Het Center for Biological Diversity heeft op 17 september 2026 een rechtszaak aangespannen tegen de regering-Trump omdat volgens de organisatie belangrijke overheidsdocumenten over de hernieuwde toelating van het herbicide dicamba niet worden vrijgegeven.
De zaak draait om de rol van politiek benoemde EPA-functionarissen die eerder voor belangenorganisaties uit de chemische en agrarische sector werkten. In eerder verkregen documenten ziet het Center aanwijzingen dat Nancy Beck, voormalig lobbyist voor de chemische industrie, en Kyle Kunkler, voormalig lobbyist voor de American Soybean Association, betrokken waren bij het proces rond dicamba.
Dicamba is een herbicide dat veel wordt gebruikt in de teelt van onder meer soja en katoen. Het middel staat al jaren ter discussie omdat het gemakkelijk kan verwaaien of verdampen en daardoor ook planten buiten het behandelde perceel kan beschadigen. In delen van het Midwesten en het zuiden van de Verenigde Staten zijn eerder op grote schaal meldingen gedaan van schade aan gewassen, tuinen, natuurgebieden en wilde planten.
De toelating van dicamba werd eerder juridisch aangevochten. Federale rechtbanken vernietigden eerdere EPA-besluiten over het middel in 2020 en opnieuw in 2024. Daarna begon de EPA opnieuw met een beoordelingsproces voor toelating.
Volgens documenten die het Center eerder via openbaarheidsverzoeken verkreeg, waarschuwden inhoudelijke medewerkers van de EPA dat de beoordeling van dicamba complex was en tijd zou kosten. Toch zou het proces vanaf maart 2025 aanzienlijk zijn versneld.
In diezelfde periode nam Kyle Kunkler, toen nog werkzaam voor de American Soybean Association, contact op met Nancy Beck voor een volgens hem tijdgevoelige bespreking over dicamba. Die ontmoeting vond volgens de documenten kort daarna plaats. Enkele maanden later kreeg Kunkler een hoge functie binnen het EPA-bureau dat verantwoordelijk is voor pesticiden. Daar zou hij conceptbeoordelingen over dicamba hebben bekeken en hebben deelgenomen aan vergaderingen over het middel.
In juli 2025 stelde de EPA vervolgens voor om dicamba opnieuw toe te laten.
Het Center wijst ook op mogelijke belangenverstrengeling. De American Soybean Association had tijdens Kunklers dienstverband gepleit voor minder strenge beperkingen op het gebruik van dicamba. Volgens de organisatie werd Kunkler na zijn overstap naar de EPA echter niet uitgesloten van werkzaamheden rond dicamba.
De huidige rechtszaak richt zich vooral op het verkrijgen van communicatie van Beck en Kunkler uit de periode tussen het voorlopige en het definitieve EPA-besluit. Een deel van de gevraagde documenten zou volgens het Center worden tegengehouden voor beoordeling door het Witte Huis en door het kantoor van de EPA-beheerder.
De organisatie stelt dat de documenten al minstens vijf maanden geleden zijn opgevraagd en dat sommige verzoeken zelfs meer dan een jaar oud zijn. Volgens de Amerikaanse openbaarheidswetgeving moet een federale instantie in principe binnen twintig werkdagen reageren op een verzoek om documenten, al kan de daadwerkelijke afhandeling in de praktijk langer duren.
Het Center for Biological Diversity wil via de rechtszaak meer duidelijkheid krijgen over de invloed van voormalige lobbyisten op het besluitvormingsproces rond dicamba en over de reden waarom bepaalde documenten nog niet openbaar zijn gemaakt.
De beschuldigingen over belangenverstrengeling en onjuiste politieke beïnvloeding zijn afkomstig van het Center for Biological Diversity. De rechtszaak zelf zal moeten uitwijzen welke documenten beschikbaar moeten worden gesteld en wat daaruit daadwerkelijk blijkt over het besluitvormingsproces binnen de EPA.
Links
https://biologicaldiversity.org
