Een verzwakte of onregelmatige biologische klok hangt samen met een verhoogd risico op dementie, blijkt uit een nieuwe studie die eind december 2025 is gepubliceerd. Oudere mensen bij wie het dag-nachtritme minder stabiel is, ontwikkelen aanzienlijk vaker dementie dan leeftijdsgenoten met een sterke en goed afgestemde lichaamsklok.
De biologische klok, ook wel het circadiaan ritme genoemd, regelt onder meer het slaap-waakritme, hormoonafgifte, lichaamstemperatuur en stofwisseling. Dit interne systeem wordt aangestuurd door de hersenen en sterk beïnvloed door licht en dagelijkse routines. Wanneer dit ritme goed functioneert, lopen slaap en activiteit synchroon met het 24-uurs dag-nachtritme. Bij een zwakke of gefragmenteerde lichaamsklok raakt deze afstemming sneller verstoord.
Voor het onderzoek werden 2.183 mensen met een gemiddelde leeftijd van 79 jaar gevolgd. Geen van hen had bij aanvang dementie. De deelnemers droegen gemiddeld twaalf dagen een monitor die rust- en activiteitspatronen registreerde. Op basis van deze gegevens bepaalden onderzoekers de sterkte en regelmaat van het circadiane ritme. Vervolgens werden de deelnemers gemiddeld drie jaar gevolgd.
Tijdens deze periode kregen 176 mensen de diagnose dementie. Personen met de zwakste dag-nachtritmes bleken bijna 2,5 keer zoveel risico te lopen als mensen met de sterkste ritmes. Ook bleek dat elke afname in de sterkte van het ritme het dementierisico verder verhoogde.
Daarnaast werd een opvallend verband gevonden met het tijdstip waarop mensen het meest actief waren. Deelnemers bij wie de piek van dagelijkse activiteit pas later in de middag lag, hadden ongeveer 45% meer kans op dementie dan mensen die eerder op de dag hun hoogste activiteitsniveau bereikten. Volgens de onderzoekers kan dit wijzen op een mismatch tussen de interne lichaamsklok en externe prikkels zoals daglicht en sociale routines.
Wetenschappers vermoeden dat verstoringen van het circadiane ritme invloed kunnen hebben op ontstekingsprocessen, slaapkwaliteit en de ophoping van amyloïde-eiwitten in de hersenen, die een rol spelen bij dementie. Tegelijk benadrukken zij dat het onderzoek geen direct oorzakelijk verband aantoont, maar een duidelijke samenhang laat zien.