Verband tussen blootstelling aan PFAS in vroege kinderjaren en darmontsteking bij kinderen

Onderzoekers van de Icahn School of Medicine at Mount Sinai hebben ontdekt dat blootstelling aan per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), ook wel bekend als ‘eeuwige chemicaliën’, tijdens de zwangerschap en de vroege levensfase samenhangt met meer darmontsteking bij kinderen.

De resultaten, gepubliceerd op 10 juli 2026 in Clinical Gastroenterology and Hepatology, leveren nieuw bewijs dat blootstelling aan omgevingsfactoren tijdens kritieke fasen van de ontwikkeling invloed kan hebben op de darmgezondheid op de lange termijn en mogelijk het risico op inflammatoire darmziekten (IBD) kan verhogen.

Dit is de eerste studie die laat zien dat blootstelling aan PFAS vóór de geboorte en in de vroege kinderjaren consequent samenhangt met verhoogde concentraties van fecaal calprotectine – een biomarker voor darmontsteking die vaak wordt gebruikt om IBD te volgen – in drie geboortecohorten uit de Verenigde Staten en Mexico.

De onderzoekers bepaalden de PFAS-concentraties in bloed van moeders tijdens de zwangerschap, in navelstrengbloed en in opgedroogde bloedspots van pasgeborenen. Vervolgens werden de kinderen tot 11 jaar gevolgd. In alle drie de cohorten bleek dat hogere blootstelling aan mengsels van PFAS samenhing met hogere concentraties fecaal calprotectine op latere leeftijd.

“Hoewel erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij inflammatoire darmziekten, verklaart die niet volledig waarom de ziekte ontstaat,” zegt hoofdauteur Manasi Agrawal, universitair docent Geneeskunde (Gastro-enterologie) en Milieugeneeskunde en Volksgezondheid aan de Icahn School of Medicine. “Onze bevindingen suggereren dat blootstelling aan PFAS vóór de geboorte en in de vroege levensfase kan bijdragen aan darmontsteking tijdens een belangrijke ontwikkelingsfase. Meer inzicht in deze omgevingsinvloeden kan uiteindelijk helpen om mogelijkheden te vinden om het toekomstige ziekterisico te verkleinen voordat klachten ontstaan.”

PFAS vormen een grote groep synthetische chemicaliën die worden gebruikt in onder meer antiaanbakpannen, voedselverpakkingen, vuilafstotende stoffen en blusschuim. Omdat deze stoffen nauwelijks worden afgebroken, blijven ze langdurig aanwezig in het milieu en kunnen ze zich ophopen in het menselijk lichaam, waardoor vrijwel iedereen eraan wordt blootgesteld.

Met behulp van geavanceerde, niet-gerichte chemische analysetechnieken werden PFAS aangetroffen in alle onderzochte biologische monsters uit de vroege levensfase. Zowel oudere (‘legacy’) PFAS als nieuwere vervangende PFAS bleken samen te hangen met darmontsteking, wat erop wijst dat een breed scala aan deze stoffen invloed kan hebben op de darmgezondheid van kinderen.

“Door PFAS als mengsels te bestuderen in plaats van afzonderlijke stoffen, weerspiegelden we beter hoe mensen er in het dagelijks leven aan worden blootgesteld,” zegt eerste auteur Vishal Midya, universitair docent Milieugeneeskunde en Volksgezondheid. “Dat we dezelfde resultaten vonden in meerdere soorten biologische monsters en in drie onafhankelijke geboortecohorten versterkt het bewijs dat blootstelling aan PFAS in de vroege levensfase langdurige gevolgen kan hebben voor de darmgezondheid.”

De onderzoekers benadrukken dat een verhoogde concentratie fecaal calprotectine niet betekent dat een kind daadwerkelijk IBD zal ontwikkelen. Het is een gevoelige marker voor darmontsteking die wel in verband is gebracht met een verhoogd toekomstig risico op deze aandoeningen. Omdat het om een observationele studie gaat, kan niet worden vastgesteld dat PFAS direct darmontsteking of IBD veroorzaken.

Het onderzoeksteam blijft de deelnemers volgen om te bepalen of kinderen met een hogere PFAS-blootstelling en meer darmontsteking in de vroege levensfase inderdaad vaker inflammatoire darmziekten ontwikkelen. De onderzoekers wijzen er bovendien op dat de resultaten het belang onderstrepen van maatregelen om de blootstelling aan PFAS tijdens de zwangerschap en de vroege kinderjaren te verminderen.

Aan de studie werkten ook onderzoekers mee van de University of Iowa College of Public Health, het National Institute of Public Health in Cuernavaca (Mexico), de Universidade de Lisboa (Portugal), het Sheba Medical Center (Israël) en Aalborg University (Denemarken).