Een nieuwe pilotstudie suggereert dat psilocybine-geassisteerde therapie een mogelijke behandelingsoptie kan zijn voor veteranen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) die onvoldoende baat hebben gehad bij bestaande behandelingen. De studie omvatte twaalf veteranen en werd uitgevoerd door onderzoekers van The Ohio State University.
De behandeling bestond uit meerdere onderdelen. De deelnemers kregen eerst ongeveer acht uur voorbereidende psychotherapie, gevolgd door twee sessies met psilocybine, de werkzame stof in zogenoemde paddo’s. Na elke sessie volgde integratietherapie, waarbij de ervaringen tijdens de behandeling werden besproken en verwerkt. Volgens de onderzoekers is juist deze combinatie van psychotherapie en psilocybine essentieel.
Tijdens de studie werden geen ernstige bijwerkingen gemeld en er was geen toename van suïcidale gedachten of gedrag. De onderzoekers zagen een duidelijke afname van PTSS-symptomen. Eén maand na afronding van de behandeling voldeed 75% van de deelnemers niet langer aan de diagnostische criteria voor PTSS.
Een van de veteranen die deelnam aan de studie vertelde dat hij vóór de behandeling jarenlang kampte met nachtmerries, voortdurende waakzaamheid, woede-uitbarstingen en een sterke innerlijke onrust. Eerdere behandelingen met medicijnen en gesprekken hadden onvoldoende geholpen. Drie jaar na de behandeling gaf hij aan dat hij beter kon stilstaan voordat hij reageerde op stressvolle situaties, wat volgens hem een positieve invloed had op zijn dagelijks leven, zijn gezin en zijn huwelijk.
De onderzoekers benadrukken dat psilocybine niet als een op zichzelf staande behandeling wordt gezien. Volgens hen fungeert de stof vooral als een katalysator die mensen tijdelijk meer emotionele toegang geeft tot moeilijke ervaringen. De grootste veranderingen zouden vervolgens plaatsvinden tijdens de psychotherapie en de aanpassingen die deelnemers daarna in hun dagelijks leven maken.
Omdat het om een kleine pilotstudie zonder controlegroep ging, kunnen nog geen definitieve conclusies worden getrokken over de werkzaamheid. De resultaten wijzen wel op een mogelijk therapeutisch effect en vormen een basis voor grotere, gecontroleerde klinische onderzoeken.
Bron: Ohio State University
