De uitrol van een warmtenet in Soest, de burger betaalt

De gemeenteraad van Soest heeft op 4 december een uitgebreide beeldvormende vergadering gehouden over het nieuwe warmteprogramma. De bijeenkomst, geleid door wethouder en warmteregisseur, gaf een volledig overzicht van de stand van zaken rond de warmtetransitie en de keuzes die de raad de komende jaren moet maken.

Tijdens de sessie werd ingezoomd op de beschikbare warmtebronnen in Soest, waaronder de pilot met warmte uit vijvers in Overhees, restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie en de veelbelovende regionale verkenning naar geothermie. Hoewel de potentie aanzienlijk kan zijn, benadrukten de experts dat meer onderzoek nodig blijft en dat de businesscase pas in een later stadium kan worden beoordeeld.

Daarnaast werd de raad meegenomen in de opzet van warmtekavels: geografisch afgebakende gebieden waarin één warmtebedrijf de levering verzorgt en waar alle bewoners hetzelfde tarief betalen. De nieuwe landelijke wetgeving verplicht gemeenten om hierin de regie te nemen en een publiek meerderheidsbelang te borgen. Mogelijke varianten kwamen aan bod, variërend van meerdere lokale kavels tot één regionaal warmtekavel in samenwerking met buurgemeenten.

Ook de rol van warmtebedrijven en lokale warmtegemeenschappen werd besproken. Gemeenten kunnen zelf een warmtebedrijf oprichten, deelnemen in een regionaal model of samenwerken met energiecoöperaties die eigen warmtesystemen ontwikkelen. De provincie werkt intussen aan een ondersteunend warmtebedrijf om expertise en financiële slagkracht te bundelen.

Verder gaf de warmteregisseur toelichting op de nieuwe juridische kaders, waaronder de Wet Collectieve Warmte en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie. Deze verplichten gemeenten tot het opstellen van een warmteprogramma, het vastleggen van eindoplossingen per wijk en – waar nodig – het inzetten van de aanwijsbevoegdheid om aardgas gefaseerd af te bouwen. De verplichting tot betaalbaarheid en transparante tarieven kreeg hierbij bijzondere aandacht.

Het warmteprogramma, waarin alle keuzes voor bronnen, kavels, planning en participatie samenkomen, wordt uiterlijk in 2027 vastgesteld. De raad kreeg de toezegging dat zij bij vervolgstappen tijdig wordt betrokken. De discussie liet zien dat onderwerpen als kosten, haalbaarheid, keuzevrijheid voor bewoners en de impact op het elektriciteitsnet belangrijke aandachtspunten blijven in de transitie naar een toekomstbestendige energievoorziening in Soest.