Sociale doorverwijzing stimuleert gezondheidszorg zonder hogere kosten

Patiënten die worden doorverwezen naar social prescribing maken op korte termijn vaker gebruik van de gezondheidszorg, maar hebben binnen een jaar mogelijk iets minder vaak een afspraak bij de huisarts. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de University of Manchester.

Voor het onderzoek werden de gegevens van ruim 1,4 miljoen mensen geanalyseerd. Social prescribing houdt in dat patiënten worden doorverwezen naar niet-medische ondersteuning, zoals buurtactiviteiten, beweegprogramma’s of financieel advies.

De studie, gefinancierd door het National Institute for Health and Care Research (NIHR), is gepubliceerd in eClinical Medicine.

Social prescribing werd in 2019 een belangrijk onderdeel van de plannen van de Britse NHS. Sindsdien zijn duizenden zogeheten link workers aangesteld om patiënten te verbinden met ondersteuning in de gemeenschap. Het programma richt zich op sociale factoren die de gezondheid beïnvloeden, zoals eenzaamheid, huisvestingsproblemen, schulden en een gebrek aan beweging.

Tot nu toe was er weinig overtuigend bewijs over de invloed van social prescribing op de zorgvraag, het zorggebruik en de zorgkosten.

Voor deze studie werden 168.699 patiënten die tussen juli 2019 en april 2022 werden doorverwezen vergeleken met ruim 1,3 miljoen vergelijkbare patiënten zonder doorverwijzing.

In de eerste zes maanden na de verwijzing hadden deelnemers gemiddeld 2,25 extra contacten met de gezondheidszorg, een toename van ongeveer 24%. Deze stijging kwam vooral door meer bezoeken aan de eerstelijnszorg en geplande poliklinische afspraken in ziekenhuizen.

Volgens de onderzoekers kan dit erop wijzen dat mensen actiever met hun gezondheid aan de slag gaan en eerder hulp zoeken voor klachten die anders mogelijk onbehandeld zouden blijven.

Na één jaar was het beeld veranderd. Het aantal extra zorgcontacten was sterk afgenomen en de doorverwezen patiënten hadden gemiddeld 0,048 minder huisartsafspraken dan de vergelijkingsgroep.

Ondanks het grotere aantal zorgcontacten bleven de totale kosten voor de NHS vrijwel gelijk. De zorgkosten waren minder dan 0,1% hoger bij de doorverwezen groep, een verschil dat de onderzoekers als klinisch niet relevant beschouwen. De geringe kostenstijging hing voornamelijk samen met extra ziekenhuisopnames.

Hoofdauteur dr. Anna Wilding stelt dat social prescribing mensen op korte termijn kan stimuleren om gebruik te maken van geplande en preventieve zorg, zonder dat dit leidt tot betekenisvolle stijgingen van de totale zorgkosten. Volgens haar kan het programma mensen helpen om beter passende vormen van ondersteuning te vinden en de druk op de huisartsenzorg enigszins te verminderen.

De onderzoekers geven aan dat een betere koppeling tussen gegevens over social prescribing en elektronische patiëntendossiers nodig is om vast te stellen welke patiënten het meeste voordeel behalen.

Ook Charlotte Osborn-Forde, directeur van de National Academy for Social Prescribing, zegt dat er inmiddels sterk bewijs is dat social prescribing het welzijn kan verbeteren en mensen met uiteenlopende gezondheidsproblemen kan ondersteunen. Zij merkt op dat deze studie inzicht geeft in het zorggebruik tijdens de COVID-19-pandemie, maar dat vervolgonderzoek nodig is om de langetermijneffecten en de rol van sociale factoren beter in kaart te brengen.

De studie, “Changes in healthcare use and cost associated with referrals to social prescribing link workers in England: a matched case-control cohort study”, is gepubliceerd in eClinical Medicine.

Bron: University of Manchester