Wetenschappelijk onderzoek in de VS heeft
onlangs aangetoond dat daar jaarlijks 33 duizend mensen onnodig aan longontsteking
overlijden door profylactisch voorgeschreven maagzuurremmers (Kennis, 30 mei). Het
zoveelste bewijs van reguliere kwakzalverij.
Aangezien Cees Renckens een gyneacoloog is
die regelmatig zonder enige onderbouwing of wetenschappelijke aantoonbaarheid,
diagnostische- en behandeluitspraken doet over hele groepen patiënten die hij nooit onder
ogen heeft gehad en die buiten zijn expertise vallen, verdient hij met stip het predicaat
kwakzalver en kan dus zondermeer tot dat gilde toetreden.
Onderzoek door Amerikaanse staat
ontdekt golf van ADHD medicatie overdosissen
Oost Iowa heeft in een onderzoek een golf
van overdosissen met ADHD medicijnen ontdekt, zeggen overheids officials.
Artsen overtreden al geruime tijd de
privacywetgeving met de regionale uitwisseling van medische informatie van patiënten. Dat
constateert het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) op basis van onderzoek naar
twee regionale patiëntendossiers die zorgverleners gebruiken.
Werkgevers houden te weinig rekening met
mantelzorgende werknemers. Terwijl dat percentage door de vergrijzing flink zal toenemen.
Tijd voor een einde aan het taboe. "Mantelzorgers moeten we
koesteren."
Werkt de Overheid met 'Internet
Infiltratie Teams'?
Vandaag kwam ik in aanraking met een
bericht afkomstig van de site van Ouders Online. In een artikeltje genaamd 'RIVM vertoont
paniekreactie' staat te lezen hoe zij een bericht kregen van ene Taco Oost met het verzoek
of Ouders Online een link op hun site wilden plaatsen naar de site van de RIVM. Ouders
Online heeft vervolgens via het emailadres van deze meneer gevonden dat hij werkte bij het
bedrijf Perplex. Dit bedrijf blijkt te zijn ingehuurd door het RIVM. Dit werd later ook
toegegeven door de directeur Roel Coutinho.
Gezonde mensen kunnen gewoon probiotica
consumeren. Dat bleek gisteren uit onderzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De
VWA deed onderzoek
nadat er vorig jaar commotie was ontstaan over probiotica.
Hersenen verschillen bij ochtend-
en avondmensen
De manier waarop onze hersenen werken om
aandachtig te blijven gedurende de dag verschilt bij zogenaamde ochtend- en avondmensen.
Dit verschil wordt vooral duidelijk op het einde van de dag, wanneer de druk om te slapen
groter wordt. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door het Centre de Recherches du
Cyclotron van de Universiteit van Luik. Het onderzoek werd gepubliceerd in het tijdschrift
Science.
Tegengaan van bloedvatvorming niet
effectief bij levertumoren
Het remmen van angiogenese, de groei van
nieuwe bloedvaten, wordt beschouwd als een belangrijke nieuwe methode om tumorgroei tegen
te gaan. Immers: als er minder bloedvaten naar de tumor gaan, krijgt deze minder
bouwstoffen aangeleverd en kan dus minder groeien. Deze methode wordt bij verschillende
soorten kanker getest en toegepast. Over de effectiviteit van deze behandelmethode bij
leverkanker, het vijfde meest voorkomende type kanker, is nog weinig bekend. Promovenda
Wenjiao Zeng richtte haar onderzoek zich met name op genexpressie en de bijbehorende
productie van eiwitten waarvan op dit moment wordt gedacht dat ze een essentiële rol
spelen in de initiatie van bloedvatnieuwvorming. Zeng concludeert dat levertumoren de
groei van nieuwe bloedvaten niet lijken te stimuleren. Het tegengaan van angiogenese lijkt
dan ook geen goede therapiekeuze voor dit type tumoren. Hoe levertumoren de aanvoer van
bouwstoffen dan wel controleren moet nader onderzocht worden.
Arjan Kortholt leverde met zijn
promotieonderzoek een bijdrage aan het verschijnsel chemotaxis: het bewegen van cellen
naar een hoge concentratie van een stof. Dit speelt in de natuur een belangrijke rol in
veel processen. Zo is het bijvoorbeeld essentieel voor de ontwikkeling van een embryo, het
zoeken van voedsel door bacteri ën en de migratie van bloedcellen tijdens een
afweerreactie van ons immuunsysteem. Ook bij de ontwikkeling en progressie van
verschillende ziektes, zoals bijvoorbeeld astma, artritis, arteriosclerose en kanker, is
chemotaxis betrokken. Het onderzoeken van het mechanisme van chemotaxis kan daarom een
belangrijke bijdrage leveren aan het begrijpen en verklaren van deze processen. Kortholt
onderzocht allerlei aspecten van chemotaxis en ontdekte daarbij vele nieuwe
eiwitten, moleculen en paden.
Autismespectrumstoornissen zijn
ontwikkelingsstoornissen die gekenmerkt worden door beperkingen in sociale omgang, de
communicatie en de verbeelding. Ze gaan vaak gepaard met stereotiepe of rigide
gedragingen. Er wordt van een spectrum gesproken omdat de stoornis zich bij iedere persoon
met een autismespectrumstoornis anders manifesteert. De meeste gevallen van
autismespectrum-stoornissen zijn onder te brengen in één van de drie groepen: klassiek
autisme ofwel Kanner autisme; PDD-NOS (pervasive developmental disorder not
otherwise specified); en de stoornis van Asperger. Bij klassiek autisme maakt de persoon,
afhankelijk van de leeftijd, niet of nauwelijks contact met de buitenwereld, terwijl een
persoon met PDD-NOS of de stoornis van Asperger minder gekenmerkt wordt door de
afwezigheid van contact maar meer door disfunctioneren in zijn sociale omgeving. De
oorzaken van autismespectrumstoornissen zijn onbekend. Wel is inmiddels duidelijk dat ASS
voor een groot deel erfelijk bepaald zijn, waarbij jongens/mannen vaker aangedaan zijn dan
meisjes/vrouwen. Daarnaast spelen omgevingsfactoren een rol bij deze stoornissen, maar
welke dat precies zijn, is nog niet bekend. Ongeveer de helft van de mensen met een
autismespectrumstoornis heeft ook een verstandelijke beperking.
De laatste jaren lijkt er sprake te zijn
van een toename van het aantal kinderen bij wie een autismespectrumstoornis wordt
gediagnosticeerd. Dit uit zich vooral in een stijging van het aantal aanvragen voor
AWBZ-zorg/een persoonsgebonden budget (PGB) of een indicatie voor speciaal
onderwijs/leerlinggebonden financiering (LGF) die geassocieerd is met de diagnose
autismespectrumstoornis. Ook het aantal Wajongers met een autismespectrumstoornis stijgt.
Deze stijging was voor de bewindslieden van de ministeries van Jeugd en Gezin;
Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Sociale Zaken en Werkgelegenheid; en van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap aanleiding om de Gezondheidsraad om advies te vragen over
autismespectrumstoornissen. Zij vroegen de raad zich te buigen over vragen omtrent: het
vóórkomen van autismespectrumstoornissen; de mogelijke relatie tussen de waargenomen
toename in vóórkomen en indicatieprocessen voor zorg en financiering; de door mensen met
een autismespectrumstoornis ondervonden problemen; en de benodigde integrale benadering om
kinderen en volwassenen zo goed mogelijk te kunnen laten functioneren en participeren in
de samenleving.
Meer dan 1 miljoen Nederlanders slikken
antidepressiva. Er is sprake van een depressie epidemie. De middelen blijken verslavend en
hebben nare bijwerkingen.
Start campagne Wat je moet
weten, om veilig te eten!
In het rapport 'Jaaroverzicht
voedselinfecties 2008' worden de meldingen van voedselinfecties gepresenteerd en
vergeleken met de jaren daarvoor. Het aantal meldingen van consumenten bij de Voedsel en
Waren Autoriteit (VWA) nam af, van 621 in 2007 naar 585 in het afgelopen jaar. Het aantal
betrokken zieken bleef vrijwel gelijk (1713) en ook het aantal meldingen van artsen bij de
Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bleef in 2008 gelijk: 44 uitbraken werden gemeld.
De registraties door VWA en IGZ liggen aanzienlijk lager dan het werkelijke voorkomen, dat
wordt geschat op 300.000 tot 750.000 gevallen per jaar. Lang niet alle voedselinfecties
worden gemeld. Dit betekent dat blijvende aandacht voor voedselveiligheid is vereist bij
overheid, producenten, leveranciers, bereiders van voedsel en bij consumenten. Een
voedselinfectie kan ontstaan wanneer mensen iets eten of drinken dat besmet is met een
virus of bacterie. Meestal gaat een voedselinfectie vanzelf weer over, maar voor jonge
kinderen, ouderen en mensen met een verzwakte afweer kan het ernstige gevolgen hebben.
Een buikabces hoeft niet altijd
operatief te worden behandeld
Een buikvliesontsteking ontstaat veelal
door een perforatie van een hol buikorgaan, bijvoorbeeld zoals bij een 'doorgebroken'
blindedarmontsteking. De behandeling bestaat uit operatieve correctie, antibiotica en zorg
op een intensive care. Tijdens het ziektebeloop kunnen er in de buik met ontstekingsvocht
en bacteriën gevulde holtes (abcessen) ontstaan, die het ziektebeeld in stand houden of
verhevigen. Deze abcessen verhogen de kans op overlijden. De wand van een dergelijk abces
bestaat grotendeels uit fibrine (een belangrijk bestanddeel van de normale afweer tegen
infecties, en van het natuurlijke wondgenezingsproces). Otmar Buyne heeft in een
proefdiermodel aangetoond dat het rechtstreeks in de buikholte toedienen van rtPA, een
fibrineoplossend middel, tot minder buikabcessen leidt. Hierbij wordt de normale afweer
niet verstoord, noch de wondgenezing van bijvoorbeeld operatiewonden.
Voedingsmiddelen met probiotica
zijn geen risico voor gezonde consumenten
Er zijn geen aanwijzingen dat aan de
normale consumptie van probiotica door gezonde mensen risico's zijn verbonden. Dit
concludeert het bureau Risicobeoordeling van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Het
bureau Risicobeoordeling deed literatuuronderzoek naar de mogelijke risico's van
probiotica in voedingsmiddelen. De aanleiding voor het onderzoek was de uitkomst van de
medische toepassing van probiotica bij patiënten met acute alvleesklierontsteking. In het
onderzoek is ook gekeken naar de risico's van probiotica in voedingsmiddelen bij kwetsbare
groepen. Er is geen reden om aan te nemen dat probiotica onveilig zijn voor gezonde
ouderen, zwangere vrouwen en zuigelingen. Het bureau Risicobeoordeling adviseert wel om
nog nader onderzoek te doen naar eventuele risico's bij zwangere vrouwen en zuigelingen.
Mensen met een sterk verminderde werking van het immuunsysteem of ernstige darmziekten
wordt aangeraden eerst hun behandelende arts te raadplegen voordat zij probiotica
gebruiken. Probiotica zijn bacteriestammen. Elke stam heeft bepaalde eigenschappen. Nieuwe
inzichten geven aan dat de werking per stam kan verschillen. Daarom adviseert het bureau
Risicobeoordeling dat er voor nieuw geïntroduceerde stammen een systematische
veiligheidsbeoordeling moet komen conform de daarvoor bestaande verordeningen. Het bureau
Risicobeoordeling van de VWA oordeelt en adviseert wetenschappelijk onderbouwd over
mogelijke bedreigingen van de voedsel- en productveiligheid, diergezondheid en
dierwelzijn. De onafhankelijke uitoefening van deze opdracht is geregeld in de Wet
Onafhankelijke Risicobeoordeling Voedsel en Waren Autoriteit die in 2006 door het
parlement is aangenomen. Adviezen in het kader van de wet worden uitgebracht aan de
ministers van LNV en VWS.
Op jacht naar angstgenen
Ongeveer een op de vier volwassenen krijgt
tijdens zijn leven te maken met een angststoornis. Hieronder vallen niet alleen
gegeneraliseerde angststoornissen en specifieke fobieen, zoals hoogtevrees of angst voor
spinnen, maar ook obsessief gedrag en posttraumatische stress. De gevoeligheid voor het
ontwikkelen van een angststoornis is genetisch vastgelegd. Daarnaast spelen
omgevingsfactoren een belangrijke rol. Promovenda Marijke Laarakker was op jacht naar
genen en neurologische oorzaken die bij het ontstaan van angstgedrag betrokken zijn. 'Bij
de behandeling van angstgedrag worden verschillende (farmacologische) methoden gebruikt,
maar die boeken lang niet altijd het gewenste succes. Met meer kennis over de bij
angststoornissen betrokken genen, die overigens per ziektegeval kunnen verschillen, kan de
behandeling per patient beter afgestemd worden. Patienten kunnen dan genetisch gescreend
worden en zo kan de genetische en dus achterliggende neurologische oorzaak specifiek
aangewezen worden. Vervolgens zou de behandeling daar zo goed mogelijk op afgestemd kunnen
worden', aldus Laarakker, die op 23 juni promoveert. Om de genen die bij het ontstaan van
angstgedrag betrokken zijn aan te kunnen wijzen, maakte Laarakker gebruik van de
zogenaamde chromosoomsubstitutiestammen van de muis. Dit zijn inteeltstammen die de
genetische achtergrond van een niet-angstige stam A bezitten maar waarbij steeds een enkel
chromosomenpaar van een wel-angstige stam B in de genetische achtergrond van A is
ingekruist. De resultaten duiden erop dat chromosoom19 van de muis het meest specifiek
geassocieerd is met angstgedrag, wat aanleiding was om het verdere onderzoek te
concentreren op dit chromosoom. Functionele kandidaat-genen die gepositioneerd zijn op
twee van de gevonden regio's op chromosoom 19 zijn Cpeb3 en Sorcs1. Deze twee regio's
beinvloeden aan angst gerelateerd vermijdingsgedrag in tegenovergestelde richting. Dit wil
zeggen dat het ene gen (Cpeb3) voor meer vermijdingsgedrag, en dus een hoger angstniveau
zorgt, en het andere gen (Sorc1) een rol lijkt te spelen bij een minder angstig fenotype.
Om dit complexe ziektebeeld genetisch volledig in kaart te kunnen brengen zal nog veel
fundamenteel onderzoek nodig zijn. Niet alleen interacties op genetisch niveau lijken een
belangrijke rol te spelen, maar het ziektebeeld is ook onderhevig aan omgevingsfactoren.
Erfelijke borstkanker makkelijker
opsporen
Ongeveer 5% van alle borsttumoren ontstaat
als gevolg van een mutatie in de BRCA1-of BRCA2-genen. Doordat zo'n mutatie vaak niet
aangetoond kan worden en medische familiegegevens niet beschikbaar zijn, kunnen personen
met een hoog risico gemist worden. Dit kan grote gevolgen hebben aangezien het hebben van
een dergelijke mutatie zorgt voor een sterk verhoogd risico op het krijgen van borst- en
eierstokkanker en dat leidt tot een intensieve screening of het preventief verwijderen van
de borsten en/of eierstokken. Petra van der Groep probeert in haar promotieonderzoek
biomarkers aan te tonen die specifiek in het borstweefsel van BRCA1- en
BRCA2-mutatiedragers aanwezig zijn. Zij ontdekte bijvoorbeeld dat de epidermale
groeifactorreceptor kenmerkend is, en dat veel BRCA1/2-gerelateerde tumoren zuurstoftekort
tonen. Veel biomarkers van BRCA1/2-gerelateerde tumoren bleken ook al in voorstadia van
kanker aanwezig te zijn. Hiermee zijn deze erfelijke tumoren beter te herkennen, en
begrijpen we beter hoe erfelijke borstkanker ontstaat. Tevens kunnen deze biomarkers
misschien gebruikt worden voor het vroegtijdig opsporen van kanker met beeldvorming, of ze
kunnen gebruikt worden voor het ontwikkelen van therapie om BRCA1- of
BRCA2-mutatiegerelateerde borstkanker specifiek te voorkomen.
Bloedplaatjes als katalysator van
de bloedstolling
Bij het repareren van schade aan een
bloedvat spelen de bloedstolling en bloedplaatjes een belangrijke rol. De bloedplaatjes
vormen de bakstenen om het ontstane gat in de vaatwand op te vullen en de bloedstolling
zorgt, door middel van de vorming van fibrine, voor het cement tussen de bakstenen. In
zijn onderzoek laat Cees Weeterings zien dat het eiwit glycoproteine Ib op bloedplaatjes
belangrijk is voor de binding van stolfactoren aan de bloedplaatjes. Deze interactie
beinvloedt de activiteit van specifieke stolfactoren en de bloedstolling in het algemeen.
Daarnaast beschrijft Weeterings dat stolfactoren ook de mogelijkheid hebben om de
activiteit van bloedplaatjes te reguleren door als oppervlak te fungeren waaraan
bloedplaatjes kunnen hechten. In de toekomst kan dit onderzoek onder andere bijdragen aan
de behandeling van mensen met hemofilie, waarbij een van de stolfactoren ontbreekt. De
betrokkenheid van glycoproteine Ib kan nieuwe mogelijkheden bieden tot verbeterde
therapie.
Mediq wist al lang van slechte
insulinenaalden
Mediq, het distributiebedrijf voor medische
middelen, kreeg in maart al klachten over ondeugdelijke insulinespuiten.