Een afwijkende stand van het gebit, met name een onderbeet, blijkt samen te hangen met een verhoogd risico op tandverlies op latere leeftijd. Dat blijkt uit een grootschalig Japans onderzoek van de Tohoku University, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Clinical Oral Investigations.
Onderzoekers analyseerden gegevens van 17.349 volwassenen van 40 jaar en ouder uit de Tohoku Medical Megabank-cohortstudie. De deelnemers werden ingedeeld op basis van hun beet: een normale beet, een open beet, een onderbeet (anterieure kruisbeet) of een combinatie van afwijkingen. Vervolgens werd gekeken naar het aantal resterende tanden en specifiek naar verlies van kiezen.
Uit de analyse blijkt dat volwassenen met een onderbeet significant vaker te maken hebben met tandverlies. Zij hadden niet alleen vaker 19 of minder resterende tanden, maar liepen ook een 14% hoger risico op verlies van kiezen, zelfs na correctie voor factoren zoals leeftijd, geslacht, mondhygiëne, gaatjes, tandvleesziekten en leefstijl. Dit verhoogde risico werd niet gevonden bij mensen met een open beet.
Volgens hoofdauteur Kento Numazaki, universitair docent orthodontie, zijn de bevindingen relevant voor de volksgezondheid. Het hebben van minder dan twintig tanden kan het kauwen bemoeilijken en is in verband gebracht met slechtere voeding, kwetsbaarheid en een lagere gezonde levensverwachting. De studie laat zien dat naast bekende oorzaken zoals cariës en parodontitis ook de stand van het gebit een rol kan spelen bij het langdurig behoud van tanden.
De onderzoekers benadrukken het belang van regelmatige tandartscontroles en tijdige orthodontische beoordeling. In vervolgonderzoek willen zij nagaan hoe tandverlies zich in de loop van de tijd ontwikkelt bij mensen met een onderbeet en of de gevonden verbanden ook gelden in andere landen buite