Depressieve hersenen wapenen
zichzelf tegen negatieve prikkels
Mensen die lijden aan een depressie
ontwikkelen een soort afweermechanisme in hun hersenen, dat de aandacht voor negatieve
prikkels onderbreekt en ongecontroleerde emotionele reacties helpt vermijden.
Reaktie lezer : mbt nieuwe studie
naar manische depressiviteit
Ik juich grondig onderzoek toe maar ik
twijfel bij voorbaat toch een beetje aan de methode die gebruikt wordt want er is al
zoveel onderzoek gedaan naar deze "ziekte", en allerlei ziektekosten verhogende
medische behandelingen zijn al bij zoveel patiënten uitgevoerd met weinig resultaat of
zelfs een verslechtering. Kijk eens in ziekenhuizen (te gek voor woorden), daar worden
mensen met geestelijke problemen behandeld door toediening van antidepressiva alsof de
chemie een oplossing is van geestelijk ongemak, of elektroshock "therapie"
waardoor hersencellen worden vernietigd en in het ergste geval hersenoperatie.
Het lijkt erop dat de reguliere geneeskunde
totaal is verdwaald. Helaas komen al die dwalingen voor rekening van de
ziektekostenverzekering en de belastingbetaler. De mensen worden bewust of onbewust dom
gelaten waardoor die geestelijke afwijkingen zich steeds verder kunnen gaan ontwikkelen.
Gelukkig zijn er in de alternatieve sfeer allerlei mogelijkheden om mensen met
depressiviteit te behandelen. In het algemeen moet ik helaas ook stellen dat ook de
mentaliteit van de huidige samenleving dit soort geestelijke problemen toelaat. Helaas
raakt de mens in het algemeen steeds meer uit communicatie met de ander terwijl we toch op
de wereld zijn om elkaar te helpen, nietwaar?
Dit wordt nog aangewakkerd door de
samenleving te gaan mengen met anderstaligen. Ik gun een ieder een goed bestaan maar het
heeft zo zijn nadelen. Ik heb bijvoorbeeld een Koreaanse buurman, heel aardig maar ik kan
er niets mee want hij spreekt geen Nederlands of Engels. Mijn advies: lees een boek over
het verwerken van verliezen of het verbeteren van geestelijke gezondheid dan krijg je meer
kennis van zaken en dan hoeft het in de meeste gevallen niet zover te komen dat iemand
manisch depressief wordt.
Peter Hamel
Waarom is fluoxetine (Prozac) van
Lilly anders dan de anderen?
Is healthcare even eerlijk als de zieken
eerlijk ziek zijn? Is Hippocrates de garantie dat artsen niet iatrogeen en chemisch nieuwe
ziekten doen ontstaan? En toch is fluoxetine van Lilly, anders dan de fluoxetine van de
generieken.
Stevig wandelen blijkt heilzamer dan een antidepressivum. David Serban-Schreiber is
psychiater en schrijver van het boek Uw Brein als Medicijn. Bekend van zijn visie Visolie/
omega 3 en voeding.
Dagelijkse inname beter dan een enkele megadosering. Recent onderzoek associeert lage
vitamine-D-waarden wederom met een verhoogde kans op depressie. De onderzoeksresultaten
tonen dat ouderen met een serumwaarde lager dan 50 nmol/L een duidelijk hogere kans hebben
op een depressie dan leeftijdgenoten met een waarde vanaf 50 nmol/L [1]. In 2008 gaf
onderzoek in Nederland aan dat lage vitamine-D-waarden en verhoogde parathormoonwaarden
geassocieerd zijn met een hogere prevalentie van depressie onder ouderen (leeftijd 65-90
jaar) [2].
Het werkingsmechanisme van de medicatie
blijft onbekend. Een 'diagnose' is pure tovenarij, het verhaal van de stoffetjes om te
corrigeren is puur verzonnen.
3,4 miljoen voor onderzoek naar
biomarkers voor depressie
Informatie over de chemische processen die
een rol spelen bij depressie wordt in het innovatieproject Brainlabs gecombineerd met
hightech chemische analyse. Doel is om een bruikbaar diagnostisch instrument gebaseerd op
biomarkers op de markt te brengen. De Rijksuniversiteit Groningen, het Universitair
Medisch Centrum Groningen, Wageningen UR en de bedrijven Lionix BV, Zebra Bioscience BV,
Bohlmeijer Holding BV en Brainlabs BV gaan hiervoor een samenwerkingsverband aan voor een
periode van vier jaar. Het project wordt met een bedrag van 3,4 miljoen euro gesubsidieerd
door het ministerie van Economische Zaken, de provincies Gelderland en Overijssel en de
betrokken partijen.
Biochemie hersenen verandert
Volgens de huidige inzichten gaan
psychiatrische aandoeningen gepaard met veranderingen in de biochemie van de hersenen.
Uitgangspunt van het biomarker project is dat deze veranderingen voor een deel terug te
vinden zijn in bloed en urine van patiënten. Na uitgebreid literatuur onderzoek naar
chemische verbindingen in bloed en urine die in verband zijn gebracht met depressie, zijn
er in totaal 45 veelbelovende kandidaten geselecteerd.
Het idee is dat de juiste combinatie van
biomarkers een depressie en het genezen ervan duidelijk kan aantonen. Het onderzoek moet
leiden tot een praktisch toepasbaar meetinstrument voor zowel huisartsen als psychiaters.
Verschillende meetmethoden
Om de biomarkers in de praktijk toepasbaar
te maken voor de eerste - en tweedelijns gezondheidszorg, huisartsen en specialisten zijn
innovatieve technologieën nodig. Om die reden worden in het project Brainlabs
verschillende meetmethoden ontwikkeld die toegepast kunnen worden bij de diagnostiek en
behandeling van depressieve stoornissen. Zo zal er gebruik worden gemaakt van optische
chips en nieuwe technieken om moleculen aan deze chips te hechten. Hierdoor wordt het
mogelijk om de biomarkers
met grote specificiteit en gevoeligheid te meten. De eerste fase van het onderzoeksproject
is gericht op de ontwikkeling van deze innovatieve meettechnieken. In de tweede fase van
het onderzoeksproject zal de
toepasbaarheid in de praktijk worden getoetst bij patiënten met een depressieve stoornis,
voor en na een antidepressieve interventie.
Volksziekte
Depressieve stoornissen komen zeer veel
voor. Volgens de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) zal depressie in 2020 zelfs
volksziekte nummer 2 zijn. Op dit moment lijden circa 850.000 Nederlanders aan een vorm
van depressieve stoornis. Het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van
verschillende interventies op biomarkers voor depressie maakt deel uit van het programma
waarin de onderzoeksgroepen Biologische Psychiatrie en Moleculaire Neurobiologie van de
Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen participeren.
Grootschalig Europees onderzoek
onthult genderverschillen in depressie
Uit een grootschalig internationaal en
uniek onderzoek van de vakgroep Sociologie van de UGent blijkt dat Europese vrouwen zich
gemiddeld dubbel zo vaak als mannen depressief voelen. België is een van de landen met de
grootste kloof tussen mannen en vrouwen. Een vergelijking tussen landen was tot nu toe
niet mogelijk bij gebrek aan uniforme onderzoeksgegevens. De sociologen van de UGent
maakten voor hun onderzoek gebruik van de gegevens van de European Social Survey (ESS-3),
een enquête die in 2006-2007 in 25 Europese landen bij ruim 46.000 personen werd
afgenomen.
In zowat alle Europese landen signaleren
vrouwen significant meer depressieve gevoelens dan mannen. Enige uitzonderingen zijn
Ierland en Finland. In de voormalige Sovjetlanden en in Zuid-Europa, met Portugal als
koploper, zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen groter dan in andere landen. Deze
verschillen zijn vooral uitgesproken in bepaalde subgroepen, zoals personen zonder job,
lager opgeleiden of mensen die in armoede leven. Betaald werk hebben en een goed inkomen
weegt als positieve factor meer door bij mannen, terwijl vrouwen meer voordeel halen uit
een opleiding. Ook het feit dat men niet met een partner samenwoont, hangt zowel bij
mannen als bij vrouwen sterk samen met depressieve gevoelens. Toch leidden vooral mannen
onder een echtscheiding of het verlies van hun partner, omdat dan vaak ook hun primaire
vertrouwenspersoon wegvalt. Vrouwen hebben vaker (ook) vertrouwenspersonen buiten het
gezin. De mate waarin deze risicofactoren samenhangen met depressie verschilt echter sterk
tussen de Europese landen.
De Belgische situatie
In vergelijking met West-Europa heeft de
Belgische bevolking relatief veel te kampen met depressieve gevoelens, maar dit is nog
aanzienlijk lager dan in de Oost-Europese landen. België behoort wel tot de koplopers wat
betreft het genderverschil in depressie. Enkel in Rusland, Portugal en Cyprus werd een
groter verschil gevonden. Net als in de rest van Europa signaleren Belgische mannen en
vrouwen meer depressieve klachten wanneer ze werkloos of langdurig ziek zijn. Uit dit
onderzoek blijkt dat in de meeste Europese landen de sociaal-economische positie, eerder
dan familiegerelateerde factoren, het meest doorweegt op de mentale gezondheid van zowel
mannen als vrouwen. Belgische mannen vormen hier, samen met Oostenrijkers en Fransen, een
uitzondering: familiegerelateerde factoren leggen bij hen meer gewicht in de schaal dan
hun socio-economische positie.
Belgische mannen leiden echter opmerkelijk
meer aan depressie dan de gemiddelde Europese man indien ze niet samenwonen met een
partner. Belgische vrouwen halen dan weer meer dan gemiddeld voordeel uit een hogere
opleiding, maar signaleren ook meer depressieve klachten dan de gemiddelde Europese vrouw
indien gescheiden.
De Belgische gegevens laten zien dat een
farmacologische, psychiatrische of therapeutische duiding van het verschijnsel of
interventie niet bijdraagt tot de verklaring en oplossing ervan. De Belgen scoren immers
hoog in de vragenlijst, ondanks het feit dat de consumptie van antidepressiva en
angstremmers in België hoog ligt.
Naast psycho-biologische oorzaken van
depressie wijzen de verschillen tussen de landen er op dat ook sociale omstandigheden een
belangrijke rol spelen in het verklaren van genderverschillen in depressie. Wanneer het
voorkomen van depressie en de verschillen tussen mannen en vrouwen vanuit de
volksgezondheid worden benaderd, moet vertrokken worden vanuit de maatschappelijke
posities die mannen en vrouwen in nemen en de gevolgen voor hun welbevinden. In de meeste
landen dragen vrouwen nog steeds de grootste verantwoordelijkheid over de gezinszorg,
gekenmerkt door beperkte keuzevrijheid en status. Vrouwen met een betaalde job kampen vaak
met overbelasting door de combinatie gezin-werk.
Daarnaast reageren mannen en vrouwen
verschillend op stressvolle gebeurtenissen in hun leven, zoals het verliezen van hun job
of hun partner. Interlandelijke verschillen in de organisatie van sociale voorzieningen en
in de genderideologie van een land, vormen belangrijke hypotheses om de interlandelijke
verschillen in depressie te verklaren.
Huisarts negeert richtlijnen bij
depressies en angststoornissen
Patiënten met een depressie of
angststoornis verkiezen praten boven pillen, terwijl de huisarts tegenwoordig juist vaker
medicijnen voorschrijft.
Dit is een studie gepubliceerd in het
huidige nummer van psychotherapie en Psychosomatische en het verkent de relatie tussen
depressie en coronaire spasmen.
Prinzmetal en collega's beschreven een
syndroom dat in rust gekenmerkt wordt door angina pectoris en geassocieerd wordt met
coronaire spasmen, dat wil zeggen: een tijdelijk toegenomen vasculaire tonus. Gezien het
feit dat coronaire spasmen een potentieel psychologische achtergrond heeft en een minder
structurele basis heeft voor zijn symptomen, hypothetiseren de auteurs dat depressie (dat
bekend als een belangrijke factor die invloed uitoefend op de cardiovasculaire gezondheid)
zelfs bij een sub-drempelwaarde aanzienlijk kan bijdragen aan het voorkomen van coronaire
spasmen.
Het doel van deze studie was om de associatie te evalueren tussen coronaire spasmen en
coronaire atherosclerose en hoe sterk deze associatie is.
De steekproef omvatte patiënten uit een
welgevestigd cohort met pijn op de borst die verwezen waren voor coronair angiografie
(CAG) en later gediagnosticeerd waren met coronaire spasmen of met coronaire
atherosclerose. Deelnemers aan de studie waren 335 patiënten met pijn op de borst of met
andere problemen op de borst die tussen juli 2004 en mei 2005 toegelaten waren voor CAG in
het cardiale Center op de Kangnam St. Mary's Hospital. 26 deelnemers vielen uit wegens
onverwachte redenen (n = 17), of ze hadden per direct spoedeisende hulp nodig (n = 9).
Uiteindelijk zijn 292 (83.2%) deelnemers in de uiteindelijk analyse betrokken. CAG is
uitgevoerd om een bevestigende en differentiële diagnose te kunnen stellen voor coronaire
hartziekte. Coronaire atherosclerose werd gediagnosticeerd wanneer er sprake was van
atherosclerotische stenose dat 50% of groter was dan de referentie-luminale diameter in
een of meerdere kransslagaders. Coronair spasme was gediagnosticeerd bij coronaire spasmen
die meer dan 90% vernauwing van een kransslagader lieten zien gezien vanaf de baseline
diameterwaarden (dwz pijn op de borst en ST-segment elevatie na intracoronaire injectie
van acetylcholine). Controle deelnemers werden geselecteerd waarbij geen van deze
condities voorkwamen, maar waarbij wel een terugkerende pijn op de borst werd vastgesteld.
Met het oog op een psychiatrische diagnose, werden semi-gestructureerde interviews
gehouden door een psychiater die volledig onbekend was met de medische geschiedenis of met
de status van de proefpersonen. Deze interviews werden binnen 24 uur verzameld na de CAG,
waarbij gebruikt werd gemaakt van de DSM-IV criteria. Symptomen van depressie werden
gemeten middels de 17-tiem Hamilton Depression Rating Scale (HDRS). De onderzoekers
gebruikten univariate en multivariate multinomiale logistieke regressie modellen om de
relatie tussen depressie en coronaire hartziekte vast te stellen volgens CAG principes.
Multinomiale logistieke regressie modellen met resultaten betreffende normale coronaire
angiographische uitkomsten, coronaire spasmen en coronaire atherosclerose werden gebruikt.
Van de uiteindelijk 292 deelnemers in de
uiteindelijke analyse, werden 63 gediagnosticeerd met coronaire spasmen (21.6%), evenals
117 uit de coronaire atherosclerose groep (40.1%, stabiele / onstabiele angina pectoris of
myocard infarct). 112 deelnemers met normale angiographische uitkomsten dienden als
controle groep (38.4%). 32 (11.0%) van de deelnemers had een klinische depressie. De
gemiddelden (ranges) van HDRS scores voor elke coronaire spasme, coronaire atherosclerose,
en de controle groep was 6,76 (0-26), 5,51 (0-20) en 4,33 (0-19), respectievelijk. Een
univariate multinomiale logistisch regressie model indiceerde dat de prevalentie van
coronaire spasmen hoger was in mannelijke patiënten (OR = 2.06, 95% CI = 1.103.86,
p = 0.02) en die in het verleden rookten (OR = 2.43, 95% CI = 1.175.50, p = 0.02).
Er werd een negatieve associatie tussen de aanwezigheid van hypertensie (OR = 0.40, 95% CI
= 0.200.80, p = 0.01) en de diagnose van coronaire spasmen gevonden. Gecorrigeerd
voor vastgestelde risicofactoren in de multivariate multinomiale logistische regressie,
werd depressie in verband gebracht met de diagnose voor coronaire spasmen (OR = 4,17, 95%
CI = 1.51-11.54, p = 0,006), maar niet met coronaire atherosclerose (OR = 1.13, 95% CI =
0,40-3,21, p = 0,81) ten opzichte van referentiewaarden voor normale coronaire
angiografische bevindingen. Wanneer er getest werd met subgroepen volgens de ernst van de
symptomen van depressieve, was er een dosis-respons relatie tussen depressie en coronaire
spasmen, maar niet tussen depressie en coronaire atherosclerose (p-waarden voor trend =
0,001 en 0,31, respectievelijk).
De huidige studie repliceerde bekende
dosis-repons relaties tussen bekende risico factoren en coronaire atherosclerose. De
onderzoekers hebben geen interactieve effecten gevonden tussen depressie en de
risicofactoren voor het ontstaan van specifieke soorten van coronaire hartziekte (alle
p-waarden voor interactie waren >0.20). De huidige studie is het eerste rapport dat een
sterke associatie laat zien tussen depressie en coronaire spasmen. Deze dosisrespons
relatie was onafhankelijk van bekende risicofactoren voor coronaire atherosclerose. Verder
dragen deze risicofactoren voor coronaire atherosclerose niet bij aan de ontwikkeling van
coronaire spasmen.
Voor volledige bibliografische informatie:
Yoon, S.J.; Kim, T.-S.; Seung, K.B.; Kim, P.J.; Lee, C.; Jun, T.-Y.; Lee, C.-U.; Lyoo,
I.K. Role of Depressive Symptoms in Coronary Artery Spasm. Psychother Psychosom
2010;79:191-193.
Is Depression Being Overtreated? -
Ian Hickie and Tanveer Ahmed
Psychiatrists Ian Hickie and Tanveer Ahmed
debate whether the recent spike in depression cases signal the end of an old problem or
the beginnings of a new one. The pursuit of happiness is one of the unalienable rights
enshrined in the U.S. Declaration of Independence. But is our relentless striving to feel
good no matter what actually making us miserable? Would we be better to accept that life
comes with good times and bad, and make peace with that? This IQ2 debate, held in Sydney
in March 2010, pits those who believe that happiness is a worthwhile goal that can be
found in pleasures material and social, against those who hold that people should abandon
unrealistic goals and seek quiet comfort within. - Australian Broadcasting Corporation
Professor Ian Hickie is a professor of psychiatry and the Executive Director of the Brain
and Mind Research Institute, based at the University of Sydney. Hickie was the inaugural
CEO of Beyondblue: the national depression initiative, which aims to address issues
associated with depression. Tanveer Ahmed is a psychiatry registrar and writer. He is a
former television journalist who is a regular contributor to the major circulars,
primarily The Sydney Morning Herald. While Ahmed has varied interests (he is an appointee
to the Advertising Standards Board, has been a national representative for the Australian
Medical Association, has been chosen as one of 100 future leaders of Australia, and has
even appeared as a co-host on a prime time game show), he is most well-known for his
writings on Islamic affairs and multiculturalism.
Chocolade maakt mogelijk depressief
Onderzoekers concluderen dat mensen die
minstens elke week chocolade eten minder vrolijk zijn dan mensen die slechts af en toe een
stukje chocolade nuttigen.
Ongeveer 15% van mensen in een bevolking
krijgt ooit in zijn/haar leven met een depressie te maken. Dat is grofweg eenzesde van de
bevolking. Vrouwen zijn hier nog vaker slachtoffer van dan mannen. Depressie is
stress-gerelateerd. Dit kan mentale maar ook fysieke stress zijn. Hierbij zijn op fysiek
niveau twee mineralen van belang: calcium (Ca) en magnesium (Mg). Calcium heeft in het
lichaam onder andere rollen in spiersamentrekking en - ontspanning en impulsoverdrachten
in zenuwen en celmembranen. Magnesium heeft rollen in meer dan 300 enzymsystemen,
energie-metabolisme en - net als calcium- in spierfuncties. Calcium en magnesium hebben
met betrekking tot spiersamentrekking en - ontspanning antagonistische (tegenwerkende)
rollen.
Gebruik medicatie bij
angststoornissen en depressie neemt toe
- Angst Dwang en Fobie stichting
organiseert op woensdag 28 april
Informatieavond over medicatie in Driebergen.
- Richtlijn Angststoornissen vernieuwd:
Liever therapie en zelfhulp. Medicijnen pas als laatste keuze.
- ADF stichting ontvangt jaarlijks 20.000
informatievragen van mensen met angststoornissen.
Eén op de vijf Nederlanders maakt in zijn
of haar leven een angststoornis door. We spreken dan al snel over meer dan een miljoen
mensen. Volgens de Nederlandse Richtlijn Behandeling Angststoornissen kunnen medicijnen
een belangrijk onderdeel van de behandeling zijn. Ook als bij angst-en dwangklachten
depressieve gevoelens aanwezig zijn, wat vaak het geval is, kunnen medicijnen worden
voorgeschreven. Het gebruik van medicatie om deze gevoelens in te tomen neemt toe. Maar
tegelijk nemen de vragen ook toe: Werkt het wel? Is het middel niet erger dan de kwaal?
Wat zijn de effecten op de langere termijn?
De Richtlijn Angststoornissen is recent
gereviseerd. Aanleiding voor de update is nieuw wetenschappelijk onderzoek dat onder meer
aantoonde dat het meest voorgeschreven middel bij angst - antidepressiva- vooral bij
lichte klachten een grote placebowerking heeft.
Ton van Balkom, hoogleraar psychiatrie
verbonden aan VU mc en voorzitter van de commissie Herziening Angst- en
Depressierichtlijn: "We adviseren artsen in de nieuwe richtlijn om niet gelijk
medicijnen voor te schrijven. De eerste stap is om voorlichting te geven, met als doel de
patiënt te activeren en het vermijdingsgedrag tegen te gaan".
De ADF stichting vindt het goed dat er
medicatie is, maar ook dat er kritisch naar gekeken wordt. Daarom organiseert de stichting
op 28 april a.s. in Driebergen een informatieavond over medicatie bij angst en depressies.
Professor van Balkom informeert deze avond de aanwezigen over tal van aspecten rondom
medicatie voor angst- of dwangklachten. Ook is er volop gelegenheid om vragen te stellen.
Een apotheker zal daarnaast informatie geven over benzo's/tranquillizers en het afbouwen
hiervan.
De Richtlijn Angst is te vinden op
www.adfstichting.nl en op www.nedkad.nl
Geïnteresseerden dienen zich vooral aan te
melden voor de informatie-avond: E-mail:tinekekuipers@adfstichting.nl of telefonisch
0900-2008711.
Nauwelijks tot geen bewijs voor
betrokkenheid eerder gevonden genen bij depressie
Meer dan vijftig genen blijken niet
betrokken te zijn bij het ontstaan van depressie, in tegenstelling van wat eerdere studies
beweerden. Dit blijkt uit een recente studie van een onderzoeksgroep van het Universitair
Medisch Centrum Groningen. Dit betekent dat veel onderzoek naar de achtergronden van
depressie, jarenlang op een verkeerde veronderstelling is gebaseerd. Zij publiceren
hierover in het toonaangevende blad Molecular Psychiatry van deze maand.
De onderzoeksgroep deed een uitvoerige
studie naar de vraag of 57 genen waarvan eerder was gerapporteerd dat ze betrokken waren
bij depressie, dat inderdaad zijn. Het gaat om een omvangrijk onderzoek, waarbij in één
keer het hele genenprofiel van ongeveer 1800 depressieve patiënten en 1800 gezonde
personen, met elkaar is vergeleken. Via drie verschillende analysemethoden werd de
betrokkenheid bij depressie van slechts vier van deze 57 genen min of meer bevestigd. Voor
de betrokkenheid bij depressie van de andere 53 genen werd dus geen bewijs gevonden. Dit
is opmerkelijk omdat meerdere studies het verband tussen die 53 genen en depressie hadden
gevonden. Deze recente studie is aanmerkelijk groter dan alle eerdere onderzoeken, die een
gemiddelde grootte hadden van ongeveer 160 patiënten en 250 controles.
Mogelijke verklaringen voor deze
tegengestelde uitkomst zijn het complexe karakter en de verschillende verschijningsvormen
van een depressie. Ook de mogelijke omgevingsfactoren die bepalen of een gen wel of niet
tot expressie komt (de zogenaamde gen-omgevingsinteractie), kunnen een rol hebben
gespeeld. De uitkomst van de studie van de onderzoekers van het UMCG maakt in ieder geval
duidelijk hoe weinig er feitelijk nog maar bekend is over de genen die betrokken zijn bij
depressie. Een andere mogelijke verklaring voor dit op het eerste oog teleurstellende
resultaat is dat eerdere positieve bevindingen feitelijk toevalsbevindingen waren die wel
tot wetenschappelijke publicaties hebben geleid, terwijl eerdere negatieve bevindingen
minder kans hadden gepubliceerd te worden. Dit wordt in onderzoekerskringen het fenomeen
van 'publicatiebias' genoemd. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de vier in dit nieuwe
onderzoek bevestigde genen in toekomstig onderzoek op hun beurt ook niet bevestigd kunnen
worden.
Overigens betekent het resultaat van dit
nieuwe onderzoek niet dat depressie niet voor een belangrijk deel erfelijk bepaald is. Het
is zeker dat vele genen betrokken zijn bij depressie terwijl ieder van deze genen apart
een heel klein effect heeft. Om welke genen het gaat is echter nog grotendeels
onopgehelderd. De studie was een initiatief van de afdelingen Psychiatrie en Epidemiologie
van het Universitair Medisch Centrum Groningen in samenwerking met o.a. het VU Medisch
Centrum in Amsterdam en het Leids Universitair Medisch Centrum. Voor zijn studie is
gebruik gemaakt van gegevens van de GAIN-NESDA-NTR genome wide association studie, een
gezamenlijk initiatief van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA) en het
Nederlands Tweeling Register (NTR).
Onderzoekers hebben de eerste link
gevonden tussen stress, zorgen en depressie
Onderzoekers van de universiteit van
Western Ontario hebben de biologische link tussen stress, zorgen en depressie gevonden.
Door het identificeren van het verbindingsmechanisme in de hersenen, liet dit onderzoek
-geleid door Stephen Ferguson van de Robarts Research Instituut- precies zien hoe stress
en zorgen tot depressie kunnen leiden.
Meditatie wordt al langer gebruikt om
stress te bedwingen en te ontspannen. Nu blijkt de techniek ook zeer efficiënt in de
strijd tegen psychologische problemen zoals depressies.
Trancendente Meditatie vermindert in
belangrijke mate de symptomen van depressie, en zorgt daarmee voor een afname van het
risico op een hartziekte bij ouderen.
Mensen met een laag opleidingsniveau, laag
inkomen of zonder betaalde baan lopen een groter risico op een psychische aandoening. Dat
blijkt uit onderzoek van het Trimbos-instituut, dat dinsdag is gepresenteerd.
Gezonde margarines maken
depressief, olijfolie blij
Depressies zouden minder vaak voorkomen als
we collectief minder dieetmargarines zouden gebruiken, en zouden overstappen op olijfolie.
Dat kun je afleiden uit een epidemiologische studie van Georgia Southern University
waarvoor een kleine vijfduizend mensen tien jaar werden gevolgd. De vetzuren in olijfolie
lijken te beschermen tegen depressie, terwijl de vetzuren in de meeste "gezonde"
margarines de kans op depressie juist verhogen.
Pamela Ruis zit van de ene op de andere dag
thuis met een burn-out. Totaal uitgeput meldt ze zich bij de bedrijfsarts. Die luistert
niet naar haar verhaal en noemt haar depressief. Woedend leest Pamela hem de les. Ze gaat
op zoek naar de juiste hulp. Presentatie: Elsemieke Havenga.
Migraine en depressie: gedeelde
genetische factoren
Dat migrainepatiënten somber worden door
hun ziekte ligt voor de hand. Toch komt hun depressie niet voort uit de hoofdpijn maar uit
een genetisch aanleg. Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en
het Erasmus MC tonen dat aan.
In een gezamenlijk onderzoek van het Leids
Universitair Medisch Centrum en het Erasmus MC, gepubliceerd in het internationale
vaktijdschrift Neurology, wordt voor het eerst aangetoond dat het gezamenlijk voorkomen
van migraine en depressie ten minste deels verklaard wordt door gemeenschappelijke
genetische factoren.
De studie omvatte 2.652 personen die eerder
deelnamen aan de Erasmus Rucphen Familie (ERF) studie, een genetisch geïsoleerde
populatie. Genealogische informatie heeft aangetoond dat alle deelnemers afstammen van 22
echtparen die tussen 1850 en 1900 in de plaats Rucphen woonden.
Van de deelnemers aan de studie hadden er
360 migraine. Van hen hadden 151 personen migraine met aura, een vorm van migraine waarbij
de hoofdpijn voorafgegaan wordt door bijvoorbeeld het zien van lichtflitsen of
zigzaglijnen, en 209 personen migraine zonder aura. In totaal waren er in de studie 977
personen met een depressie, waarbij 25 procent van de migrainepatiënten ook een depressie
had. Van de proefpersonen zonder migraine had slechts 13 procent een depressie.
De auteurs van de studie hebben door middel
van een statistische berekening kunnen schatten wat de relatieve bijdrage van genetische
factoren is voor beide aandoeningen. Voor migraine werd de erfelijkheid geschat op 56
procent. Dat wil zeggen dat 56 procent van de aandoening wordt verklaard door genetische
factoren. Voor migraine met aura was dit 96 procent. Deze bevinding laat zien dat de kans
op het vinden van migrainegenen het grootst is voor migraine met aura.
In de vergelijking van de erfelijkheid van
migraine bij migrainepatiënten met en zonder depressie blijkt dat er gedeelde genetische
factoren zijn voor deze twee aandoeningen. Dit geldt vooral voor migraine met aura. Dit
suggereert dat er een gezamenlijk genetisch mechanisme is dat beide aandoeningen kan
veroorzaken.
Meer inzicht in het onderliggende
ontstaansmechanisme kan ertoe leiden dat er gerichter medicijnen ontwikkeld kunnen worden
om zowel migraine als depressie te voorkomen. Binnen het LUMC zijn de afdeling Neurologie
en Psychiatrie samen met GGZ Leiden bezig een gezamenlijke aanpak voor migraine en
depressie te ontwikkelen.
Korte cognitieve training lang
effectief bij depressie
In een recente studie blijkt dat cognitieve
therapie zeker vijf jaar bescherming biedt, nadat iemand is opgeknapt van meerdere
depressieve episoden. Het onderzoek werd uitgevoerd aan het AMC en de Rijksuniversiteit
Groningen door dr. C. Bockting.
Depressie is op dit moment één van de
meest voorkomende psychische aandoeningen. De kans op terugval is groot en kan zelfs
oplopen tot negentig procent. Daarom is een adequate behandeling ter voorkoming van
terugval uitermate belangrijk.
Onderzoek dat in december gepubliceerd zal
worden in het toonaangevende Journal of Clinical Psychiatry, laat zien dat cognitieve
therapie een beschermend effect biedt bij het vóórkomen van terugval bij depressie.
Lange termijn effecten van deze therapie waren tot nu toe echter nog niet onderzocht.
In de nieuwe studie wordt dat wel gedaan.
In het onderzoek werden 172 mensen 5,5 jaar gevolgd nadat ze hersteld waren van meerdere
depressies. Ze kregen at random ofwel reguliere behandeling (dwz geen behandeling of
antidepressiva) toegewezen of een kortdurende cognitieve training naast de reguliere
behandeling. Na 5,5 jaar blijkt dat het terugvalpercentage in de tweede groep significant
lager is bij mensen die hersteld zijn van meerdere depressieve episodes, met name als men
al enkele eerdere
depressies heeft ondergaan.
Psychologische training lijkt een
vruchtbare methode om terugval bij depressie terug te dringen. Het is echter nog de vraag
of het een vervanging kan zijn voor het veelal levenslang slikken van antidepressiva of
dat deze training beter gecombineerd kan worden met antidepressiva. Inmiddels zijn
landelijke vervolgstudies gestart aan de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met
de Universiteit van Amsterdam, Maastricht en Rotterdam. Ook zal worden onderzocht voor wie
welke behandeling het beste is en of een internet (E mental health) variant van deze
training ook beschermend werkt tegen terugval (Zie ook: www.doorbreek-depressie.nl).
Complexiteit oorzaken depressie
nader in kaart
Depressie is een aanmerkelijk ingewikkelder
fenomeen dan veel mensen - onder wie veel artsen - denken. Depressieve symptomen ontstaan
door een complex samenspel van genen, veranderingen in de spiegels van hormonen en
neurotransmitters, stressvolle gebeurtenissen en eerder doorgemaakte depressies. Dat
blijkt uit onderzoek van promovendus Bennard Doornbos.
Enkele biologische verklaringen voor het
ontstaan van depressie stellen dat een tekort aan neurotransmitters, hormonen of
omega-3-vetzuren depressie kunnen veroorzaken. Het onderzoek van Doornbos laat zien dat
veranderingen in hormoonspiegels of neurotransmitters, zoals die zich voordoen tijdens de
zwangerschap - een periode waarin de hormoonspiegels snel fluctueren -, kunnen leiden tot
depressieve symptomen, maar alleen in een kleine groep vrouwen. Daarnaast lijkt het erop
dat depressieve symptomen niet worden veroorzaakt door veranderingen in de concentratie
van een enkel hormoon of neurotransmitter, maar dat daarvoor een combinatie van
verstoringen in verschillende hormoon- en neurotransmittersystemen nodig is. Ook de stress
rondom de bevalling blijkt een belangrijke rol te spelen. Tenslotte blijken depressieve
symptomen met name te ontstaan bij vrouwen die eerder depressief zijn geweest.
Opnieuw heeft Kristel een juweeltje van een
artikel geschreven, recht uit het hart. Een waardevolle beschouwing op een proces, dat
haarzelf ook in zijn macht had: Depressie. De grote vraag die zij in dit
artikel beantwoord, is de vraag of wij wel op de goede weg zijn, met Depressie al
afwijking te beschouwen. Een ziekte zelfs..! Doen we onszelf eigenlijk niet vreselijk te
kort met deze instelling..?
Lichttherapiebril maakt bestrijding
winterdepressie makkelijker
Deze week is een nieuwe, praktische
oplossing gelanceerd voor de 600.000 Nederlanders die lijden aan herfst- en
winterdepressies. Een speciale lichttherapiebril maakt het mogelijk om lichttherapie te
ondergaan terwijl de drager volledige bewegingsvrijheid houdt. De dagelijkse
ochtendroutine kan zo gewoon doorgaan zonder dat iemand een tijd stil moet zitten voor een
vaste lamp. De BlueLight Mobile, die wordt geïntroduceerd door Goodlite
(www.goodlite.nl), maakt gebruik van speciale medische blauwe LEDs met lage intensiteit en
kan gedragen worden in combinatie met een gewone bril.
Lichttherapie maakt deel uit van reguliere
geneeskunde en wordt steeds vaker toegepast bij een breed aantal ziektebeelden.
Lichttherapie heeft als doel de verstoorde biologische klok van het lichaam te herstellen.
De Nederlandse behandelrichtlijnen opgesteld door de Landelijke Stuurgroep
Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ adviseert lichttherapie als eerste keus
voor de behandeling van winterdepressie(1.
De BlueLight Mobile lichttherapiebril is
ontwikkeld door het Duitse bedrijf Dr. Hönle Medizintechnik. In de lichttherapiebril
zitten twee LEDs die vooral licht met een golflengte van 462 nanometer 'blauw' afgeven.
Dit is de meest effectieve golflengte om de biologische klok van het lichaam en de aanmaak
van het slaaphormoon melatonine te beïnvloeden.(2,3)
De effectiviteit van de BlueLight Mobile is
wetenschappelijk onderzocht in een vergelijkende studie aan het Charité Universitair
Ziekenhuis voor Psychiatrie en Psychologie te Berlijn(4.
De lichttherapiebril weegt slechts 55 gram
en sluit door het ergonomische ontwerp goed aan op het hoofd. De lampjes zijn zo geplaatst
dat het licht niet storend is voor de ogen. De geïntegreerde accu heeft een capaciteit
voor 4 tot 6 gebruikssessies.
Verkrijgbaarheid:
De BlueLight Mobile is op dit moment verkrijgbaar op www.goodlite.nl en binnen enkele
weken bij gezondheidswinkels en opticiens. De adviesprijs van de lichttherapiebril is 479
euro.
Over lichttherapie:
Lichttherapie wordt toegepast bij een breed aantal ziektebeelden met als doel de
verstoorde biologische klok van het lichaam te herstellen. De biologische klok speelt een
belangrijke rol bij tal van lichaamsprocessen zoals het slaap-waakritme,
energiehuishouding en stemming. Door een 'tekort' aan licht, ouder worden of door ziekte
kan de biologische klok ontregeld raken waardoor de lichaamsklok niet meer gelijk loopt
met de normale 24-uursklok. Het gevolg is dat het lichaam bepaalde lichaamprocessen start
of stopt, wat op dat moment van de dag helemaal niet gewenst is. Lichttherapie wordt
succesvol ingezet bij winterdepressie, maar ook bij onder andere slaapproblemen,
eetstoornissen, burnout, jetlag en (pre- en postnatale) depressie.
1) Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire
Richtlijnontwikkeling in de GGZ. Trimbos-instituut 2005, Utrecht
2) Berson DM et al. Science 2002;295(5557):1070-3
3) Lockley RW et al. J Clin Endocrinol Metab 2003;88(9):4502-5
4) Charité Universitätsmedizin Berlin 2009, Penzel T, Golz M. In press.
Ruim een miljoen mensen tijdens de winter
in depressieve stemming
Meer dan 1,2 miljoen mensen in Nederland
hebben een depressieve stemming tijdens het najaar en de winter. Bij ongeveer 450.000 van
hen is sprake van een winterdepressie. Mensen die last hebben van deze vorm van depressie
komen tijdens de winterperiode vrijwel tot niets. Iedereen kan een winterdepressie
krijgen. Maar vooral vrouwen in de leeftijd van 13 tot en met 55 jaar hebben er een
grotere gevoeligheid voor. Winterdepressie wordt vaak verward met de winterblues. Mensen
met winterblues zijn niet ziek, maar hebben wel klachten. Deze klachten zijn hetzelfde als
bij winterdepressie maar minder ernstig. Gelukkig is lichttherapie een doeltreffende
behandeling die de meeste mensen uitkomst biedt.
Adrianne Dercksen, hoofd communicatie en
voorlichting van het Fonds Psychische Gezondheid, legt uit: "sommige mensen zouden
het liefst een soort winterslaap houden. Dat kan niet in een 24-uurs economie. Toch kun je
aan de 'blues' ook een positieve draai geven. Doe een dikke winterjas aan en ga tóch naar
buiten. Eet lichtere voeding en blijf in beweging. Dat is belangrijk. Is het buiten grijs
en kwakkelt het weer: maak je huis gezellig en doe een kaarsje aan. Lees een boek, lekker
op de bank. Geef toe aan je gevoel en maak een pas op de plaats. Lichttherapie is bij de
meeste mensen met winterdepressie en winterblues effectief. Het kan een goede manier zijn
om je wat beter te voelen tijdens de donkere dagen. En blijf je realiseren: het wordt
vanzelf weer zomer."
Lichttherapie prima!
Het is al weer midden september en de dagen
worden korter. Voor winterdepressiepatienten betekent het dat binnenkort de
lichttherapielampen weer uit de kast komen. Ik besloot eens na te lezen in de recente
wetenschappelijke literatuur of er nog nieuwe inzichten zijn over depressie en licht
therapie en ontdekte een hele wereld aan interessante onderzoeken.
Dr John Rengen Virapen,
Whistleblower of the Psychopathic Pharmaceutical Industry, Speaks Out
Dr John (Rengen) Virapen is een voormalig
wetenschapper die na 35 jaar in dienst te zijn voor de farmaceutische industrie (Eli
Lilly) ontslag heeft genomen om het publiek te waarschuwen over de gevaarlijke motieven en
kwade praktijken van de farmaceutische industrie en psychiatrische medicijnen. Waar ik
uiteindelijk directeur werd van een bedrijf in Zweden, een affiliate bedrijf van een van
de grootste en meest kwade farmaceutische bedrijven in de wereld, Eli Lilly Co. Omdat ik
deel uitmaakte van het kwaad. Ik had een carriëre. Ik deed veel slechte dingen. Ze hebben
me ontslagen. Ik starte mijn eigen bedrijf en werkte voor verschillende andere
farmaceutische bedrijven, grote bedrijven, multinationals. Mensen sterven door het
gebruiken van psychiatrische medicijnen en dit is gelegaliseerd. Omdat ik persoonlijk
medewerkers van de Zweedse overheid heb omgekocht om het psychiatrische medicijn Prozac®
(antidepressivum) toe te laten op de Zweedse markt.
Kun je je dat voorstellen?
Bekijk de video waarin Dr John Virapen
spreekt over zijn carriëre en waarin hij zijn kennis deelt over de ware aard van
psychiatrische medicijnen en de farmaceutische industrie:
Tip: Zielenknijper.nl
De Piekerpil
De Piekerpil, een interessante reportage
van de Vara, in een uitzending van Zembla op YouTube. Over het zoveelste bedrog van de
farmaceutische industrie, dat leidt tot de depressie-epidemie. In ons land slikken bijna 1
miljoen mensen antidepressiva. De laatste jaren is uit meerdere onderzoeken gebleken, dat
veel mensen met een lichte of matige depressie de pillen helemaal niet nodig hebben.
Eine "Frontal 21" Dokumentation
des ZDF die am 9.12.2008 um 21:00 Uhr lief, es geht um Koruption und die Gefahr von
gewissen Präperaten (Antidepresivum) die mitunter Selbstmord zur Folge haben, die aber
vermutlich durch geziehlte Bestechung in Deutschland zugelassen wurden. Ich besitze dieses
Material nicht! Ich habe es lediglich zu Informationszwecken aus dem Abendlichen
Fernsehprogramm aufgenommen, alle rechte liegen bei dem Veröffentlicher ZDF und Frontal
21, sollte mich die Forderung erreichen das Video zu entfernen, so werde ich dies sofort
tun!
Poor Sleep Quality Linked to
Postpartum Depression
Postpartum depression (PPD) can lead to poor sleep quality, recent research shows. A study
published in the current issue of the Journal of Obstetric, Gynecologic, & Neonatal
Nursing shows that depression symptoms worsen in PPD patients when their quality of sleep
declines. Sleep deprivation can hamper a mothers ability to care for her infant, as
judgment and concentration decline. Sleep-deprived mothers also may inadvertently
compromise their infants sleep quality because infants often adopt their
mothers circadian sleep rhythms.
Are too many people now diagnosed as having depression? Two experts give their views in
this weeks BMJ. Professor Gordon Parker, a psychiatrist from Australia says the
current threshold for what is considered to be clinical depression is too low.
He fears it could lead to a diagnosis of depression becoming less credible. It is, he
says, normal to be depressed and points to his own cohort study which followed 242
teachers. Fifteen years into the study, 79% of respondents had already met the symptom and
duration criteria for major, minor or sub-syndromal depression. He blames the
over-diagnosis of clinical depression on a change in its categorisation, introduced in
1980. This saw the condition split into major and minor disorders.
He says the simplicity and gravitas of major depression gave it cachet with
clinicians while its descriptive profile set a low threshold.
Clinical depression linked to
abnormal emotional brain circuits
In what may be the first study to use brain imaging to look at the neural circuits
involved in emotional control in patients with depression, researchers at the University
of Wisconsin-Madison have found that brains of people with clinical depression react very
differently than those of healthy people when trying to cope with negative situations.
Complementary medicines can help
mild depression and premenstrual syndrome
Many people use "alternative or complementary products because they see them as
a more gentle form of medicine. Not all dietary supplements and "alternative
products are harmless though. The German Institute for Quality and Efficiency in Health
Care has now analysed the latest research on several products and released the results
along with a guide for consumers.
The results of a major review of published research that examined the relationship between
depression and level of omega-3 fatty acids in the diet suggest that omega-3 fatty acids
have antidepressant effects. However, the researchers point out that the quality of the
studies means it's still too soon to say definitively that omega-3s can treat depression
or bipolar disorder.
UNC study ties ending moderate
drinking to depression
Scientific evidence has long suggested that moderate drinking offers some protection
against heart disease, certain types of stroke and some forms of cancer. But new research
shows that stopping drinking including at moderate levels may lead to health
problems including depression and a reduced capacity of the brain to produce new neurons,
a process called neurogenesis.
Some antidepressants associated
with gastrointestinal bleeding
A class of antidepressants known as selective serotonin reuptake inhibitors (SSRIs) appear
to be associated with bleeding in the upper gastrointestinal tract, according to a report
in the July issue of Archives of General Psychiatry, one of the JAMA/Archives journals.
The effects appear increased when antidepressants are combined with other stomach-harming
medications and decreased when acid-suppressing agents are used.Since the early 1990s,
case reports have suggested an association between SSRIs and bleeding in the upper
gastrointestinal (GI) tract, according to background information in the article. "The
wide use of this drug class requires research to provide more accurate risk estimates, to
identify factors that may further increase the risk and, in particular, to determine
whether using acid-suppressing agents may reduce the risk," the authors write.
"It is also important to determine whether venlafaxine hydrochloride, a new
antidepressant related to SSRIs, also increases the risk of bleeding, as some individual
case reports have suggested."
Brown study finds link between
depression and household mold
A groundbreaking public health study, led by Brown University epidemiologist Edmond
Shenassa, has found a connection between damp, moldy homes and depression. Results are
published in the American Journal of Public Health.
Nursing study concludes postnatal
depression can possibly be prevented drug-free
A heart-to-heart chat with a peer has proven an effective way to prevent postnatal
depression in high risk women, cutting the risk of depression by 50%, according to a
University of Toronto nursing study published in BMJ Online today. Dr. Cindy-Lee Dennis,
an associate professor at the Lawrence S. Bloomberg Faculty of Nursing and Canada research
chair in perinatal community health, examined the effectiveness of telephone-based peer
support to prevent postnatal depression in high risk women. After Web-based screening of
more than 21,000 women from seven health regions in Ontario, 701 high risk mothers were
recruited and randomized to receive standard postnatal care or standard care and the
support of a peer volunteer (who had experienced postnatal depression themselves).
Promising results in deep brain
stimulation for patients with treatment-resistant depression
New data from a study of patients with treatment-resistant depression who underwent deep
brain stimulation in the subcallosal cingulate region of the brain shows that this
intervention is generally safe and provides significant improvement in patients as early
as one month after treatment. The patients also experienced continued and sustained
improvement over time.
Penn research shows transcranial
magnetic stimulation effective in treating major depression
Researchers at the University of Pennsylvania School of Medicine and other study sites
have found that transcranial magnetic stimulation -- a noninvasive technique that excites
neurons in the brain via magnetic pulses passed through the scalp -- is a safe and
effective, nondrug treatment with minimal side effects for patients with major depression
who have tried other treatment options without benefit.
Depression linked to bone-thinning
in premenopausal women
Even in young women, depression is as potent a risk factor for osteoporosis as are low
calcium intake, smoking, and lack of exercise, NIH researchers have found. Imbalances in
the immune system appear to be involved. Depression generally isn't on clinicians' radar
screens as a risk factor for bone-thinning -- but it should be.
Heart disease is linked to worse
mental processes that, in turn, predict the onset of dementia
Coronary heart disease is associated with a worse performance in mental processes such as
reasoning, vocabulary and verbal fluency, according to a study of 5837 middle-aged
Whitehall civil servants. The study also found that the longer ago the heart disease had
been diagnosed, the worse was the persons cognitive performance and this effect was
particularly marked in men. The study is published online in Europes leading
cardiology journal, the European Heart Journal [1] today (Wednesday 23 July); the authors
say it is important because impaired cognition predicts the onset of dementia and death,
while coronary heart disease (CHD) remains the leading cause of death in many western
countries such as the UK. It is important to elucidate the link between these two
diseases, said Dr Archana Singh-Manoux, who led the research. The prevalence
of dementia rises with age, doubling every four to five years after the age of 60, so that
over a third of people older than 80 are likely to have dementia.
N.Y. research team discovers how
antidepressants and cocaine interact with brain cell targets
In a first, scientists from Weill Cornell Medical College and Columbia University Medical
Center have described the specifics of how brain cells process antidepressant drugs,
cocaine and amphetamines. These novel findings could prove useful in the development of
more targeted medication therapies for a host of psychiatric diseases, most notably in the
area of addiction.
Depression is over-diagnosed and
over-treated, says top psychiatrist
Leading mental health researcher Gordon Parker says that psychiatrists are too quick to
diagnose and treat people for depression. Parker made his claims in an article in the
British Medical Journal. Criticizing the current diagnosis guidelines as overly broad,
Parker says that the term has now become a "catch-all" for a variety of normal
emotional conditions.
Both water intake and thirst sensation decline with age, and so does mental function. When
your pituitary gland begins to dry up, vasopressin, a hormone it secretes, is likewise
handicapped. Vaso refers to the blood vessels, and pressin refers to constriction or
pressing. Vasopressin regulates the flow of water to the cells and intracellular spaces in
your body. When this hormone reaches a cell membrane, it presses water through a
filtration receptor so that only water reaches and hydrates the cell. This is crucial
because vital organs begin to fail without proper hydration.
Study identifies changes to DNA in
major depression and suicide
Autopsies usually point to a cause of death but now a study of brain tissue collected
during these procedures, may explain an underlying cause of major depression and suicide.
The international research group, led by Dr. Michael O. Poulter of Robarts Research
Institute at The University of Western Ontario and Dr. Hymie Anisman of the Neuroscience
Research Institute at Carleton University, is the first to show that proteins that modify
DNA directly are more highly expressed in the brains of people who commit suicide. These
proteins are involved in chemically modifying DNA in a process called epigenomic
regulation. The paper is published in Biological Psychiatry.
Depression nearly triples the risk of death following a heart attack, even when accounting
for other heart attack risk factors, according to research presented today at the American
College of Neuropsychopharmacology annual meeting, which showed that among 360 depressed,
post myocardial infarction patients followed for more than six years, those who did not
recover from their depression in the first six months were more than twice as likely to
die.
Novel treatment strategies for major depression with broader treatment success or a more
rapid onset of action would have immense impact on public health, a new study published in
the Dec. 1 issue of Biological Psychiatry explains.
Likely cause of postpartum blues
and depression identified
Unique biochemical crosstalk that enables a fetus to get nutrition and oxygen from its
mother's blood just may cause common postpartum blues, researchers say. That crosstalk
allows the mother's blood to flow out of the uterine artery and get just a single cell
layer away from the fetus' blood, says Dr. Puttur D. Prasad, biochemist in the Medical
College of Georgia School of Medicine. That controlled exchange between the blood of
mother and fetus is courtesy of the placenta regulating levels of serotonin, a
neurotransmitter commonly associated with depression. But platelets that enable blood
clotting also secrete serotonin which prompts platelets to aggregate and the placenta to
want to get rid of it.
Chemical signature of manic
depression discovered by scientists
People with manic depression have a distinct chemical signature in their brains, according
to a new study. The research, published today in the journal Molecular Psychiatry, may
also indicate how the mood stabilisers used to treat the disorder counteract the changes
in the brain that it appears to cause.
Gene protects adults abused as
children from depression
Some forms of a gene that controls the body's response to stress hormones appear to
protect adults who were abused in childhood from depression, psychiatrists have found.
People who had been abused as children and who carried the most protective forms of the
gene, called corticotropin-releasing hormone receptor one, had markedly lower measures of
depression, compared with people with less protective forms.
Mold in the Home Linked to Mood
Swings, Depression
People living in a moldy home may be more likely to suffer from depression, according to a
new study conducted by researchers from the Brown School of Medicine in Providence, R.I.,
and published in the American Journal of Public Health. Researchers examined data from
World Health Organization interviews of 5,882 adults residing in eight different European
cities. They found that those who lived in damp, moldy homes were more likely to report
symptoms of depression, including sleep disturbances and lowered appetite or self-esteem.
Bright light therapy eases bipolar
depression for some
Bright light therapy can ease bipolar depression in some patients, a University of
Pittsburgh School of Medicine study has found. Women with bipolar depression were given
light boxes and instructed on how to use them at home. Using the light boxes daily for
two-week stretches of 15, 30 and 45 minutes, some patients responded extremely well to the
light therapy and their symptoms of depression disappeared.
Walk away menopausal anxiety,
stress and depression
With more menopausal women seeking natural therapies to ease symptoms, a new study has
found that simply adding a brisk walking routine can reduce a variety of psychological
symptoms such as anxiety, stress and depression.
Antidepressants, Bipolar Disorder
and the Chemical Enslavement of Humankind by Drug Companies
Big Pharma is constantly looking for new ways to develop its markets and generate more
profits. This is the inescapable directive of all corporations: Be more profitable,
regardless of the cost to society. In Big Pharma's case, the pursuit of this mission
inevitably leads to the targeting of an ever-increasing selection of pharmaceutical
consumers who have the potential to become lifelong customers.
New treatment hope for people with
recurring depression
Research shows for the first time that a group-based psychological treatment, Mindfulness
Based Cognitive Therapy (MBCT), could be a viable alternative to prescription drugs for
people suffering from long-term depression. In a study, published today (1 December 2008)
in the Journal of Consulting and Clinical Psychology, MBCT proved as effective as
maintenance anti-depressants in preventing a relapse and more effective in enhancing
peoples' quality of life. The study also showed MBCT to be as cost-effective as
prescription drugs in helping people with a history of depression stay well in the
longer-term. Funded by the Medical Research Council (MRC), the study was led by Professor
Willem Kuyken at the Mood Disorders Centre, University of Exeter, in collaboration with
colleagues at the Centre for Economics of Mental Health (CEMH) at the Institute of
Psychiatry, King's College London, Peninsula Medical School, Devon Primary Care Trust and
the Medical Research Council Cognition and Brain Sciences Unit. The randomised control
trial involved 123 people from urban and rural locations who had suffered repeat
depressions and were referred to the trial by their GPs. The participants were split
randomly into two groups. Half continued their on-going anti-depressant drug treatment and
the rest participated in an MBCT course and were given the option of coming off
anti-depressants. Over the 15 months after the trial, 47% of the group following the MBCT
course experienced a relapse compared with 60% of those continuing their normal treatment,
including anti-depressant drugs. In addition, the group on the MBCT programme reported a
higher quality of life, in terms of their overall enjoyment of daily living and physical
well-being.
A new universal test to predict the risk of someone succumbing to major depression has
been developed by UCL (University College London) researchers. The online tool, predictD,
could eventually be used by family doctors and local clinics to identify those at risk of
depression for whom prevention might be most useful. The risk algorithm, developed by a
team led by UCL Professors Michael King and Irwin Nazareth, was tested in 6,000 people
visiting their family doctor in six countries in Europe (UK, Spain, Portugal, the
Netherlands, Slovenia and Estonia). Its accuracy was also tested in nearly 3,000 GP
attendees in a further country, Chile, in South America. The study, published in the
Archives of General Psychiatry, followed-up the participants at six and 12 months. The
team modelled their approach on risk indices for heart disease, which provide a percentage
risk estimate over a given time period. The algorithm was as accurate at predicting future
episodes of depression as similar instruments developed in Europe to predict future risk
of heart problems.
Nature and nurture are both to
blame for depression, study says
Depression is one of the most common forms of psychopathology. Studies suggest that the
neurotransmitter dopamine may play a role in the risk for depression. Early negative
interpersonal environments (i.e., rejecting parents) have also been implicated. New
research investigated whether a gene associated with dopamine interacted with maternal
parenting style to predict episodes of depression.
Depression and anxiety can double
chances of heart ailments
Matters of the mind can affect matters of the heart. A new study by McGill University and
University of Montreal researchers has found that major anxiety and/or depression, can
double a coronary artery disease patient's chances of repeated heart ailments. This is one
of the first studies to focus on patients with stable coronary artery disease -- not those
who were hospitalized for events such as a heart attack.
Antidepressants don't work as well
as reported, study says
New England Journal of Medicine reports that 88 per cent of clinical trials that showed
the drugs didn't work either weren't published in medical journals or were presented as
positive findings