Onderzoekers van het DZNE in Magdeburg hebben aangetoond dat mensen met subjectieve cognitieve achteruitgang (SCD) – een vroege risicofactor voor Alzheimer – merkbaar slechter presteren op oriëntatie- en navigatietaken dan gezonde leeftijdsgenoten, ook al scoren ze nog normaal op standaard cognitieve tests.
Onderzoeksmethode:
102 ouderen (55–89 jaar), waarvan 30 met SCD.
Via een VR-opstelling moesten deelnemers hun positie en richting bepalen in een virtuele omgeving zonder herkenningspunten.
Taken testten het vermogen tot path integration – de innerlijke “kompasfunctie” van de hersenen, afhankelijk van de entorinale cortex, een gebied dat vroeg wordt aangetast door Alzheimer.
Resultaten:
Oudere deelnemers maakten gemiddeld grotere fouten.
Personen met SCD waren significant minder accuraat, door problemen met het onthouden van eerdere posities (“memory leak”).
Bewegingsdynamiek (zoals loopsnelheid) verklaarde de verschillen niet – de oorzaak was cognitief.
Betekenis:
Path integration-taken kunnen een gevoeligere testmethode zijn voor vroege Alzheimerstadia.
De aanpak kan worden ingezet bij klinische studies (bv. om nieuwe medicijnen te testen) en op termijn bijdragen aan vroegdiagnostiek in de zorg.
Verdere vereenvoudiging en koppeling met biomarkers (bloed, hersenvocht) zijn de volgende stappen.