Grote zorgen voor gezin met kinderen met ernstige beperking

De Tweede Kamer debatteerde op 11 december over het beleid rond de toewijzing van meerzorg voor mensen met een zware, vaak meervoudige beperking. Centraal stond de toenemende onzekerheid voor gezinnen en zorgverleners door afwijzingen en verkorte indicaties.

CDA-Kamerlid Tijmstra hield haar maidenspeech en benadrukte dat mensen met een ernstige beperking recht hebben op zorg die hen in staat stelt mee te doen in de samenleving. Zij uitte zorgen over de huidige tussenfase richting een structurele oplossing. Volgens haar worden meerzorgaanvragen afgewezen of fors lager toegekend zonder goede onderbouwing, en worden indicaties soms slechts voor zes maanden afgegeven.

Dit zorgt voor grote onzekerheid bij gezinnen en mantelzorgers. Tijmstra vroeg de staatssecretaris hoe wordt voorkomen dat mensen in deze periode tussen wal en schip vallen. Ook kaartte zij regionale verschillen in beoordeling door zorgkantoren aan en pleitte zij voor een onafhankelijkere indicatiestelling op termijn. Daarnaast vroeg zij aandacht voor het pgb, dat volgens haar geen volwaardig alternatief is als indicaties kortdurend en streng worden toegekend.

SP-Kamerlid Dobbe schetste een indringend praktijkvoorbeeld van een gezin met een zoon met een complexe meervoudige beperking, wiens meerzorg zonder toelichting is gehalveerd. Zij stelde dat ongeveer de helft van de verlengingsaanvragen voor meerzorg wordt afgewezen en dat inmiddels circa 90 gezinnen naar de rechter zijn gestapt.

Volgens Dobbe is het onmenselijk om kwetsbare gezinnen te dwingen tot juridische procedures voor noodzakelijke zorg. Zij vroeg de staatssecretaris waarom aangenomen moties over maatwerk niet worden uitgevoerd, hoe regionale verschillen worden aangepakt en of geplande bezuinigingen op de gehandicaptenzorg worden teruggedraaid.

Het debat maakte duidelijk dat er brede zorgen leven in de Kamer over de uitvoering van de meerzorgregeling. Kamerleden benadrukten de noodzaak van snelle duidelijkheid, menselijk maatwerk en het voorkomen van verdere juridische strijd voor gezinnen die volledig afhankelijk zijn van intensieve zorg.