Oxytocine verhoogt selectief het vertrouwen

Al meer dan twintig jaar bestaat discussie over de vraag of oxytocine het vertrouwen vergroot. Een nieuwe studie waaraan de Universiteit van Zürich heeft meegewerkt, levert nu sterker bewijs dat het hormoon specifiek het vertrouwensgedrag verhoogt bij mannen die van nature weinig vertrouwen in anderen hebben.

Bij het zogeheten vertrouwensspel beslissen deelnemers hoeveel geld ze aan een onbekende persoon willen toevertrouwen. De nieuwe studie laat zien dat oxytocine deze bereidheid vergroot bij mannen die doorgaans weinig vertrouwen hebben.

In 2005 publiceerde een onderzoeksteam onder leiding van de Zürichse hoogleraar economie Ernst Fehr in Nature voor het eerst bewijs dat via de neus toegediende oxytocine het vertrouwensgedrag bij mensen kan vergroten. Oxytocine is een hormoon en neurotransmitter die van nature in het lichaam wordt geproduceerd en onder meer sociale interacties beïnvloedt.

Latere onderzoeken leverden echter geen eenduidig beeld op. Sommige studies bevestigden het effect, terwijl andere geen algemeen effect vonden. Bovendien kregen veel onderzoeken kritiek vanwege kleine onderzoeksgroepen, hypothesen die pas na het bekend worden van de resultaten werden opgesteld en methodologische verschillen tussen studies. Daardoor bleef onduidelijk of en onder welke omstandigheden oxytocine daadwerkelijk het vertrouwen vergroot.

Studie bevestigt effect op vertrouwen

Voor de nieuwe studie rekruteerde een internationaal onderzoeksteam 359 mannen die op basis van een voorafgaande vragenlijst werden beoordeeld als personen met een geringe neiging om anderen te vertrouwen. De onderzoekers beperkten het onderzoek bewust tot mannen om de resultaten te kunnen vergelijken met eerdere oxytocinestudies.

De deelnemers kregen willekeurig oxytocine of een placebo toegediend. Vervolgens namen ze onder strikt anonieme omstandigheden deel aan een vertrouwensspel, waarbij ze moesten beslissen hoeveel geld ze aan een onbekende persoon wilden toevertrouwen.

Mannen met weinig vertrouwen die oxytocine kregen, vertrouwden gemiddeld ongeveer 15% meer geld toe aan de andere persoon dan vergelijkbare mannen uit de placebogroep. Vervolgens combineerden de onderzoekers deze gegevens met die van een vergelijkbare eerdere studie. In deze gecombineerde analyse van in totaal 578 mannen met weinig vertrouwen nam het vertrouwensgedrag met bijna 17% toe. Het effect bleef bestaan nadat rekening was gehouden met verschillende persoonlijkheidskenmerken.

Volgens Fehr levert de studie daarmee, na meer dan twintig jaar onderzoek, robuuster bewijs voor een selectief effect van oxytocine.

Selectief, geen algemeen effect

De resultaten ondersteunen niet het idee dat oxytocine iedereen automatisch vertrouwender maakt. Het hormoon verhoogde het vertrouwensgedrag specifiek bij mannen die vooraf als weinig vertrouwend waren beoordeeld.

Binnen deze groep maakte de precieze mate van wantrouwen geen duidelijk verschil. Mannen met een zeer lage vertrouwensscore reageerden dus niet sterker op oxytocine dan mannen die iets hoger scoorden maar nog steeds tot de groep met weinig vertrouwen behoorden.

Biologisch mechanisme nog onbekend

Waarom oxytocine dit specifieke effect heeft, is nog niet duidelijk. De studie onderzocht de onderliggende biologische mechanismen niet rechtstreeks. Een mogelijke verklaring is volgens Fehr dat oxytocine de verwachting versterkt dat andere mensen zullen samenwerken. Het hormoon zou ook de angst kunnen verminderen om door anderen bedrogen te worden.

Toekomstig onderzoek moet deze mechanismen verder onderzoeken en vaststellen of hetzelfde effect ook bij vrouwen optreedt.

De studie van Bodo Vogt, Paul Bengart, Carolyn Declerck en Ernst Fehr verscheen op 11 augustus 2026 in PNAS onder de titel Oxytocin increases trust in men low in dispositional trust.

Bron: University of Zurich