Onderzoekers hebben het gangbare model voor het gedrag van fibrinogeen aan een lucht-vloeistofgrensvlak herzien. Fibrinogeen is een belangrijk bloedeiwit dat bij de stolling wordt omgezet in fibrine en zo bijdraagt aan de vorming van een stolsel en korst.
Volgens het model dat ongeveer twintig jaar werd gebruikt, zouden fibrinogeenmoleculen eerst plat op het oppervlak liggen en zich daarna steeds meer rechtop richten wanneer de concentratie toeneemt. De nieuwe studie laat echter zien dat de moleculen grotendeels plat blijven liggen en meerdere lagen boven op elkaar vormen, vergelijkbaar met gestapelde vellen papier.
De onderzoekers gebruikten neutronenreflectometrie bij het Institut Laue-Langevin in Frankrijk. Ze zagen hetzelfde meerlagige gedrag bij uiteenlopende fibrinogeenconcentraties en verschillende omstandigheden in de vloeistof. Volgens hen wijst dit erop dat het om een algemeen mechanisme gaat en niet om een effect dat alleen onder specifieke laboratoriumomstandigheden optreedt.
De bevinding kan helpen om beter te begrijpen hoe fibrinogeen zich organiseert aan het oppervlak van bloed en hoe daar vervolgens fibrinevezels en een afsluitende korst ontstaan. Mogelijk is de kennis ook relevant voor onderzoek naar slecht genezende wonden, bloedstollingsstoornissen zoals hemofilie en patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken.
Daarnaast noemen de onderzoekers mogelijke toepassingen bij ARDS, een ernstige longaandoening waarbij fibrinogeen de oppervlakte-actieve laag in de longen kan beïnvloeden, en bij de ontwikkeling van biosensoren die afhankelijk zijn van de interactie tussen eiwitten en oppervlakken.
Belangrijk is dat dit vooral een fundamentele studie naar de structuur en zelforganisatie van fibrinogeen aan het lucht-wateroppervlak is. De mogelijke gevolgen voor wondbehandeling, hemofilie, ARDS en antistolling zijn op dit moment vooral toekomstige onderzoeksrichtingen; de studie toont nog geen nieuwe behandeling aan.
