Onderzoekers van de Waseda Universiteit (Japan) hebben aangetoond dat kunstmatige intelligentie subtiele spierbewegingen rond ogen en mond kan opsporen die verband houden met depressieve klachten bij studenten. De studie, gepubliceerd in Scientific Reports, wijst erop dat AI kan helpen om depressie al in een vroeg stadium te signaleren, waardoor tijdige en preventieve zorg mogelijk wordt.
Depressie is een van de meest voorkomende mentale gezondheidsproblemen, maar vroege signalen worden vaak gemist. Vooral bij milde of “subthreshold” depressie (StD) – klachten die niet ernstig genoeg zijn voor een officiële diagnose maar wel een risicofactor vormen – zijn de uitingen nauwelijks zichtbaar.
In het onderzoek namen 64 Japanse studenten korte video’s op waarin zij zichzelf voorstelden. Een andere groep studenten beoordeelde hun expressiviteit en vriendelijkheid. Tegelijkertijd analyseerde AI-software OpenFace 2.0 microbewegingen van de gezichtsspieren.
De resultaten toonden aan dat studenten met depressieve klachten door hun peers minder expressief en vriendelijk werden gevonden, zonder dat zij onnatuurlijk of gespannen overkwamen. De AI detecteerde specifieke patronen in oog- en mondbewegingen (zoals het optrekken van de wenkbrauwen en lipstrekkingen) die sterk samenhingen met depressiescores, maar te subtiel waren om met het blote oog waar te nemen.
Volgens hoofdonderzoeker dr. Eriko Sugimori kan deze aanpak breed worden toegepast, bijvoorbeeld in scholen, universiteiten en bedrijven, om psychisch welzijn laagdrempelig en niet-invasief te monitoren.
“Onze methode biedt een innovatieve en toegankelijke manier om depressie vroegtijdig te herkennen, nog voordat klinische symptomen zichtbaar zijn. Daarmee kunnen we eerder ingrijpen en jongeren beter ondersteunen,” aldus Sugimori.
De onderzoekers benadrukken dat culturele context invloed kan hebben op gezichtsuitdrukkingen en dat vervolgonderzoek nodig is in andere populaties.