Onderzoekers van The Wistar Institute hebben een nieuw mechanisme beschreven waarbij fructose mogelijk een rol speelt bij de uitzaaiing van eierstokkanker. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Aging.
In het preklinische onderzoek ontdekten de onderzoekers dat sommige kankercellen die een behandeling met chemotherapie overleven, biologisch actief blijven. Deze cellen scheiden verschillende stoffen uit die naburige tumorcellen kunnen beïnvloeden. Fructose bleek daarbij een belangrijke signaalstof te zijn die de verspreiding van kankercellen kan bevorderen.
De onderzoekers zagen daarnaast dat hoge hoeveelheden fructose, vergelijkbaar met de concentraties die kunnen ontstaan na consumptie van suikerhoudende dranken, ook zonder voorafgaande chemotherapie de uitzaaiing van eierstokkankercellen konden stimuleren in hun experimentele modellen.
Vervolgonderzoek liet zien dat fructose de cholesterolproductie in naburige kankercellen verlaagt. Cholesterol speelt een rol bij de onderlinge hechting van cellen. Wanneer deze productie afneemt, kunnen cellen zich gemakkelijker losmaken en verspreiden.
Ook onderzochten de wetenschappers het effect van statines, geneesmiddelen die de cholesterolaanmaak remmen. In de gebruikte modellen verminderden statines eveneens de onderlinge hechting tussen kankercellen. De onderzoekers benadrukken dat dit geen aanleiding is voor patiënten om te stoppen met het gebruik van statines, maar dat vervolgonderzoek nodig is om mogelijke interacties met chemotherapie beter te begrijpen.
De studie richtte zich op eierstokkanker, maar de onderzoekers willen nagaan of hetzelfde mechanisme ook voorkomt bij andere vormen van kanker die zich binnen de buikholte verspreiden, zoals alvleesklier-, darm- en leverkanker.
Volgens de onderzoekers zijn de resultaten gebaseerd op preklinisch onderzoek. Er is aanvullend klinisch onderzoek nodig om vast te stellen of de bevindingen ook gelden voor patiënten en of aanpassingen in voeding of behandeling invloed kunnen hebben op het ziekteverloop.
Bron: The Wistar Institute
