Vroege blootstelling aan veelgebruikte weekmaker kan angstgedrag veroorzaken

Mannelijke ratten die tijdens de zwangerschap en de eerste levensfase werden blootgesteld aan de veelgebruikte weekmaker di-(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) vertoonden als volwassen dieren meer angstachtig gedrag. Dat blijkt uit onderzoek dat werd gepresenteerd op ENDO 2026, het jaarlijkse congres van de Endocrine Society.

DEHP wordt wereldwijd gebruikt om kunststoffen flexibel te maken en komt voor in onder meer medische hulpmiddelen, speelgoed, douchegordijnen en regenjassen. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat DEHP en afbraakproducten ervan het hormoonstelsel kunnen verstoren en invloed kunnen hebben op onder andere het voortplantings- en zenuwstelsel.

Onderzoekers van de Universiteit van Buenos Aires onderzochten of blootstelling aan DEHP tijdens de vroege ontwikkeling blijvende gevolgen heeft voor angstgedrag. Zwangere ratten kregen dagelijks DEHP toegediend vanaf de eerste dag van de zwangerschap tot het spenen van hun jongen.

Toen de mannelijke nakomelingen volwassen waren, werden zij getest in een zogenoemd elevated plus maze, een standaardtest voor angstgedrag bij knaagdieren. De ratten die alleen aan DEHP waren blootgesteld:

– brachten minder tijd door in de open gedeelten van het doolhof;
– verbleven langer in de gesloten gedeelten;
– vertoonden meer verstijvingsgedrag (freezing).

Deze kenmerken worden beschouwd als aanwijzingen voor verhoogde angst.

Een deel van de dieren kreeg voorafgaand aan de test stoffen die het remmende neurotransmittersysteem GABA activeren, terwijl een andere groep testosteron kreeg toegediend. Bij deze dieren werden de angstachtige gedragingen grotendeels verminderd.

Volgens hoofdonderzoeker Osvaldo Juan Ponzo laten de resultaten zien dat blootstelling aan DEHP tijdens de vroege ontwikkeling langdurige veranderingen in gedrag kan veroorzaken, zelfs wanneer er later in het leven geen verdere blootstelling plaatsvindt.

De onderzoekers benadrukken dat het om een dierstudie gaat. Hoewel de resultaten niet rechtstreeks kunnen worden vertaald naar mensen, wijzen ze erop dat blootstelling aan hormoonverstorende stoffen vóór en kort na de geboorte mogelijk langdurige effecten kan hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel en gedrag.