed had op de pijnbeleving. Vooral de emotionele component van pijn bleek doorslaggevend.
Volgens de onderzoekers kunnen herhaalde ontstekingsopvlammingen op lange termijn leiden tot veranderingen in de hersenen, met name in gebieden die betrokken zijn bij angst- en pijnverwerking. Dit kan verklaren waarom pijn bij IBD chronisch aanwezig blijft, zelfs wanneer de darmontsteking onder controle is.
De bevindingen onderstrepen het belang van een bredere, meer holistische benadering van IBD-behandeling. Naast het onderdrukken van ontsteking zouden ook psychologische factoren, zoals pijn-gerelateerde angst en vermijdingsgedrag, structureel moeten worden meegenomen. De onderzoekers pleiten voor verdere ontwikkeling en evaluatie van gepersonaliseerde behandelstrategieën, bijvoorbeeld met cognitieve gedragstherapie, ook bij andere chronische ontstekingsziekten die gepaard gaan met pijn.