Onderzoekers van Stevens Institute of Technology hebben met behulp van kunstmatige intelligentie honderden mogelijk schadelijke bijproducten van drinkwaterdesinfectie in kaart gebracht. Deze stoffen ontstaan wanneer desinfectiemiddelen zoals chloor of chloramine reageren met natuurlijk organisch materiaal in water uit rivieren, meren en grondwater.
Drinkwaterdesinfectie is een van de grootste successen van de volksgezondheid en voorkomt ernstige ziekten zoals cholera en tyfus. Tegelijkertijd kunnen hierbij zogeheten desinfectiebijproducten (DBP’s) ontstaan, waarvan sommige in verband worden gebracht met kanker en verstoringen van de voortplanting. Slechts een klein deel van deze stoffen is momenteel gereguleerd; voor veel andere ontbreekt nog kennis over mogelijke gezondheidsrisico’s.
Het onderzoeksteam, onder leiding van assistent-professor Tao Ye, ontwikkelde een AI-model dat toxiciteit kan voorspellen op basis van bestaande laboratoriumgegevens. Het model werd getraind met experimentele data van 227 bekende stoffen en gebruikt om de mogelijke toxiciteit van meer dan 1.100 niet-gereguleerde DBP’s te schatten. Sommige daarvan bleken volgens het model potentieel twee tot tien keer schadelijker dan stoffen waarvoor al wettelijke limieten bestaan.
Volgens de onderzoekers betekent dit niet dat kraanwater onveilig is. In de praktijk komen deze stoffen niet allemaal tegelijk voor en verschillen waterbronnen en zuiveringsmethoden sterk per regio. Het doel van het onderzoek is vooral om beter te begrijpen welke bijproducten extra aandacht verdienen en om overheden te ondersteunen bij toekomstige regelgeving.
De wetenschappers benadrukken dat consumenten zelf eenvoudige maatregelen kunnen nemen om DBP’s verder te verminderen, zoals het gebruik van gangbare waterfilters of het koken van water, waardoor vluchtige stoffen verdampen. De studie, gepubliceerd in Environmental Science & Technology Letters, moet bijdragen aan nóg veiliger drinkwater door wetenschap, beleid en praktische oplossingen met elkaar te verbinden.