Hoe zonneactiviteit de kosmische straling beïnvloedt

Henrik Svensmark bespreekt in deze interessante video hoe de zonneactiviteit de kosmische straling beïnvloedt, die de atmosfeer ioniseert en kan bijdragen aan de vorming van aerosolen die uitgroeien tot wolkcondensatiekernen, waardoor wolken en de energiebalans van de aarde mogelijk worden beïnvloed.

Hij beschrijft laboratoriumexperimenten waaruit blijkt dat er meer aerosolen ontstaan bij toenemende ionisatie, levert kritiek op modellen die geen wolkeffect voorspelden, en presenteert waarnemingen van Forbush-dalingen, waarbij dalingen in kosmische straling enkele dagen later worden gevolgd door een afname van aerosolen, veranderingen in de bewolking en reacties in de stralingsbalans.

Hij stelt dat de invloed van de zonnecyclus ongeveer 1–1,5 W/m² bedraagt en de CO₂-gevoeligheid zou kunnen beïnvloeden. Op langere tijdschalen legt hij een verband tussen door supernova’s veroorzaakte variaties in kosmische straling en ijstijden, oceaantemperatuur, de opslag van organische koolstof, zuurstofproductie en biodiversiteit.

AI > Kort samengevat is de stand van zaken ongeveer:

Zon → kosmische straling: sterk bewijs.
Kosmische straling → atmosferische ionisatie: sterk bewijs.
Ionisatie → meer aerosolnucleatie: sterk experimenteel bewijs.
Ionisatie → meer deeltjes die uitgroeien tot wolkcondensatiekernen: mogelijk en experimenteel ondersteund, maar de atmosferische omvang is onzeker.
Kosmische straling → meetbare verandering van mondiale bewolking: omstreden.
Kosmische straling → belangrijke bijdrage aan recente klimaatverandering of een veel lagere CO₂-klimaatgevoeligheid: momenteel onvoldoende aangetoond.

Dus Svensmark beschrijft geen fysisch onmogelijk mechanisme; verschillende onderdelen ervan zijn daadwerkelijk experimenteel bevestigd. Het belangrijkste open punt is de grootte van het effect in de echte atmosfeer. Daar zit ook de reden waarom Svensmark en de gangbare klimaatliteratuur tot sterk verschillende conclusies over het klimaateffect komen.