Voeding, diabetes en stofwisseling
Voeding en bloedsuiker vormen deze week een belangrijk thema. Een studie bij mensen met diabetes type 2 laat zien dat de volgorde waarin voedingsmiddelen worden gegeten invloed kan hebben op de glucosereactie. Wanneer eerst eiwitten en vetten werden gegeten en daarna koolhydraten, daalden zowel de maximale glucosepiek als de totale glucoseblootstelling duidelijk. Tegelijk stegen darmhormonen zoals GLP-1 en GIP sterk. Dit ondersteunt het idee dat niet alleen wát iemand eet, maar ook de volgorde van eten van belang kan zijn.
Ook het dag-nachtritme blijkt belangrijk bij diabetes. De biologische klok beïnvloedt insulineafgifte, insulinegevoeligheid en energiebalans. Ploegendiensten, onregelmatige slaap, laat eten en veel kunstlicht worden in verband gebracht met een grotere kans op insulineresistentie. Regelmatige maaltijdtijden en een beperkt dagelijks eetvenster zijn mogelijk gunstig, maar het bewijs bij mensen met diabetes is nog niet sterk genoeg voor algemene conclusies.
Een kleine Chinese studie vergeleek een speciaal vezelrijk dieet met metformine bij recent vastgestelde diabetes type 2. Na 84 dagen waren HbA1c, gewicht en glucosestabiliteit gunstiger in de voedingsgroep. Door het kleine aantal deelnemers zijn grotere studies nodig. Een ander onderzoek identificeerde het eiwit Miro1 als mogelijk nieuw aangrijpingspunt bij insulineresistentie in spieren. Lichaamsbeweging bleek de concentratie ervan te verlagen.
Het document bevat daarnaast uiteenlopende voedingsbijdragen. De algemene lijn is dat de kwaliteit van koolhydraten belangrijker is dan het volledig vermijden ervan. Groenten, fruit, peulvruchten en intacte volkorenproducten leveren vezels en andere voedingsstoffen, terwijl ultrabewerkte producten, geraffineerde zetmelen en veel toegevoegde suiker minder gunstig worden beoordeeld.
Darmen en microbioom
Het darmmicrobioom komt opnieuw sterk naar voren. Antibioticagebruik vanaf de kindertijd tot jongvolwassen leeftijd werd in verband gebracht met een groter risico op het prikkelbare darmsyndroom op 24-jarige leeftijd. Hoe vaker antibiotica waren voorgeschreven, hoe sterker het verband. Dit bewijst niet automatisch dat antibiotica IBS veroorzaken, maar ondersteunt het belang van de darmflora.
Bij inflammatoire darmziekten werden daarnaast antilichaampatronen gevonden die mogelijk al tot tien jaar vóór de diagnose aanwezig zijn. Dit kan in de toekomst helpen om mensen met een verhoogd risico eerder te herkennen.
Onderzoek in Nairobi laat zien dat gezonde darmbacteriën waarschijnlijk bescherming bieden tegen kolonisatie door antibioticaresistente bacteriën zoals E. coli. Breedspectrumantibiotica kunnen deze beschermende flora verstoren, waardoor resistente bacteriën gemakkelijker de overhand krijgen.
Ook microplastics worden aan veranderingen in het darmmicrobioom gekoppeld. Sommige veranderingen lijken op patronen die eerder zijn gezien bij onder andere depressie en darmkanker. Dit is een onderzoeksgebied in ontwikkeling en betekent niet dat microplastics daarmee rechtstreeks deze aandoeningen veroorzaken.
Hersenen, Alzheimer en ALS
Verschillende studies richten zich op hersenveroudering en neurodegeneratie. Onderzoekers van Northwestern University brachten een specifieke ‘hotspot’ op het tau-eiwit in kaart die een belangrijke rol lijkt te spelen bij het samenklonteren van tau bij Alzheimer en frontotemporale dementie. Door deze plek experimenteel te blokkeren kon verdere vorming van schadelijke tauvezels worden afgeremd.
Een andere Alzheimerstudie suggereert dat slaapverstoring mogelijk niet uitsluitend door amyloïde plaques wordt veroorzaakt, maar ook door overactieve microglia. Bij muizen verbeterde de slaap sterk nadat deze immuuncellen tijdelijk werden verminderd, terwijl de hoeveelheid amyloïde onveranderd bleef.
Onderzoekers vonden daarnaast dat oligodendrocyten en veranderingen in myeline mogelijk bijdragen aan cognitieve achteruitgang bij het ouder worden. Bij mensen met sterkere achteruitgang werden meer tekenen van beschadigd of overtollig myeline gezien.
Bij ALS blijkt dat veranderingen die ook bij Alzheimer voorkomen mogelijk samenhangen met de snelheid waarmee ALS vordert. Preklinisch onderzoek wijst bovendien op een mogelijke rol voor tongoefeningen om resterende zenuwcellen te stimuleren en functies zoals spreken en slikken langer te ondersteunen.
Slaap, depressie en angst
Slaap en mentale gezondheid komen veelvuldig terug. Onderzoekers beschrijven een mogelijk subtype van depressie dat sterk samenhangt met verstoring van de biologische klok. Deze ‘circadiane depressie’ reageert mogelijk minder goed op gewone antidepressiva en zou in de toekomst wellicht specifieker behandeld kunnen worden met bijvoorbeeld lichttherapie of aanpassing van het slaapritme.
Bij jongeren met ernstige depressie blijkt een groot deel een uitgesproken avondmens te zijn. Onderzoekers testen daarom of het vervroegen en stabiliseren van het slaap-waakritme depressieve klachten kan verminderen.
Mensen met slapeloosheid lijken ook anders met aangeleerde angst om te gaan. In een kleine studie bleef hun stressreactie toenemen nadat duidelijk was gemaakt dat een eerder gevaarlijk signaal niet meer gevaarlijk was. Dit kan helpen verklaren waarom slapeloosheid, angst en stress elkaar soms versterken.
Een online mindfulnessprogramma voor zwangere vrouwen met eerdere depressies verminderde in een studie onder 500 vrouwen het risico op terugval tijdens of na de zwangerschap. Ook korte mindfulness-oefeningen vóór psychotherapie bleken bij adolescenten samen te gaan met sterkere verbetering van psychische klachten.
Hart, bloedvaten en pijn
Bij Amerikaanse brandweerlieden blijken hartproblemen verantwoordelijk voor bijna de helft van de sterfgevallen tijdens het werk. Onderzoekers waarschuwen dat bestaande jaarlijkse keuringen bepaalde risicofactoren mogelijk onvoldoende opsporen.
Een nieuwe analyse onder duizenden hartpatiënten suggereert dat medicijngecoate ballonkatheters bij bepaalde patiënten vergelijkbare resultaten kunnen geven als permanente metalen stents. Als dit in verder onderzoek wordt bevestigd, zou een deel van de patiënten mogelijk zonder blijvend implantaat behandeld kunnen worden.
Bij pijnonderzoek werd de TRPV1-receptor, bekend van de brandende werking van capsaïcine uit chilipepers, gedetailleerder onderzocht. De receptor blijkt afhankelijk van de prikkel verschillende vormen aan te nemen. Dat kan uiteindelijk helpen bij de ontwikkeling van gerichtere, niet-verslavende pijnstillers die de lichaamstemperatuur minder verstoren.
Ook AI en virtual reality worden onderzocht bij chronische pijn. Veranderingen in pupilgrootte en knipperpatronen kunnen informatie geven over mentale inspanning tijdens VR-taken en zouden op termijn kunnen helpen om behandelingen meer op het individu af te stemmen.
Kanker en nieuwe behandelstrategieën
Bij alvleesklierkanker werden twee kleine RNA-moleculen, miR-15a en miR-16, geïdentificeerd die de groei van kankercellen kunnen afremmen. Ze beïnvloeden eiwitten die tumorcellen nodig hebben om te groeien en zich te delen. Het gaat nog om vroeg onderzoek en nog niet om een beschikbare behandeling.
Andere studies richten zich op hormoonverstorende stoffen. In een kleine Hongaarse studie werd glyfosaat gevonden in baarmoederslijmvlies, waarbij hogere concentraties werden gemeten bij een kleine groep vrouwen met agressieve baarmoederkanker. Door het beperkte aantal patiënten kan hieruit geen oorzakelijk verband worden afgeleid.
Daarnaast wordt onderzocht of veelvoorkomende bisfenolen de ontwikkeling van normaal borstweefsel kunnen beïnvloeden. Moleculaire veranderingen die na blootstelling werden gevonden, zouden mogelijk de latere vatbaarheid voor borstaandoeningen kunnen beïnvloeden, maar de klinische betekenis moet nog worden vastgesteld.
Zwangerschap, kinderen en ontwikkeling
Stanford-onderzoekers gebruikten AI om bestaande geneesmiddelen te combineren en kwamen uit op aspirine plus lansoprazol als mogelijke strategie om vroeggeboorte te vertragen. Het AI-model voorspelde een veel sterker effect dan aspirine alleen. Dit is nog een vroege onderzoeksfase en betekent niet dat zwangere vrouwen deze combinatie zelfstandig zouden moeten gebruiken.
Zwangerschap met rusteloze benen werd daarnaast geassocieerd met een duidelijk hoger risico op perinatale depressie. Vooral klachten in het derde trimester hingen sterk samen met depressieve symptomen.
Bij kinderen blijkt schermtijd niet eenvoudig als ‘goed’ of ‘slecht’ te kunnen worden ingedeeld. De leeftijd van het kind, de inhoud en de betrokkenheid van ouders zijn belangrijk. Educatieve programma’s kunnen taal en leesvaardigheid ondersteunen en sociale programma’s kunnen mogelijk empathie bevorderen.
Nicotineblootstelling tijdens zwangerschap en vroege ontwikkeling wordt in experimenteel onderzoek gekoppeld aan veranderingen in stamcellen die later belangrijke immuuncellen in de longen produceren. Ook cannabisgebruik tijdens borstvoeding wordt onderzocht omdat afbraakproducten van vluchtige stoffen bij baby’s kunnen worden teruggevonden.
Vapen, nicotine en verslaving
Het gebruik van zeer nicotinehoudende vapes onder Amerikaanse jongvolwassenen nam tussen 2017 en 2022 sterk toe. Dit ging samen met meer dagelijks gebruik en een grotere nicotineafhankelijkheid.
Bij tieners is bovendien een verschuiving zichtbaar: sinds 2021 vapen meisjes in sommige leeftijdsgroepen vaker dan jongens. Vooral onder meisjes van 15 tot 17 jaar nam regelmatig gebruik duidelijk toe.
Een dierstudie naar alcoholverslaving laat daarnaast zien dat honger bepaalde zenuwcircuits activeert die alcohol aantrekkelijker kunnen maken. Dit onderzoek werd gedaan bij fruitvliegen en kan dus niet rechtstreeks naar mensen worden vertaald.
PFAS, plastic en milieu
Onderzoekers van Arizona State University ontwikkelden een techniek waarbij PFAS niet alleen uit water worden verwijderd, maar ook chemisch worden afgebroken. Een membraan met palladium helpt de zeer sterke koolstof-fluorverbindingen te verbreken. Dit kan belangrijk zijn omdat PFAS normaal zeer moeilijk afbreekbaar zijn.
Luchtvervuiling wordt daarnaast opnieuw gekoppeld aan zowel stofwisseling als gezondheid. Bij mensen zonder diabetes hing blootstelling aan vervuiling en temperatuurwisselingen samen met hogere HbA1c-waarden. In Sub-Sahara-Afrika wordt luchtvervuiling bovendien in verband gebracht met bijna één miljoen vroegtijdige sterfgevallen per jaar.
Bij gentechnologie meldt een studie dat genetische eigenschappen van commercieel GMO-katoen zich hebben verspreid naar wilde katoenpopulaties in Mexico. Daarmee wordt opnieuw aandacht gevraagd voor de mogelijkheid dat genetisch gemodificeerde eigenschappen zich buiten landbouwgebieden kunnen verspreiden.
AI en nieuwe technologie
AI speelt een grote rol in verschillende onderzoeken. Een Chinees model analyseerde foto’s van gezicht en tong om hart- en vaatziekten te herkennen en rapporteerde in een kleine testgroep een zeer hoge nauwkeurigheid. De resultaten moeten nog in grotere en onafhankelijke populaties worden bevestigd.
Een andere AI-tool gebruikt genetische gegevens om het risico op een beroerte te voorspellen en houdt daarbij niet alleen rekening met afzonderlijke genetische varianten, maar ook met hun locatie en mogelijke interacties.
Onderzoekers hebben daarnaast aangetoond dat het menselijk brein zelfs tijdens algemene anesthesie bepaalde vormen van taalverwerking kan uitvoeren. Dat roept nieuwe vragen op over bewustzijn, geheugen en hersen-computerinterfaces.
Ook op de werkvloer krijgt AI sociale gevolgen. Werknemers die vrezen door AI vervangen te worden, vertonen volgens onderzoek vaker contraproductief gedrag. Dat wijst erop dat de psychologische gevolgen van automatisering eveneens aandacht verdienen.
Klimaat, energie en natuur
Het klimaatgedeelte bevat opnieuw zowel wetenschappelijke studies als kritische en opiniërende video’s. Sommige bijdragers stellen dat natuurlijke cycli en Milanković-cycli een grotere rol spelen dan menselijke CO₂-uitstoot. De video’s presenteren daarmee een alternatieve interpretatie van de huidige klimaatverandering.
Andere bijdragen beschrijven wel concrete klimaateffecten. Onderzoek naar estuariene vissen laat bijvoorbeeld zien dat sommige soorten genetisch aangepast zijn aan sterk wisselende temperaturen en daardoor mogelijk beter bestand zijn tegen verdere opwarming.
Een ouder NASA-onderzoek wordt aangehaald over ‘global brightening’: schonere lucht kan ervoor zorgen dat meer zonlicht het aardoppervlak bereikt doordat minder aerosolen zonlicht terugkaatsen. Dit effect kan bijdragen aan opwarming, maar het aangehaalde onderzoek bepaalt niet welk aandeel van de totale huidige opwarming hierdoor wordt veroorzaakt.
Onderzoek naar batterijen waarschuwt daarnaast dat de sterke groei van elektrische voertuigen en energieopslag de uitstoot uit de batterijproductieketen aanzienlijk kan vergroten. Langere levensduur, kleinere batterijen, hergebruik en efficiëntere mobiliteit kunnen deze impact verminderen.
Overige ontwikkelingen
Andere onderwerpen zijn onder meer een nieuw type witte bloedcel met ‘geheugen’ tegen verkoudheids- en griepvirussen, onderzoek naar warme baden bij etalagebenen, de rol van bijenkorven als collectief immuunsysteem, muziek die smaakbeleving kan versterken en geluidsonderdrukkende koptelefoons die tijdens operaties mogelijk misselijkheid verminderen.
De details vind je in de nieuwsbrief van vanavond
