Verschillen in alvleeskliercellen verklaart gevoeligheid voor diabetes

Een door de National Institutes of Health gefinancierde studie heeft belangrijke verschillen blootgelegd in menselijke eilandjescellen van de alvleesklier, die mogelijk helpen verklaren waarom sommige mensen gevoeliger zijn voor diabetes.

Onderzoekers analyseerden pancreatische eilandjes van 299 orgaandonoren via het Integrated Islet Distribution Program. Deze eilandjes bestaan uit verschillende hormoonproducerende cellen die de bloedsuikerspiegel regelen:

  • bètacellen produceren insuline om bloedsuiker te verlagen
  • alfacellen produceren glucagon om bloedsuiker te verhogen
  • deltacellen produceren somatostatine dat beide processen reguleert

Gemiddeld bestonden de eilandjes uit 58% bètacellen, 34% alfacellen en 8% deltacellen, maar onderzoekers zagen grote verschillen tussen personen.

Volgens de studie had vooral de verhouding tussen deze celtypen invloed op hoe effectief insuline en glucagon werden afgegeven. Eilandjes met meer bètacellen produceerden sterker insulineresponsen, terwijl hogere aantallen alfa- en deltacellen juist samenhingen met lagere insulineafgifte.

De onderzoekers vonden daarnaast verschillen op basis van geslacht, afkomst en genetische achtergrond. Cellen van vrouwelijke donoren bevatten gemiddeld meer alfacellen en minder bètacellen. Ook werden verschillen gevonden tussen genetische afstammingsgroepen en genetische risicoprofielen voor type 1- en type 2-diabetes.

Volgens Carmella Evans-Molina weerspiegelt de donorpopulatie grotendeels de diversiteit van de Amerikaanse bevolking, wat belangrijk is voor het onderzoeken van verschillen in diabetesrisico tussen bevolkingsgroepen.

De onderzoekers hopen dat de uitgebreide dataset toekomstige studies zal helpen om beter te begrijpen hoe genetische factoren, afkomst en celopbouw van de alvleesklier bijdragen aan het ontstaan van diabetes.