Nervus vagus stimulatie, infrarood licht en tinnitus

Dr. Mikolaj Raszek over combinatie nervus vagus-stimulatie en nabij-infrarood licht

De belangrijkste punten zijn:

Goed onderbouwd

– Stimulatie van de nervus vagus kan in dieronderzoek de afgifte van stikstofmonoxide (NO) verhogen.
– Neuriën (humming) verhoogt de hoeveelheid stikstofmonoxide in de neusholte en wordt in enkele studies geassocieerd met een verbetering van de hartslagvariabiliteit (HRV), een indirecte maat voor vagale activiteit.
– Fotobiomodulatie met nabij-infrarood licht kan de werking van mitochondriën beïnvloeden door interactie met cytochroom-c-oxidase, een mechanisme dat in laboratoriumonderzoek uitgebreid is onderzocht.

De tinnitusstudie

De besproken studie uit Brazilië (preprint uit 2025) onderzocht 120 mensen met somatosensorische tinnitus.
De behandeling bestond uit drie onderdelen:

Auriculaire nervus vagus-stimulatie
Elektrische stimulatie van de nervus vagus via de oorschelp (tragus en cymba conchae).
Frequentie: 20 Hz.
Duur: 15 minuten.

TENS
Transcutane elektrische zenuwstimulatie op de nek.
Gericht op zenuwen die signalen naar de hersenstam sturen.
Duur: 30 minuten.

Fotobiomodulatie
Nabij-infrarood licht van 880 nm.
Toediening in de gehoorgang en achter het oor (mastoïd).
Energie: 18 Joule.

Volgens de auteurs verbeterden veel patiënten, waarbij niemand na afloop nog in de categorie “catastrofale tinnitus” viel.

De spreker noemt zelf meerdere beperkingen:
– het betreft een preprint (nog niet peer-reviewed);
– er was geen controlegroep;
– het onderzoek was retrospectief;
– het aantal behandelsessies wordt niet vermeld;
– het gaat grotendeels om subjectieve vragenlijsten.

Daardoor kan op basis van deze studie niet worden vastgesteld dat de behandeling daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de verbeteringen.

Veronderstelde werkingsmechanismen
Volgens de auteurs zou de combinatie kunnen werken doordat:

Vagusstimulatie het parasympathische zenuwstelsel activeert en stressreacties vermindert;
TENS de overactiviteit van zenuwbanen betrokken bij tinnitus vermindert;
Fotobiomodulatie de mitochondriale energieproductie en de doorbloeding verbetert.

Deze mechanismen zijn biologisch plausibel, maar voor tinnitus nog niet overtuigend bewezen in grote gerandomiseerde klinische onderzoeken.

De algemene conclusie is dat het om veelbelovende, maar voorlopige onderzoeksresultaten gaat. Er zijn meer goed opgezette klinische studies nodig voordat deze combinatiebehandeling als bewezen effectieve therapie voor tinnitus kan worden beschouwd.