Een grootschalige internationale studie onder leiding van Nagoya University heeft een nieuwe, biologisch gebaseerde methode ontwikkeld om de wereldwijde verspreiding van kwik in oceanen te bepalen. Door bloedmonsters van meer dan 11.200 zeevogels uit 108 soorten te analyseren, kregen onderzoekers voor het eerst een direct beeld van hoe kwik zich wereldwijd in mariene ecosystemen ophoopt.
De resultaten tonen aan dat kwikconcentraties sterk variëren afhankelijk van factoren zoals positie in de voedselketen, lichaamsgrootte en foerageerdiepte. Zeevogels die hoger in de voedselketen staan en op grotere diepte jagen, blijken aanzienlijk hogere kwikwaarden te hebben. Regionaal werden de hoogste concentraties gemeten in delen van de Noord-Atlantische en Noord-Pacifische Oceaan en in minder productieve zeegebieden, terwijl lagere niveaus werden gevonden in de Zuid-Atlantische Oceaan en de Zuidelijke Oceaan.
De studie bevestigt dat kwikvervuiling sinds de industriële revolutie is toegenomen, voornamelijk door uitstoot via steenkoolverbranding. Dit kwik verspreidt zich via de atmosfeer en komt via neerslag in zee terecht, waar het zich ophoopt in de voedselketen en uiteindelijk in hoge concentraties voorkomt bij roofdieren zoals zeevogels.
Volgens de onderzoekers biedt deze aanpak, gebaseerd op metingen in levende organismen, een betrouwbaarder beeld dan traditionele computermodellen. De methode maakt het mogelijk om veranderingen in kwikvervuiling nauwkeuriger te volgen en kan worden ingezet om de effectiviteit van internationale afspraken, zoals het beperken van kwikuitstoot, beter te beoordelen. Hiermee levert het onderzoek belangrijke inzichten voor het beschermen van mariene ecosystemen en het versterken van wereldwijd milieubeleid.
