Hormoonverstorende stoffen (endocrine-disrupting chemicals, EDC’s) zijn aangetroffen in moedermelk en in de urine van baby’s vanaf de geboorte tot een leeftijd van zes maanden. Dat blijkt uit een studie die werd gepresenteerd op ENDO 2026, het jaarlijkse congres van de Endocrine Society in Chicago.
“Moedermelk is de beste voedingsbron voor een kind en moet worden beschermd, omdat het ook een drager kan zijn van milieuverontreinigende stoffen,” zegt Maria Elisabeth Street, hoogleraar en directeur van de afdeling Pediatrische Endocrinologie van de Universiteit van Parma in Italië. Volgens haar is de babytijd een bijzonder kwetsbare periode, omdat blootstelling aan deze stoffen op jonge leeftijd later in het leven gevolgen kan hebben.
De onderzoekers analyseerden gegevens van 336 moeder-kindparen uit het LIFE-MILCH-project. Monsters van moedermelk en urine werden verzameld één, drie en zes maanden na de geboorte.
Er werd gezocht naar meer dan vijftig verschillende stoffen, waaronder bisfenolen (zoals BPA en BPS), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), ftalaten, parabenen en pesticiden.
Belangrijkste bevindingen:
– BPA werd gevonden in ongeveer de helft van de moedermelkmonsters één maand (51,2%) en zes maanden (49,8%) na de geboorte. BPA werd ook aangetroffen in de urine van bijna een derde van de baby’s bij de geboorte en bij 67,6% van de baby’s op zes maanden leeftijd.
– Bisfenol S (BPS) werd gevonden in moedermelk bij 10,7% van de moeders na één maand en 18,3% na zes maanden. In de urine van baby’s steeg de aanwezigheid van 22,4% bij de geboorte naar 41,2% op zes maanden.
– Parabenen, zoals methylparabeen en ethylparabeen, werden vaak aangetroffen in moedermelk en namen in urine toe naarmate de baby’s ouder werden.
– Glufosinaat, een onkruidbestrijdingsmiddel, werd gevonden in moedermelk en in urine van baby’s, met percentages tot 44,7%.
– Ftalaten, waaronder dibutylftalaat (DBP), werden aangetroffen in meer dan 90% van de moedermelkmonsters één maand na de geboorte en in ruim 86% na zes maanden. In de urine van baby’s steeg de aanwezigheid van 30,3% bij de geboorte naar 79,4% op zes maanden leeftijd.
Volgens de onderzoekers zijn veel van deze stoffen afkomstig uit voeding, verpakkingsmaterialen en producten voor persoonlijke verzorging en huishoudelijk gebruik.
Eerdere studies hebben blootstelling aan deze stoffen in verband gebracht met effecten op de neurologische ontwikkeling, veranderingen in hormoonactiviteit, beïnvloeding van de geslachtsontwikkeling en veranderingen in groei, lichaamsgewicht en het risico op obesitas.
De resultaten hebben in Italië geleid tot een preventiecampagne en afspraken met verschillende betrokken partijen om het gebruik van deze stoffen te monitoren en waar mogelijk te verminderen. De onderzoekers roepen gezondheidsautoriteiten op om maatregelen te nemen die de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen verminderen en de kwaliteit van moedermelk beter beschermen.
