Marker voor vergroot risico op
schizofrenie gevonden
Een groep wetenschappers heeft een
genetische variant ontdekt, die een wezenlijke hoger risico laat zien voor schizofrenie
bij Ashkenazi Joden en andere bevolkingsgroepen. De studie is gepubliceerd door Cell Press
op 5 augustus in American Journal of Human Genetics, associeert een verwijdering van
chromosoom 3, wat leidt tot meer schizofrenie.
Potentiële nieuwe
geneesmiddelenbenadering van schizofrenie
Bij patiënten met schizofrenie zijn
verhoogde concentraties van kynureninezuur (KYNA) aangetroffen. Hoewel het nog niet
duidelijk is of de verhoogde spiegels oorzaak of gevolg zijn van de symptomen van
schizofrenie, trachtte Ulrike Dijkman via routes met bepaalde enzymremmers de
fysiologische consequenties van verhoging en verlaging van KYNA verder in kaart te
brengen.
Herpes kan bijdragen aan
cognitieve- en hersenafwijkingen bij schizofrenie
Blootstelling aan het veelvoorkomende virus
dat een koortslip veroorzaakt kan gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor het krimpen van
bepaalde delen van de hersenen en het verlies van concentratie vaardigheden, geheugen,
gecoördineerde bewegingen en behendigheid. Dit is op grote schaal gezien bij patiënten
met schizofrenie, blijkt uit onderzoek onder leiding van Johns Hopkins.
"We vonden dat een deel van de
cognitieve stoornissen meestal uitsluitend wordt toegeschreven aan de ziekte van
schizofrenie zelf, maar het zou best kunnen zijn dat juist een combinatie van schizofrenie
en eerdere blootstelling aan herpes simplex virus 1-infectie (die zich reproduceert in de
hersenen) de oorzaak is", zegt studieleider David J. Schretlen, Ph.D., universitair
hoofddocent bij de afdeling Psychiatrie aan de Johns Hopkins University School of
Medicine.
Het onderzoek, beschreven in Schizophrenia
Research welke in mei verscheen, zou kunnen leiden tot nieuwe manieren om cognitieve
stoornissen te voorkomen of te behandelen, zoals oonder meer met antivirale
geneesmiddelen, zeggen de wetenschappers.
Artsen weten al lang dat cognitieve
stoornissen, waaronder problemen met psychomotorische snelheid, concentratie, leren en
geheugen, overwegende kenmerken zijn van schizofrenie, welke naar schatting 1% van de
Amerikaanse bevolking treft. Cognitieve tekorten zijn vaak maanden tot jaren oppervlakkig
voordat ze ontwikkelen tot symptomen die traditioneel worden vastgesteld om deze ziekten
te diagnosticeren, zoals wanen of hallucinaties.
Enkele voorgaande studies hebben aangetoond
dat patiënten met schizofrenie en tevens in het bezit zijn van antilichamen tegen herpes
simplex virus 1 (HSV-1), het virus dat een koortslip veroorzaakt, meestal vaker
gediagnosticeerd worden met ernstige cognitieve stoornissen dan patiënten zonder deze
antistoffen. Andere studies hebben aangetoond dat patiënten met HSV-1-antilichamen een
verminderd hersenvolume hadden in vergelijking met patiënten zonder deze antilichamen.
Het is echter onduidelijk of deze cognitieve tekorten rechtstreeks gerelateerd zijn aan
het verminderde hersenvolume.
Voor het onderzoek rekruteerden Schretlen
en zijn collega's 40 schizofrene patiënten uit poliklinieken aan de Johns Hopkins en
Sheppard Henoch Pratt ziekenhuizen in Baltimore, Maryland. Bloedonderzoek toonde aan dat
25 van de patiënten antilichamen voor HSV-1 hadden en 15 hadden dit niet. De onderzoekers
lieten de patiënten testen uitvoeren om de snelheid van hun coördinatie,
organisatorische vaardigheden en het verbale geheugen te meten. De patiënten ondergingen
vervolgens MRI hersenscans de omvang van bepaalde gebieden in hun hersenen te meten.
Zoals in eerdere studies is aangetoond,
bleken patiënten met antistoffen tegen HSV-1 beduidend slechter op de cognitieve tests
scoorden dan patiënten zonder de antilichamen. Na uitbreiding op deze voorgaande
onderzoeken, bleek uit de analyse van hersenscans dat dezelfde patiënten die slecht
scoorden op de tests ook een verlaagd hersenvolume in de anterior cingulate, welke
snelheid en de mogelijkheid om tussen taken te wisslen controleert. Er was ook
vermindering in de kleine hersenen gevonden, welke motorische functies controleert.
Deze resultaten suggereren dat HSV-1
waarschijnlijk direct de veroorzaker van cognitieve tekorten door deze regio's in de
hersenen aan te vallen, zegt Schretlen.
Hoewel de onderzoekers zijn niet zeker
waarom schizofrenie de hersenen kwetsbaarder zouden kunnen maken voor een virale aanval,
zegt Schretlen dat de resultaten nu al nieuwe manieren van behandelen van de stoornis
suggereren. Uit gegevens van andere studies is gebleken dat antivirale medicijnen
psychiatrische symptomen bij sommige patiënten met schizofrenie kunnen verminderen.
"Als we schizofrene patiënten met HSV-1 antilichamen eerder kunnen opsporen, is het
waarschijnlijk mogelijk om het risico of de omvang van cognitieve tekorten terug te
dringen," voegt hij eraan toe.
Valerio gaat op pad met hen om zelf te
ervaren hoe het is om met een handicap te leven. -Ellen is nierpatiënt. Valerio bezoekt
haar als ze aan de dialyse ligt. Daarna eten ze samen, ondanks haar strenge zoutloze
dieet, een zoute haring. Valerio is er een paar maanden later ook bij als ze een
niertransplantatie ondergaat en een nieuwe nier krijgt van haar moeder. -Annelie is
schizofreen, ze hoort stemmen in haar hoofd en hoort een klein kind zingen. Ook ziet ze
dingen die er niet zijn. Valerio ervaart hoe dat is en gaat een dagje met Annelie op pad
om te zien hoe zij samen met deze personen haar leven leeft.
In 'Ik mis je' maakt Marion Lutke samen met
nabestaanden een unieke herinneringsfilm over een overleden dierbare. Maaike wordt op 1
juli 1987 geboren. Het is gelijk liefde op het eerste gezicht tussen moeder Marjolein en
haar dochter. In 1990 wordt het gezin uitgebreid met dochter Lonneke. Voor de buitenwereld
is Maaike een vrolijk meisje dat dol is op zingen en graag in het middelpunt van de
aandacht staat, maar thuis laat ze een andere kant van zichzelf zien. Op 13-jarige
leeftijd vertelt Maaike haar moeder dat ze zichzelf snijdt. Niet lang daarna wordt ze
opgenomen op de afdeling jeugdpsychiatrie. De gezondheid van Maaike verbetert niet. Ze
gaat van instelling naar instelling en doet verscheidene zelfmoordpogingen. Uiteindelijk
wordt de diagnose borderline en schizofrenie gesteld. Op 9 oktober 2006, als Lonneke in
Amerika is, krijgt Marjolein een verdrietig bericht. In 'Ik mis je' vertellen Marjolein en
Lonneke aan Marion Lutke over hun dochter en zus Maaike.
Waarom schizofrenie-symptomen pas
bij jong-volwassenen verschijnen?
Uit recent verschenen rapporten van twee
nieuwe onderzoekstudies o.l.v. Johns Hopkins onderzoekers blijken er mechanismes te zijn
die aan de basis van twee anatomische hersenafwijkingen liggen. Ze zouden beginnende
schizofrenie kunnen verklaren, en ook waarom schizofrenie-symptomen pas bij
jong-volwassenen zichtbaar worden. Beide anatomische en zeer kortstondige systeemfouten
worden beïnvloed door het gen DISC1. De spontaan gewijzigde (gemuteerde) vorm van dit gen
werd voor het eerst ontdekt bij een Schotse familie met een zwaar verleden van
schizofrenie en gelijksoortige mentale afwijkingen.
Leven met psychoses of schizofrenie
doe je niet alleen
Op initiatief van Ypsilon, vereniging van
familieleden van mensen met schizofrenie en/of psychose, heeft Stichting September voor
het eerst in Nederland een zelfzorgboek voor de naastbetrokkenen van mensen met een
psychische aandoening uitgebracht: het Zorgboek Schizofrenie,psychose en naastbetrokkenen.
Als iemand in je naaste omgeving een psychose of schizofrenie ontwikkelt, is dat voor
zowel degene die het betreft als voor de naastbetrokkenen pijnlijk en moeilijk te
accepteren. Lange tijd was het voor de naastbetrokkenen niet vanzelfsprekend bij de zorg
voor hun naaste betrokken te worden. Daar is gelukkig verandering in gekomen, onder meer
dankzij Ypsilon.
Door de jaren heen is gebleken dat er
betere behandelresultaten behaald worden als er goede afstemming met de naastbetrokkenen
plaatsvindt. Nog altijd is die afstemming niet vanzelfsprekend. Wel steeds vaker beseffen
hulpverleners dat de rol die de naastbetrokkenen innemen een grotere plaats verdient.
Volgens ervaringen van cliënten en hun naastbetrokkenen stemt nu ongeveer de helft van de
geestelijke gezondheidszorginstellingen (GGz) zaken af met de naaste omgeving.
Dubbele rol
Naast het verdriet om wat er met de naaste gebeurt, zien de naastbetrokkenen zich voor
allerlei problemen geplaatst waar vaak geen eenvoudige oplossingen voor bestaan.
Naastbetrokkenen vervullen vaak een dubbele rol. Aan de ene kant bieden ze hulp en zorg
aan hun naaste, zijn veelal mantelzorger. Anderzijds hebben zij zelf ondersteuning nodig
om die zorg goed te kunnen verlenen, zonder dat zij zichzelf uitputten.
Zorgboek
Het Zorgboek Schizofrenie, psychose en de naastbetrokkenen is voor mensen geschreven die
in hun naaste omgeving iemand met schizofrenie of psychose hebben. Het Zorgboek bevat een
groot aantal onderwerpen die kunnen spelen in en om het leven met de diagnose schizofrenie
en psychose, van medicijnen tot cognitieve gedragstherapie, van de dagbesteding tot
(zelfstandig) wonen, en van (gedwongen) opname tot verslavingsproblemen. Per onderwerp
worden eerst de basisfeiten gegeven, vervolgens praktische adviezen en ten slotte een of
meer ervaringsverhalen.
Door het boek lopen enkele rode draden.
Welke mogelijkheden zijn er voor de naastbetrokkenen om zelf voor hun naaste te zorgen?
Hoe kunnen ze daarbij hun eigen grenzen bewaken? Wat zijn de mogelijkheden om samen te
werken met professionele hulpverleners? Welke ondersteuning kunnen zij zelf krijgen?
Steeds weer staat het perspectief van de naastbetrokkenen voorop.
Betrouwbare informatie
Het Zorgboek Schizofrenie, psychose en de naastbetrokkenen van Stichting September is
gemaakt op initiatief van Vereniging Ypsilon, in het kader van het 25-jarig jubileum.
Ypsilon zet zich met grote energie in voor de positie van zowel de naastbetrokkenen als
hun zieke naasten.
Oestrogeen in de strijd tegen
schizofrenie
Professor Ina Weiner van de faculteit
psychologie van de Universiteit van Tel Aviv rapporteert de volgende bevindingen: het
terugbrengen van de oestrogeenspiegel naar een normaal niveau biedt mogelijk bescherming
tegen gevoeligheid voor schizofrenie bij vrouwen die in de menopauze zijn. Professor
Weiner wijst erop dat er in de medische wetenschappelijke kringen een verhit debat
plaatsvindt over de voors en tegens van hormoonvervangende therapie als aanvulling op de
conventionele behandeling van schizofrenie. Tegenstanders wijzen op de verhoogde kans op
baarmoederhalskanker en
hartinfarcten bij mensen die hormoonvervangende supplementen krijgen. Maar volgens deze
studie van Weiner, waarbij gekeken werd naar specifieke factoren die mogelijk gerelateerd
zijn aan schizofrenie, kan hormoonvervangende oestrogeentherapie positieve gedragseffecten
hebben.
Nieuwe aanwijzingen voor rol herpes
virus bij ontstaan schizofrenie
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij
het ontstaan van schizofrenie. De precieze
oorzaak van de aandoening is echter nog onopgehelderd. Recent onderzoek toont aan
dat een infectie met het herpesvirus "onder meer veroorzaker van de koortslip" -
een
belangrijke rol kan spelen. Promovenda Janine Doorduin vond hiervoor nieuwe
aanwijzingen. Ze toont in proefdieren aan dat een infectie van de hersenen leidt tot
een ontsteking in de hersenen. Hierdoor verandert het gedrag en de regulatie van
neurotransmitters op een manier die ook bij schizofreniepatiënten wordt waargenomen.
Wordt de herpesinfectie behandeld met antipsychotica, die worden gebruikt bij
schizofrenie, dan neemt de ontsteking in de hersenen af. Verder toont Doorduin aan
dat er bij schizofreniepatiënten met een psychose een ontsteking aanwezig is in de
hippocampus. In de temporale hersenen vond ze bij deze patiënten een infectie met
het herpesvirus. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de precieze rol van het
herpesvirus is bij het ontstaan van schizofrenie.
Emoties herkennen moeilijk voor
mensen met schizofrenie
Mensen met schizofrenie hebben vaak veel
moeite met het herkennen van emoties
van anderen. Dit hangt niet per se samen met emotionele problemen, maar houdt
verband met andere symptomen van schizofrenie, concludeert Marjolijn Hoekert in
haar proefschrift. Diagnostiek en behandeling van emotie-perceptiestoornissen zouden
deel moeten uitmaken van de begeleiding van schizofreniepatiënten, stelt Hoekert.
Door patiënten te trainen in het herkennen van emoties van anderen, kunnen mogelijk
ook symptomen van schizofrenie verbeteren.
Scientists demonstrate link between
genetic defect and brain changes in schizophrenia
For decades, scientists have thought the
faulty neural wiring that predisposes individuals to behavioral disorders like autism and
psychiatric diseases like schizophrenia must occur during development. Even so, no one has
ever shown that a risk gene for the disease actually disrupts brain development. Now,
researchers at the University of North Carolina at Chapel Hill School of Medicine have
fund that the 22q11 gene deletion- a mutation that confers the highest known genetic risk
for schizophrenia - is associated with changes in the development of the brain that
ultimately affect how its circuit elements are assembled.
'Disfunctionele perceptie syndroom'
nieuwe naam voor schizofrenie
De patiëntenvereniging Anoiksis heeft
zaterdagavond 3 oktober op een feestelijke bijeenkomst in Utrecht de nieuwe naam voor de
ziekte schizofrenie bekend gemaakt: disfunctionele perceptie syndroom (dps). De naam werd
uit 320 inzendingen op een in april begonnen prijsvraag gekozen door een jury bestaande
uit een vertegenwoordiger van de vereniging Anoiksis, de familievereniging Ypsilon,
psychiater Jules Tielens en vanuit maatschappelijk perspectief Judith Pennarts,
verslaggever NOVA.
Zowel patiënten als familie ergeren zich
aan het verkeerde gebruik van het woord schizofrenie in de gewone taal en willen daarom
een andere naam die geen associaties oproept met de dubbele persoonlijkheid. "De kern
van de ziekte is een verkeerde, disfunctionele, interpretatie van de waarneming in de
hersenen van de patiënt en dat is precies wat de nieuwe naam benadrukt", aldus de
jury.
Belangrijk is volgens de jury ook dat de
nieuwe naam niet verbasterd kan worden tot aanduiding van een persoonlijkheid van de
patiënt. De schizofrene persoonlijkheid bestaat niet, ook al wordt dat in nieuwsberichten
vaak wel gesuggereerd. Patiënten met het disfunctionele perceptie syndroom zijn er in
allerlei vormen, met allerlei persoonlijkheden, van zachtaardig tot misdadig zoals dat ook
onder gezonde mensen het geval is.
---
Ik ben blij dat er gekozen is voor een
gemakkelijk te onthouden naam die veel mensen zal aanspreken..... :)
Misschien dat we ADHD ook kunnen omdopen in
"Het syndroom waarmee apothekers en psychiaters hun zakken vullen ten koste van een
kwetsbare groep kids". Dat geeft meteen duidelijkheid naar het publiek toe....
En "De kern van de ziekte is een
verkeerde, disfunctionele, interpretatie van de waarneming in de hersenen", is
dit niet het probleem bij veel politici die de burger compleet negeren bij hun
beslissingen ?
Het is maar een idee......
Ron
Hallucinaties bij schizofrenie
gelinkt aan gestoorde taalwaarneming
Hallucinaties van mensen met schizofrenie
komen voort uit stoornissen in de waarneming van gesproken taal, concludeert Ans Vercammen
op basis van haar promotieonderzoek. Vercammen verrichtte onder meer gedragsexperimenten
bij een gezonde studentenpopulatie en een groep patiënten met schizofrenie. Hierbij
onderzocht ze de relatie tussen de waarneming van gesproken taal en de neiging tot het
ervaren van hallucinaties. Ook gebruikte de promovenda MRI scans om de oorsprong van
hallucinaties in kaart te brengen. Hierbij bleek dat bij hallucinerende patiënten een
aantal hersengebieden, die betrokken zijn bij zogenaamde interne spraak, in
volume afwijken van die van gezonde proefpersonen, en ook anders functioneren. Vercammen
toont aan dat het horen van stemmen bij schizofrenie voortkomt uit fouten in normale
denkprocessen, die bij alle mensen een rol spelen.
Schizo door een parasiet?
Eencellige morrelt aan brein en gedrag
Psychiater Fuller Torrey probeert al 35
jaar te bewijzen dat schizofrenie een infectieziekte is. In 2001 wijdde The New York Times
Magazine on the Web er een boeiend artikel aan. De toxoplasma-parasiet verandert ratten in
kattenliefhebbers, met fatale gevolgen. Bij mensen wordt hij in verband gebracht met
schizofrenie. En inderdaad: medicijnen die tegen deze psychiatrische aandoening helpen,
onderdrukken ook de kattenliefde van geïnfecteerde ratten. Toeval?
Structurele hersen-'afwijkingen' in
schizofrenie en depressieve stoornis
In zijn proefschrift beschrijft Cédric
Koolschijn verschillende MRI-onderzoeken naar schizofrenie en depressieve stoornis.
Koolschijn wilde weten of factoren als leeftijd en medicatie invloed hebben op de
progressieve hersenveranderingen bij schizofreniepatiënten. Hij analyseerde daarom de
volumeverandering van de hippocampus, een hersenstructuur die belangrijk is voor leren en
geheugen, bij patiënten met schizofrenie en gezonde controles. Inderdaad bleek het
leeftijdsverloop van volumeveranderingen in de hippocampus te verschillen tussen
patiënten met schizofrenie en gezonde individuen. Ook bleken eerste generatie en tweede
generatie antipsychotica verschillend van invloed te zijn op de volumeverandering van de
hippocampus bij schizofreniepatiënten. Koolschijn concludeert dat vervolgonderzoek zich
zou moeten richten op het combineren van MRI-technieken en meer longitudinaal onderzoek om
hersenveranderingen beter in kaart te brengen en de invloed van externe factoren zoals
medicatie beter te begrijpen.
UMCG start onderzoek naar inzet
webtechnologie bij schizofrenie
Het Universitair Medisch Centrum Groningen
begint met het Instituut voor Wiskunde en Informatica (IWI) van de RUG een onderzoek naar
de mogelijkheid om webtechnologie in te zetten bij de behandeling van
schizofreniepatiënten. Doel hiervan is tweeledig: bezien of de patiënt zelf meer invloed
kan krijgen op de behandeling en nagaan of dit kan leiden tot voorkómen van opnames of
een verkorting van de opnameduur. Het UMCG en IWI hebben voor dit onderzoek een subsidie
ontvangen van ZonMW, de Nederlandse organisatie voor Gezondheidsonderzoek en
Zorginnovatie. Patiënten die lijden aan schizofrenie hebben uiteenlopende behoeften aan
zorg en gebruiken daarom veelal een combinatie van voorzieningen, zoals psychiatrische
zorg, rehabilitatie en woonvoorzieningen. Hierdoor speelt het aanbod van zorg en de keuze
voor specifieke interventies niet altijd voldoende in op de individuele zorgbehoeften van
patiënten. De onderzoekers willen patiënten een softwareprogramma - My Care genaamd - in
handen geven. My Care combineert hun individuele profiel met specifieke informatie en
beschikbare interventies. Dit kan patiënten beter informeren en ze daardoor tot meer
gelijkwaardig gesprekspartners maken van hun behandelaars. Ook contactmogelijkheden tussen
patiënt en behandelaar en tussen patiënten onderling maken deel uit van de
webtechnologie. De uiteindelijke toepassingsmogelijkheden van My Care worden samen met de
patiënten ontwikkeld en vastgesteld. De onderzoekers willen nagaan of patiënten hiermee
beter in staat zijn hun ziekte zelf te managen. Zo kan een effect zijn dat de patiënt
vaker contact heeft met de behandelaar. Ook is lotgenotencontact tussen patiënten hiermee
wellicht beter te realiseren. Tevens kan het effect van medicatie sneller of beter
blijken. Als de toepassingen zijn vastgesteld en het systeem operationeel is, gaan de
onderzoekers het gebruik en de effecten van My Care na. Het onderzoek wordt uitgevoerd
door het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG en het IWI. Er wordt samengewerkt
met Lentis, GGZ Friesland en GGZ Drenthe. Het onderzoek zal vier jaar gaan duren. In
Nederland is nog niet eerder bij deze groep patiënten deze nieuwe vorm van zorg
toegepast.
Geschiedenis antipsychotica: een
registratie over 50 jaar van meer kwaads dan goeds
Volgens de normen in de zorg voor
schizofrenie is het nodig om patiënten onbepaalde tijd antpsychotische medicijnen te
blijven voorschrijven. Het bewijs voor deze praktijk komt voort uit onderzoek waaruit
blijkt dat de medicijnen doeltreffend zijn bij de behandeling van acute psychotische
symptomen en bij het voorkomen van terugval [1,2]. Historici voeren ook aan dat door de
introductie van neuroleptica in de jaren 50 de psychiatrische ziekenhuizen leger raakten
en dat dit nader bewijs vormt voor de verdiensten van deze medicijnen [3]. Toch blijven de
langetermijnresultaten voor schizofrenie mager en mogelijk niet beter dan 100 jaar
geleden, toen watertherapieën en frisse lucht de gebruikelijke behandelmethoden waren
[4-7]. Het onderzoeksoverzicht vertoont een duidelijke paradox. De werkzaamheid van
neuroleptica lijkt vast te staan maar toch is er onvoldoende bewijs dat aantoont dat deze
medicijnen het leven van patiënten op de lange termijn hebben verbeterd. Deze paradox
heeft onlangs geleid tot een ongebruikelijk redactioneel artikel in Eur. Psychiatry,
waarin de vraag werd gesteld: "Zijn wij, na vijftig jaar neuroleptische medicijnen,
in staat om de volgende, eenvoudige vraag te beantwoorden: Zijn neuroleptica doeltreffend
bij de behandeling van schizofrenie?" [8]. Een diepgaande beoordeling van de
onderzoeksliteratuur levert een verrassend antwoord op. Een overmacht aan bewijs toont aan
dat de huidige zorgstandaard "voortdurende medicatietherapie voor alle patiënten met
deze diagnose" meer kwaad dan goed doet.
--
Dit betreft een wetenschappelijk artikel
van een geronnomeerd medisch auteur/journalist die zich heeft gespecialiseerd in
antipsychotica. Hij heeft meerdere jaren met een bedrijf de ontwikkeling van
antipsychotica gevolgd (CenterWatch), en hij was directeur publicaties aan Harvard Medical
School. Hij is zeer geïntereseerd om mee te werken aan een interview over het onderwerp.
Zijn e-mail is robert.b.whitaker@verizon.net. Zijn website is www.madinamerica.com
(bestseller in Amerika) Het originele artikel in Elsevier is hier te downloaden in PDF
formaat, en is hier professioneel vertaald:
Hoogleraren in The Lancet: Etiket
schizofrenie is bedrog en moet afgeschaft
Er hangen veel valse mythen rondom schizofrenie, bijvoorbeeld dat het synoniem is voor een
gespleten persoonlijkheid. Omdat het eerder een verzamelnaam is voor een nog onbekend
aantal onderliggende ziektes, zou de benaming schizofrenie afgeschaft moeten worden. Dat
zeggen de twee hoogleraren psychiatrie Jim van Os en Shitij Kapur in een artikel dat in
augustus in medisch tijdschrift The Lancet verschijnt.