Hart- en vaatziekten zijn één van de grootste doodsoorzaken bij mensen, terwijl klassieke hartaanvallen door verstopte kransslagaders bij dieren zeldzaam zijn. Dat verschil is geen toeval, maar het gevolg van twee opmerkelijke evolutionaire veranderingen die juist bij de mens zijn opgetreden.
De directe oorzaak van een hartaanval is meestal atherosclerose: de ophoping van vet, cholesterol en ontstekingsmateriaal in de vaatwand. Hierdoor vernauwen en verstijven slagaders, wat kan leiden tot een plotselinge afsluiting van de bloedtoevoer naar de hartspier. Dieren hebben hier veel minder last van, zelfs wanneer ze ouder worden.
Een belangrijke verklaring ligt in een genetische mutatie die uniek is voor mensen. Door het uitschakelen van het CMAH-gen produceren wij geen Neu5Gc meer, een suikermolecuul dat bij vrijwel alle andere zoogdieren wél voorkomt. Onderzoek met muizen laat zien dat het ontbreken van dit molecuul leidt tot ernstigere aderverkalking. Het menselijk immuunsysteem lijkt hierdoor gevoeliger voor chronische ontsteking in de vaatwand.
Daarnaast is er nog een tweede, vaak vergeten verschil: mensen kunnen zelf geen vitamine C aanmaken. Door een aparte mutatie in het GULO-gen zijn wij volledig afhankelijk van voeding voor deze essentiële antioxidant. Vrijwel alle andere zoogdieren produceren dagelijks grote hoeveelheden vitamine C in hun lichaam.
Vitamine C speelt een sleutelrol bij het beschermen van bloedvaten. Het vermindert oxidatieve stress, ondersteunt collageenvorming in de vaatwand en remt ontstekingsprocessen. Het ontbreken van zowel Neu5Gc als endogene vitamine C betekent dat menselijke bloedvaten evolutionair gezien kwetsbaarder zijn dan die van andere dieren.
Deze twee genetische “verliezen” staan los van elkaar, maar versterken elkaar waarschijnlijk in effect. Samen creëren ze een biologisch landschap waarin atherosclerose veel gemakkelijker ontstaat. Moderne factoren zoals roken, suikerconsumptie, hoge bloeddruk en gebrek aan beweging maken dit probleem alleen maar groter.
Hartaanvallen zijn dus geen puur gevolg van leefstijl of veroudering, maar ook van diepe evolutionaire verschillen. De menselijke soort heeft biologische voordelen verworven, maar ook een unieke kwetsbaarheid. Juist daarom blijven voeding, leefstijl en voldoende inname van vitamine C essentieel om een evolutionaire achterstand te compenseren.