Traditioneel Hollands dieet goed
voor sperma
Het aantal zaadcellen bij mannen die het
traditionele Hollandse dieet volgen is twee keer zo hoog als bij mannen die andere
voedingspatronen volgen. Bij vrouwen zorgt juist het Mediterrane dieet voor een verhoogde
vruchtbaarheid. Het Mediterrane dieet helpt tevens zwangerschapscomplicaties en aangeboren
afwijkingen te voorkomen. Aanstaande ouders zouden hierover beter moeten worden
voorgelicht. Dit en meer stelt drs. Marijana Vujkovic, researchanalist in het Erasmus MC,
in haar proefschrift Dietary Patterns and Human Reproduction, waarop zij op 20 oktober
hoopt te promoveren.
Voedingspatronen van de mens in de moderne
samenleving zijn complex en hebben een grote invloed op de voortplanting. Specifieke
voedingstekorten voor en tijdens de zwangerschap kunnen bijdragen aan
zwangerschapscomplicaties en aangeboren afwijkingen bij het kind. Veelal wordt zwangere
vrouwen daarom de inname van foliumzuur als supplement aangeraden. Marijana Vujkovic,
researchanalist op de afdeling Verloskunde en Vrouwenziekten van het Erasmus MC deed
onderzoek naar de relatie tussen voedingspatronen enerzijds en vruchtbaarheid en
zwangerschapsuitkomsten anderzijds. Daarvoor onderzocht zij stellen met een verminderde
vruchtbaarheid, die zich meldden bij de IVF-kliniek van het Erasmus MC.
Vujkovic vond dat het strikte gebruik van
het traditionele Hollandse dieet, bestaande uit vlees, aardappelen, groenten, fruit en
volkoren granen, ervoor zorgt dat het aantal zaadcellen in het sperma met 62 miljoen
cellen per milliliter bijna twee keer zo hoog is als bij mannen die een ander
voedingspatroon hebben (37 miljoen cellen per milliliter). Bij vrouwen is juist het
Mediterrane dieet, gekenmerkt door plantaardige olie, groente, vis en peulvruchten en
weinig snacks, gunstig voor de vruchtbaarheid. Strikt gebruik van het Mediterrane dieet
hangt samen met een 40% verhoogde kans op zwangerschap. Beide diëten zorgen bovendien
voor een automatische verhoging van het foliumzuurgehalte, resulterend in 70% minder
risico op aangeboren afwijkingen zoals een open ruggetje en hartafwijkingen.
Het Westerse voedingspatroon, gekenmerkt
door inname van bewerkt vlees, pizza, peulvruchten en aardappelen en weinig groenten is
vergeleken met het Gezonde voedingspatroon (vis, knoflook, noten en groenten) in relatie
tot het risico op een hazenlip.
Vujkovic pleit voor meer en betere
voorlichting over de effecten van voeding op de vruchtbaarheid en zwangerschap. Vujkovic:
"Het doel van mijn onderzoek is om de componenten van het natuurlijke menselijke
eetgedrag te identificeren die van invloed zijn op de menselijke voortplanting. We hebben
aangetoond dat een gezond voedingspatroon, gekenmerkt door hoge inname van groente, fruit
en vis, maar lage inname van bewerkt vlees en snacks, de vruchtbaarheid en de
zwangerschapsuitkomsten verbeteren. Het is belangrijk dat deze resultaten goed bekend
raken bij aanstaande ouders zodat zij een eigen bijdrage kunnen leveren hun individuele
gezondheid en die van hun kinderen."
Melatonine verdubbelt aantal IVF
successen
Sommige vrouwen die via een ivf-behandeling
zwanger proberen te raken, hebben een grotere kans op een zwangerschap wanneer ze het
hormoon melatonine gebruiken.
Lees
verder
Radio - IVF protocol is te algemeen
zegt hoogleraar medische ethiek
Gynaecologen kunnen beslissen ouders met
een kinderwens geen IVF behandeling te geven. De Nederlandse beroepsvereniging voor
gynaecologen, de NVOG, heeft hiertoe een protocol opgesteld. Maar de beslissing wel of
geen kind, bij de gynaecologen neerleggen leidt tot een hoop kritiek.
Download
MP3
Het vruchtbare oppervlak van de
zaadcel en de eicel
SNARE-eiwitten en bevruchting bij het
varken. Wanneer een zaadcel en een eicel samensmelten kan er nieuw leven ontstaan. Hoe de
twee geslachtscellen hierbij te werk gaan is nagenoeg onbekend. Het was al bekend dat vlak
voor de bevruchting aan het oppervlak van de zaadcel en de eicel voorbereidingen worden
getroffen om het samensmelten goed te laten verlopen. Jason Tsai bestudeerde bij varkens
de herrangschikking en de interacties van zgn. SNARE-eiwitten die optreden bij de
bevruchting. Deze eiwitten hebben een functie in de afgifte (secretie) van stoffen uit
zowel de eicel als de spermacel. Bij de bevruchting spelen beide secretie-processen een
essentiele rol.
Jason Tsai heeft ontdekt dat na de
uiteindelijke rijping van spermacellen of eicellen - die voorafgaat aan de bevruchting -
de secretie al helemaal is voorbereid, maar dat deze uiteindelijk pas optreedt zodra de
spermacel en de eicel elkaar ontmoeten. Tsai's conclusies kunnen in de toekomst relevant
zijn voor vruchtbaarheidsbehandelingen maar ook voor het ontwikkelen van nieuwe
anticonceptiemiddelen.
Kinderen die geboren werden door
toedoen van (gedeeltelijk) kunstmatige methoden om zwangerschap te bereiken, lopen meer
kans op aangeboren misvormingen
Echtparen die ART (assisted reproductive
technology) (= methoden om zwangerschap te bereiken door kunstmatige of gedeeltelijk
kunstmatige middelen) overwegen, worden best op de hoogte gebracht van de verhoogde kans
op aangeboren misvormingen.
Link
Nelly Busschots
Sojabonen hebben negatieve invloed
op de productie van zaadcellen
Wetenschappers in China hebben ontdekt dat
een van nature voorkomend bestanddeel van sojabonen, die steeds vaker worden verkocht als
substituut voor zuivelproducten op koemelkbasis, interfereert met dat deel van 't
mannelijke voortplantingssysteem, dat betrokken is bij de productie van zaadcellen.
Link
Constans Kootstra
Waarom sperma levels in mannen
dalende zijn
Levels van 'levende' sperma cellen in
mannen dalen en wetenschappers geloven dat ze nu de oorzaak weten. Onvruchtbaarheid kan in
de baarmoeder beginnen, zegt Steve Connor.
Link
Cindy Oppers
Eicelopbrengst IVF voorspelt
succesvolle afloop zwangerschap
De hoeveelheid gevonden eicellen bij een
IVF-behandeling heeft een
voorspellende waarde voor de kans op een miskraam of een chromosomaal
afwijkende zwangerschap. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van klinisch
geneticus in opleiding Maaike Haadsma van het Universitair Medisch Centrum
Groningen. Haadsma onderzocht de afname aan eicelhoeveelheid en
eicelkwaliteit naarmate vrouwen ouder worden. Zij promoveert 24 maart aan
de Rijksuniversiteit Groningen.
De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in
Nederland voor het eerst moeder worden is
de afgelopen dertig jaar gestegen van ruim 24 jaar in de jaren 1970 tot ruim 29 jaar
nu. Op latere leeftijd hebben vrouwen echter een kleinere kans om zwanger te
worden en als ze zwanger worden krijgen ze vaker een miskraam. Bovendien is de
kans op een kind met een chromosomale afwijking groter. Dit fenomeen wordt
reproductieve veroudering genoemd.
Afname kwaliteit en kwantiteit
Reproductieve veroudering wordt veroorzaakt
door een afname van de hoeveelheid en
kwaliteit van de eicellen en leidt uiteindelijk tot de menopauze. De afname in
eicelkwaliteit wordt veroorzaakt door een toename in delingsfouten, waardoor eicellen
ontstaan met een chromosoom te veel of te weinig. Het is onbekend of de afname in
eicelkwantiteit ook samenhangt met de afname in eicelkwaliteit. Als dit zo is, dan
heeft de gemeten eicelvoorraad van een vrouw wellicht voorspellende waarde voor
haar kans op een zwangerschap, miskraam of chromosomaal afwijkend kind.
Eicelopbrengst bij IVF
Klinisch geneticus in opleiding Maaike
Haadsma onderzocht verschillende methodes om
eicelvoorraden te meten. Zij bekeek onder andere gegevens van ruim 1800 vrouwen
die zwanger waren geworden na een IVF-behandeling. Bij IVF rijpen door toediening
van hormonen meerdere eicellen tegelijkertijd uit. Haadsma wilde weten of het aantal
eicellen dat bij IVF-behandeling wordt verkregen (eicelopbrengst), een voorspeller is
voor een succesvolle afloop van de zwangerschap. Zij ontdekte dat dit inderdaad zo
bleek te zijn: bij een hoge eicelopbrengst bij IVF is de kans op een levend geboren
kind zonder chromosoomafwijking groter.
Eicelvoorraadtesten
Haadsma ontdekte ook dat andere reguliere
testen die de eicelvoorraad bepalen,
zoals hormonale en echoscopische eicelvoorraadtesten, geen voorspeller zijn voor een
succesvolle zwangerschap. Wellicht geven de eicelvoorraadtesten de werkelijke
hoeveelheid eicellen onvoldoende goed weer.
Drie keer meer testosteron door
uiensap
Bij de groentenboer en in je supermarkt
ligt een spotgoedkoop voedingsmiddel. Gooi dat in een sapcentrifuge en geef het sap drie
weken aan ratten. Hun testosteronspiegel stijgt met 314 procent.
Link
Oorzaken en gevolgen van
kinderloosheid
Renske Keizer onderzocht de oorzaken en
gevolgen van kinderloosheid voor zowel vrouwen als mannen. Ze maakte hierbij gebruik van
gegevens van de Netherlands Kinship Panel Study (NKPS).
Er is weinig bekend over kinderloosheid,
hoewel tegenwoordig een op de vijf Nederlanders nooit de transitie naar ouderschap zal
maken. Welke mensen blijven kinderloos? Welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag? Hoe
en in welke mate is hun leven beinvloed door het niet hebben van kinderen? Keizer
bestudeerde deze vragen vanuit een levensloopperspectief.
De eerste empirische studie laat zien dat
kinderloosheid vaak geen keuze is die op een moment wordt gemaakt, maar eerder een
geleidelijk proces is. Zowel opleidingsniveau en werkgeschiedenis als relatiegeschiedenis
beinvloeden de kans om kinderloos te blijven.
De tweede studie toont aan dat kinderloze
mannen en vrouwen, in tegenstelling tot heersende stereotypen, even sterke gevoelens van
verantwoordelijkheid ten opzichte van hun familie ervaren als mensen met kinderen. Een
derde studie laat zien dat veranderingen in welbevinden die gepaard gaan met de transitie
naar ouderschap, ten grondslag liggen aan veranderingen op het gebied van werk en
relaties.
De vierde en laatste empirische studie
toont dat de gevolgen van kinderloosheid voor de levensuitkomsten van mannen minder sterk
zijn dan was verwacht. Veel verschillen zijn te wijten aan verschillen in partnerstatus.
Desalniettemin zijn kinderlozen minder betrokken bij de gemeenschap, verdienen ze minder
geld en werken ze minder uren dan vaders. Daarnaast zijn ze, wanneer partnerstatus in
ogenschouw wordt genomen, iets gelukkiger dan vaders met thuiswonende kinderen.
Universiteit Utrecht
Proefbuisvaders geven
onvruchtbaarheid door aan zonen
Volgens de Sunday Times is er ook een
keerzijde: bij een bepaalde IVF-behandeling zouden die vaders hun fertiliteitsproblemen
doorgeven aan hun zonen.
Link
Verband tussen huishoudelijke
chemicaliën en verminderde vruchtbaarheid.
In een vandaag gepubliceerd onderzoek wordt
het verband gelegd tussen een vermoedelijk verminderde vruchtbaarheid en brandvertragende
chemicaliën in meubels, electronica, stoffen etc. Californiërs hebben mogelijk een
hogere blootstelling hieraan dan inwoners uit andere staten.
Link
Vertaling : Annemieke ter Horst
Kwart single vrouwen wil eicellen
laten invriezen
Ruim een kwart van de kinderloze single
vrouwen in Nederland wil haar eicellen graag laten invriezen. Nog eens 51 procent van hen
overweegt deze nieuwe methode zeer serieus. De mogelijkheid om op latere leeftijd alsnog
van de juiste partner zwanger te kunnen raken wordt door een krappe 70 procent als een
positieve ontwikkeling gezien. Zo'n 19 procent van de vrouwen vindt het zelfs een goed
idee om tussen de 45 en 50 jaar nog een kind te krijgen. Dit blijkt ondermeer uit
onderzoek van online magazine Singlessite.nl.
Singles & kinderen
Van de vrouwelijke singles zonder kinderen zegt 26 procent haar eicellen wel in te willen
laten vriezen om zo op latere leeftijd alsnog kans te maken op het moederschap. Bij
alleenstaande vrouwen met kinderen ligt dit percentage een stuk lager. Slechts 8 procent
van hen heeft nog een dermate sterke kinderwens dat ze graag van deze mogelijkheid gebruik
zouden willen maken. Ook het aantal vrouwen dat nog twijfelt over de invriesmethode maar
wel serieuze belangstelling toont is fors te noemen. Bij kinderloze singles ligt dit op 51
procent, onder alleenstaande moeders is dit 40 procent.
45plus & zwanger
Bijna 70 procent van de single vrouwen ziet de invriesontwikkeling in zijn algemeenheid
als een positieve stap voorwaarts. Echter, over de maximum leeftijd waarop er nog gebaard
mag worden lopen de meningen uiteen. Zo zegt 63 procent van de ondervraagden het
tegennatuurlijk te vinden als vrouwen tussen de 45 en 50 jaar nog een kind krijgen terwijl
een overige 19 procent dit juist een bijzonder goed idee vindt. Als er naar de
persoonlijke leeftijdsgrens van de vrouwen wordt gevraagd vindt een derde het acceptabel
om tussen de 36 en 39 jaar nog zwanger te raken. Voor 19 procent ligt de grens tussen de
40 en 42 jaar en 12 procent ziet zichzelf tussen de 43 en 46 wel moeder worden. Slechts
een kleine 2 procent zou nog wel een kind willen als de 50 in zicht komt.
Kinderwens & partnerjacht
Maar liefst driekwart van de ondervraagde single vrouwen geeft aan een kinderwens te
hebben. Een kwart van hen omschrijft deze behoefte zelfs als zeer sterk. De wens om moeder
te worden blijkt dan ook een voorname rol te spelen bij het vinden en screenen van een
partner. Zo'n 41 procent zegt een relatiekandidaat vrijwel altijd te bekijken als
potentiële vader van haar kinderen. Nog eens 15 procent doet dit zelfs altijd. Toch is
het vinden van een partner voor ruim een kwart van de vrouwen niet noodzakelijk om hun
wens in vervulling te laten gaan. Zij durven ook te kiezen voor het alleenstaand
moederschap.
Promovendus: 'Laat patiënten zelf
beslissen over hun behandeling'
Mensen met een gezondheidsprobleem zijn
uitstekend in staat om zelf ingewikkelde beslissingen over hun medische behandeling te
nemen. Dit blijkt uit het proefschrift van Arno van Peperstraten, gynaecoloog in opleiding
bij het UMC St Radboud. Hij onderzocht de effecten van een keuzehulp voor ivf-paren bij de
beslissing om één of twee embryos in de baarmoeder te laten plaatsen. Van
Peperstraten promoveert op 3 september in Nijmegen. Paren die in aanmerking komen voor
ivf, staan voor de keuze om één dan wel twee embryos in de baarmoeder te laten
plaatsen. Dat is een buitengewoon ingewikkelde beslissing, die de ouders in spe, bij
gebrek aan kennis en omdat ze de consequenties niet goed overzien, noodgedwongen veelal
aan de arts overlaten. Nu is voor het eerst aangetoond, dat paren deze beslissing
heel goed zelf kunnen nemen. Zelfs beter dan artsen. Als ze tenminste de beschikking
hebben over alle relevante informatie en op de keuze gerichte hulp krijgen. Een kwart van
de zwangerschappen na ivf zijn tweelingzwangerschappen. De kans op sterfte en ziekte bij
moeders en kinderen is dan hoger dan bij een éénlingzwangerschap. Een
tweelingzwangerschap kan vermeden worden door bij ivf niet twee, maar één embryo in de
baarmoeder te plaatsen. Echter, de kans op zwangerschap bij het plaatsen van twee
embryos tegelijk is per poging hoger dan bij het plaatsen van één embryo. Bij
paren die kiezen voor het plaatsen van één embryo kunnen er dus uiteindelijk meer
ivf-pogingen nodig zijn om zwanger te worden, vergeleken met paren die kiezen voor twee
embryos. Daarnaast spelen er nog andere factoren mee bij de kans op zwangerschap,
bijvoorbeeld de leeftijd van de vrouw en het feit, dat de Nederlandse basisverzekering
maximaal drie ivf-pogingen vergoedt. De beslissing voor één of twee embryos is dan
ook een complexe afweging van kansen en risicos. Arno van Peperstraten ontwikkelde
een keuzehulp voor paren die voor deze afweging staan. Deze keuzehulp is een zorgvuldig
gestructureerd document, waarin de voors en tegens van beide opties zo worden
gepresenteerd, dat elk paar de keuze kan maken, die in hun geval de beste is. Hij
onderzocht het effect van de keuzehulp, in combinatie met begeleiding van de paren door
een speciale ivf-verpleegkundige. Wat bleek? Van de paren die gebruik konden maken van de
keuzehulp en de begeleiding koos 52 procent voor één embryo. Van paren die de standaard
ivf-zorg kregen, was dat 39 procent. Dat is een groot verschil en een opmerkelijk
resultaat. Op Europees niveau wordt bijvoorbeeld maar in 19 procent van de gevallen voor
één embryo gekozen. De ivf-patiënten vonden de keuzehulp een belangrijk hulpmiddel bij
hun beslissing, net zo belangrijk als de ondersteuning van hun behandelend arts. Van
Peperstraten toonde ook aan dat de inzet van de keuzehulp leidt tot meer kennis over ivf
bij de paren en tot een besparing op de kosten van de ivf-behandeling. Deze
kostenbesparing kwam door de afname van (dure) tweelingzwangerschappen. Bovendien zijn er
geen bijwerkingen: het gebruik van de keuzehulp leidde niet tot meer angst of onzekerheid
bij de patiënten. De promovendus is geen voorstander van een wettelijk verbod op het
plaatsen van twee embryos, zoals dat in Zweden bestaat. Daarmee ontneem je
paren, bij wie om goede redenen plaatsen van twee embryos wenselijk is, de
mogelijkheid op eigen nageslacht.