Nieuws 22 juni 2009
Btw op alternatieve geneeswijzen?
Nuance: Het heffen van btw voor
complementaire behandelingen is terecht
Link
--
Ik kon het niet nalaten een bericht achter
te laten
Ron
Pharming krijgt subsidie EUR400.000
voor lactoferrin
Het biotechnologiebedrijf Pharming Group nv
heeft een subsidie ontvangen van euro 400.000 voor de verdere ontwikkeling van het
natuurlijke eiwit humaan lactoferrin (hLF) tot een voedingsproduct tegen chronische
darmontstekingen.
Muizen zijn geen mini-mensen
Muizen als mini-mensen? Om meer kennis te
verkrijgen over de werking van het menselijk lichaam bij gezondheid en ziekte, wordt vaak
gebruik gemaakt van proefdieren. Hoewel zo belangrijke basiskennis over het menselijk
lichaam verkregen wordt, is de vraag of alle resultaten te vertalen zijn van proefdier
naar de mens. Ineke den Braber onderzocht tijdens haar promotieonderzoek hoe witte
bloedcellen, met name naieve T-cellen, in volwassen muizen en mensen in stand gehouden
worden. Naieve T-cellen zijn van groot belang om ziekteverwekkers uit te schakelen. Omdat
elke T-cel slechts een ziekteverwekker-onderdeeltje herkent, bestaan er miljoenen unieke
T-cellen, die samen voor een gevarieerde T-cel-populatie zorgen. Nieuwe T-cellen worden
geproduceerd door de zwezerik. Celdeling van al bestaande naieve T-cellen draagt eveneens
bij aan de handhaving van de T-cel-populatie, maar gaat wel ten koste van de diversiteit
van de populatie. In zowel volwassen als oude muizen delen er zeer weinig naieve T-cellen
en worden praktisch alle naieve T-cellen nieuw geproduceerd door de thymus. Het overgrote
deel van de naieve T-cellen in volwassen mensen is echter ontstaan door celdeling. Er zijn
dus fundamentele verschillen in het mechanisme waardoor de naieve T-cel populatie
gehandhaafd wordt in beide soorten: muizen zijn dus geen mini-mensen.
Eiwitbuisjes brengen enzym naar de
start
De enzymen die in planten de cellulose
aanmaken, worden naar hun werkplek geleid door een netwerk van eiwitbuisje en -draadjes.
Dat blijkt uit een onderzoek van prof. Anne Mie Emons en aio ir. Jelmer Lindeboom van het
Laboratorium voor Plantencelbiologie van Wageningen Universiteit, en collega's van
Stanford University, beschreven in Nature Cell Biology. De aanleg van cellulose is voor
planten van groot belang. Dit polymeer biedt stevigheid aan celwanden en is daardoor
bepalend voor de vorm van de plant. De aanmaak van cellulosemicrovezels, microfibrillen
genoemd, is geen lukraak proces maar maatwerk, afhankelijk van het type cel en de eisen
van het moment. 'Vergelijk het maar met gewapend beton. Als je de wapening niet op de
juiste plaats aanbrengt, krijg je niet de juiste stevigheid en vorm', aldus Emons. Het was
al bekend, legt zij uit, dat enzymcomplexen die in planten de aanmaak van cellulose
verzorgen, zich over de celmembraan bewegen, met microtubuli als leidraad. Deze
eiwitbuisjes, een onderdeel van het celskelet, liggen aan de binnenkant van de
celmembraan. Enzymcomplexen volgen deze 'rails' terwijl ze cellulosemicrofibrillen
spinnen, zoals een slak een slijmspoor achterlaat. Bij die ontdekking in 2006 maakten
onderzoekers van Stanford University gebruik van fluorescerende eiwitten om de
celluloseproducerende enzymen en de microtubuli tijdens hun werk te bespieden. Ook bij dit
nieuwe onderzoek, dat Nature Cell Biology op 14 juni online publiceerde, is die techniek
ingezet. Ditmaal om te kijken waar de enzymcomplexen hun werk beginnen. 'Het blijkt dat de
plaats waar ze in de celmembraan worden neergezet, eveneens wordt bepaald door de
microtubuli. Die laten als een soort douaneposten de enzymen op de juiste plaatsen door',
aldus Emons. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de aanvoer van de enzymen richting celwand
wordt gedirigeerd door een ander onderdeel van het celskelet, de actinefilamenten die door
de cel heenlopen. Die eiwitdraadjes geleiden de lichaampjes waar de enzymen eerst in
zitten, richting celmembraan, waar de microtubuli het precisiewerk voor hun rekening
nemen. 'Dit is fundamenteel onderzoek dat van groot belang is voor ons begrip van de
plant, maar op termijn biedt dergelijke kennis ook de basis voor het maken van planten die
beter geschikt zijn voor bijvoorbeeld de fabricage van papier, voeding of voor
biobrandstof', aldus Emons. 'Voor al die toepassingen is fundamentele kennis over de
biosynthese van cellulose van belang. Geen toepassing zonder kennis.'
Pompjes remmen werking
antikankermedicijnen
ABC-transporteiwitten pompen stoffen uit de
cel. Hiermee helpen deze pompjes het lichaam om schadelijke stoffen kwijt te raken door
uitscheiding in gal, feces en urine. Daarnaast beschermen de pompjes belangrijke weefsels,
zoals de hersenen en de foetus, door te zorgen dat potentieel schadelijke stoffen uit het
bloed niet kunnen doordringen in deze weefsels. Op deze manier kunnen de pompjes echter
ook de werking van antikankermedicijnen tegenwerken. Jurjen Lagas laat in zijn
proefschrift zien dat de pompjes P-gp en MRP2 samen erg belangrijk zijn bij uitscheiding
van twee verschillende antikankermedicijnen. Daarnaast toont Lagas aan dat de
hersenpenetratie van een nieuw antikankermedicijn door de pompjes P-gp en BCRP drastisch
beperkt wordt. Deze bevindingen zijn mogelijk belangrijk voor de behandeling van patienten
met een hersentumor.
Stresseiwitten kunnen het
immuunsysteem helpen gezond oud te worden
Tijdens elke ontstekingsreactie worden
stresseiwitten aangemaakt. Via een reactie op deze eiwitten kan het immuunsysteem
ontstekingsprocessen reguleren. Muizen die door middel van vaccinatie of een neusspray
behandeld werden met een stresseiwit (Hsp70) ontwikkelden een minder ernstige vorm van de
chronische ontstekingsziekte artritis, aldus Lotte Wieten in haar proefschrift. Bovendien
bleek het fragment van Hsp70 dat hiervoor belangrijk was ook door het humane immuunsysteem
herkend te worden. Daarnaast onderzocht ze of voedselcomponenten de aanmaak van
stresseiwitten zoals Hsp70 konden verbeteren. Carvacrol, een van de belangrijkste
bestanddelen van oregano en tijm, bleek dit zeer goed te doen. Muizen die carvacrol met de
voeding hadden gekregen, waren bijna volledig beschermd tegen het ontwikkelen van
artritis. Via stresseiwitten kunnen voedselcomponenten het immuunsysteem dus op een
gerichte manier beinvloeden. De bevindingen van Wieten zijn actueel, gezien de huidige
vergrijzende populatie. Op hogere leeftijd neemt namelijk de aanmaak van Hsp70 af.
Mogelijk wordt hierdoor de natuurlijke immuunregulatie verminderd en de kans op het
ontwikkelen van chronische ontstekingsziekten verhoogd. Alhoewel dit slechts een eerste
stap is, zou het herstellen van stresseiwitinductie met bijvoorbeeld voedselcomponenten
een relatief makkelijke en veilige manier zijn om het immuunsysteem te helpen.
Minister koopt 34 miljoen vaccins
Minister Klink van VWS heeft besloten 34
miljoen vaccins tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) aan te schaffen. Deze week sluit hij
daarvoor contracten met vaccinfabrikanten.
--
Angst verkoopt, dat weet big pharma maar al
te goed..... ik bedank voor de eer....
Ron
Europese Commissie wil open,
onafhankelijke en verantwoordelijk governance van het internet
De Europese Commissie, het u itvoerend
orgaan van de Europese Unie, heeft vandaag in een strategisch document een oproep gedaan
tot meer transparantie en multilaterale verantwoordingsplicht bij de governance van het
internet. Wereldwijd zijn er nu 1,5 miljard internetgebruikers, waarvan 300 miljoen in de
27 lidstaten van de Europese Unie. Momenteel is de Internet Corporation for Assigned Names
and Numbers ( ICANN ), een particuliere, in de VS gevestigde instantie, verantwoordelijk
voor het coördineren van de voornaamste internetelementen. De Commissie stemt ermee in
dat particuliere bedrijven ook in de toekomst de leiding nemen bij het dagelijks beheer
van de werking van het internet, mits zij zich verantwoordelijk en onafhankelijk
opstellen. Verder is de Commissie van mening dat besluiten over het internet, met name
over openheid en veiligheid, op een transparante en verantwoordelijke manier moeten worden
genomen omdat zij van invloed zijn op iedereen op deze aardbol. De ICANN werkt momenteel
in het kader van een gezamenlijke projectovereenkomst met het Ministerie van Handel van de
Verenigde Staten, die op 30 september 2009 verstrijkt. Volgens de Europese Commissie
moeten toekomstige regelingen op het gebied van internetgovernance aangepast zijn aan de
sleutelrol die het mondiale netwerk voor alle landen speelt.
Viviane Reding, EU-commissaris voor
Informatiemaatschappij en Media verklaarde: "De Internet Corporation for Assigned
Names and Numbers nadert een historisch punt in haar ontwikkeling. Zal het een volledig
onafhankelijke organisatie worden met verantwoordingsplicht jegens de mondiale
internetgemeenschap? Voor Europeanen ligt dit in de lijn der verwachtingen en wij zullen
hier dan ook op aandringen. Ik roep de Verenigde Staten op samen te werken met de Europese
Unie om dit streven te verwezenlijken." Met het oog op het verstrijken van de
bilaterale gezamenlijke projectovereenkomst tussen de ICANN en de VS-regering in september
verklaarde de Commissie vandaag dat dit initiatief van de privésector weliswaar de
leiding moet behouden, maar dan met duidelijke richtsnoeren die in het kader van een
internationale dialoog worden opgesteld. Als de ICANN bijvoorbeeld toezicht moet houden op
de invoering van gepersonaliseerde domeinnamen (zodat ".com" in een website
vervangen kan worden door ".anderenaam"), moet ze duidelijke richtsnoeren
bepalen en op open wijze werken. De EU is voorts van mening dat toekomstige regelingen
voor het internet moeten voldoen aan de basisbeginselen, met name het in acht nemen van de
mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting alsmede het waarborgen van de stabiliteit
en de veiligheid van het internet.
In een vandaag bekendgemaakte mededeling :
"Internetgovernance: de volgende stappen", doet de Commissie voorstellen voor
een meer open, transparante en integratieve governance van het internet. Een van de
hoofddoelstellingen is die van de verantwoordingsplicht zowel interne
(besluitvormende instanties en algemene organisatie van de ICANN), als externe
(multilaterale verantwoordingsplicht die betrekking heeft op alle landen). Dit houdt
tevens in dat iedereen die belang heeft bij de beslissingen van governance-instanties een
beslissing ook moet kunnen aanvechten bij een onafhankelijk rechtscollege. De Commissie
stelde ook voor het netwerk te laten beheren door instanties uit de privésector met
inachtneming van de beginselen van overheidsbeleid maar zonder regeringsinmenging in de
dagelijkse gang van zaken. De VS-regering is momenteel de enige overheid die formeel
toezicht heeft over het beleid en de activiteiten van de ICANN sinds de oprichting ervan
in 1998. Omdat de gezamenlijke projectovereenkomst nu afloopt, vindt de Commissie dat de
ICANN een universele verantwoordingsplicht moet hebben, niet alleen jegens één regering
maar ook jegens de internetgemeenschap wereldwijd. Dit is met name van belang omdat de
komende miljard internetgebruikers hoofdzakelijk afkomstig zullen zijn uit
ontwikkelingslanden. De Commissie verklaarde vandaag dat de EU met internationale partners
in overleg moet treden over deze kwesties, met name over de manier waarop het internet
krachtiger kan optreden in geval van onverwachte storingen of doelbewuste aanvallen. De
Commissie wil in haar beleidsvoorstellen initiatieven van de privé-sector opnieuw
aanmoedigen en ervoor zorgen dat het internet een motor van innovatie, vrijheid van
meningsuiting en economische ontwikkeling blijft.
Ouderschapsverlof: de Europese sociale partners
ondertekenen de herziene raamovereenkomst
Bij de nieuwe raamovereenkomst tussen de Europese sociale partners wordt de
duur van het ouderschapsverlof verlengd van drie naar vier maanden per ouder. De regeling
geldt voor alle werknemers, ongeacht het soort arbeidsovereenkomst. De nieuwe raamovereenkomst is het resultaat van zes maanden van
onderhandelingen tussen de sociale partners en weerspiegelt de veranderingen in de
samenleving en op de arbeidsmarkt sinds de ondertekening van de eerste raamovereenkomst
inzake ouderschapsverlof in 1995. Vladimír pidla, Europees commissaris voor
Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen, was vanmorgen aanwezig bij de officiële
ondertekening. "Deze overeenkomst is het bewijs dat het Europees sociaal partnerschap
werkt en concrete resultaten oplevert voor de werknemers en ondernemingen in Europa",
onderstreepte
Vladimír pidla, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, sociale zaken en
gelijke kansen. "Deze
overeenkomst is een concrete aanpak van een van de prioritaire doelstellingen inzake de
gelijkheid van mannen en vrouwen en geeft blijk van de bereidheid om oplossingen te vinden
om het evenwicht tussen gezins- en beroepsleven te verbeteren, rekening houdend met de
diversiteit van de nationale regelgevingen, praktijken en tradities" . De nieuwe raamovereenkomst inzake
ouderschapsverlof werd vanmorgen ondertekend door de Europese sociale partners: EVV,
BUSINESSEUROPE, CEEP en UEAPME.
De nieuwe
overeenkomst:
betekent een verlenging van het ouderschapsverlof van 3 naar 4 maanden voor
elke ouder. Eén van de 4 maanden kan niet van de ene
ouder naar de andere worden overgedragen;
vermeldt
duidelijk dat de regeling voor alle werknemers geldt, ongeacht het soort
arbeidsovereenkomst (arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, deeltijdarbeid enz.);
biedt de
ouders die na het ouderschapsverlof weer aan het werk gaan eveneens de mogelijkheid om een
aanpassing van hun arbeidsvoorwaarden te vragen (bijvoorbeeld de werktijden);
biedt niet
alleen een betere bescherming tegen ontslag, maar ook tegen elke nadelige behandeling
ingevolge de gebruikmaking van het recht op ouderschapsverlof.
De Commissie moet nu de bepalingen van de overeenkomst onderzoeken. Overeenkomstig
de bepalingen van het Verdrag met betrekking tot de sociale dialoog zal de Commissie
vóór de zomer een richtlijn met het oog op de inwerkingtreding van de overeenkomst aan
de Raad presenteren. De richtlijn moet met
gekwalificeerde meerderheid door de Raad worden goedgekeurd.
Na twee raadplegingsfasen over het combineren van privé-, beroeps- en
gezinsleven waarbij de Europese sociale partners betrokken waren, hebben de organisaties
van de interprofessionele sociale dialoog ervoor gekozen over een overeenkomst inzake
ouderschapsverlof te onderhandelen. Dat overleg resulteerde in de allereerste overeenkomst op communautair
niveau, die in december 1995 werd gesloten en die in 1996 werd gevolgd door een richtlijn
van de Raad (Richtlijn 96/34/EG). Meer dan vijftien jaar later vonden de sociale partners dat de inhoud van
die overeenkomst nodig moest worden geactualiseerd en zijn zij samen aan tafel gaan zitten
om een herziene versie uit te werken. De onderhandelingen werden in september 2008 aangevat en zijn in maart 2009
afgerond.
Nadere
informatie over de sociale dialoog: Link
Nadere
informatie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen: Link
Mogelijk capaciteitsproblemen voor
nieuw bouwende ziekenhuizen door groei aantal opnamen
Na een daling tot 2002 neemt sindsdien het
aantal ziekenhuisopnamen weer toe. Nieuw bouwende ziekenhuizen die uitgaan van een dalende
beddencapaciteit tot 2 a 2,5 bedden per 1000 inwoners, kunnen volgens de laatste
voorspellingen over 10 jaar een plaatsentekort hebben. Een aanzienlijke groei van de vraag
is te verwachten hoewel de mate waarin de vraag gaat toenemen onzeker is. Het scenario met
de sterkste groei komt uit op een capaciteitsvraag van wel 2,8 promille. Flexibiliteit in
het gebouw is nodig om in te kunnen spelen op deze onzekerheden in de vraagontwikkeling.
Stijging aantal klinische en dagopnamen
De in 2002 ingezette stijging van het aantal klinische (meerdaagse) opnamen in
ziekenhuizen markeert een trendbreuk. Het aantal dagopnamen nam al veel langer zeer sterk
toe en ook deze trend zet door. Een voortgaande en aanzienlijke toename van het aantal
(dag)opnamen is te verwachten. De financiering op basis van diagnose behandeling
combinaties (dbc's) ondersteunt dit. Ten opzichte van 2007 neemt volgens een middenvariant
van scenarioberekeningen het aantal klinische opnamen tot het jaar 2020 met ruim 50% toe,
dit is gemiddeld 3,3% per jaar. Het aantal dagopnamen verdrievoudigt in deze periode bijna
(dit is gemiddeld 8,7% per jaar).
Dit blijkt uit een onderzoek van Aart van
de Vijsel van het Bouwcollege, voor het Centrum Zorg en Bouw van TNO.
Omslag in 2002
Nadat vanaf 1995 het aantal klinische opnamen is gedaald, neemt het aantal sinds 2002 toe.
Door een versoepeling van de budgettering van ziekenhuizen om de wachtlijsten weg te
werken werd de toename mogelijk gemaakt. De groei van het aantal opnamen blijkt echter
niet tijdelijk, maar heeft zich voortgezet. Het aantal dagopnamen neemt al veel langer
zeer sterk toe. Tussen 2001 en 2007 was de gemiddelde jaarlijkse stijging van het aantal
klinische opnamen 3,6% per jaar en van het aantal dagopnamen gemiddeld 9,5% per jaar.
Toename structureel
Het grootste deel van de toename in (dag)opnamen is een gevolg van een toename van het
voorkomen van ziekten in de bevolking los van de demografie, nieuwe behandel- en
onderzoeksmogelijkheden, een autonome groei en een (tijdelijke) inhaalvraag die gericht is
op het wegwerken van wachtlijsten. De toename van het aantal (dag)opnamen blijkt maar voor
een klein deel direct voor rekening van de vergrijzing van de bevolking te komen. De
toename van de afgelopen jaren blijkt niet in de eerste plaats samen te hangen met een
tijdelijke extra productie om wachtlijsten weg te werken. De toename manifesteert zich op
een heel breed en gevarieerd terrein. Zij is structureel.
Hoewel de groei van het aantal klinische
opnamen blijvend is, is de mate waarin de vraag zal toenemen onzeker. Daarom zijn voor de
mogelijke toekomstige ontwikkeling van de vraag en de verpleegduur tot 2020, op basis van
de trends in de afgelopen jaren, drie scenario's uitgewerkt: sterke groei, voortgaande
groei en afname groei.
Daling verpleegduur is eindig
De gemiddelde verpleegduur daalt al decennia en is nu 6,2 dag. De daling zal zich naar
verwachting voortzetten. Dit wordt ook gestimuleerd door de manier van financiering en de
schaarste op de arbeidsmarkt. De daling van de gemiddelde verpleegtijd kan niet al maar
doorgaan en zal stoppen ergens tussen de 3 en 4 dagen. De daling van de verpleegduur kan
daardoor niet meer, zoals tot nu toe, de gevolgen van de toename van het aantal dagopnamen
en meerdaags opnamen voor het benodigde aantal bedden compenseren. Het benodigde aantal
bedden per 1.000 inwoners stijgt in deze scenario's naar 2,7 of 2,8 in 2020.
Waarschuwing voor vervalste
insulinenaaldjes
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
waarschuwt insulinegebruikers voor vervalste injectienaaldjes van insulinepennen. Gebruik
van deze naaldjes levert een risico op voor de gezondheid van de patiënten. In Nederland
zijn 200.000 naaldjes in omloop gebracht waarvan er bij uitbrengen van dit persbericht
naar schatting nog zo'n 30.000 niet terecht zijn. Een Nederlands bedrijfje kocht 20.000
verpakkingen (100 naalden per verpakking) van een fabrikant in Maleisië. Het bedrijf in
Maleisië verklaart op haar beurt dat de naaldjes uit Iran komen. Daar loopt het spoor
dood. De IGZ onderzoekt de zaak. Het Nederlandse bedrijfje leverde zo'n 200.000 vervalste
naaldjes aan een distributeur in Nederland. Zo'n 500.000 vervalste naaldjes aan Engeland
en ruim 1,3 miljoen vervalste naaldjes aan Polen. In totaal zijn zo'n 2 miljoen vervalste
naaldjes in het Europese handelskanaal terecht gekomen. De producent en merkhouder van de
originele insulinenaaldjes Novo Nordisk kreeg een melding van een patiënt die klaagde
over de insulinenaaldjes. Het naaldje paste niet goed op de insulinepen. Novo Nordisk
stuurde een grote hoeveelheid naaldjes op naar het moederbedrijf in Denemarken en ontdekte
dat de naaldjes waren nagemaakt. De producent maakte daarvan melding bij de IGZ. De IGZ
adviseert gebruikers bij twijfel contact op te nemen met hun apotheek of leverancier. Alle
informatie is ook terug te vinden op de website van de producent http://www.novonordisk.nl
De IGZ heeft voorafgaand aan deze
publiciteit de KNMP (apothekersvereniging) geïnformeerd. Op vrijdag 19 juni heeft de
apothekersvereniging haar leden op de hoogte gebracht.
Hoe zijn de valse naaldjes te herkennen?
* Engelstalige verpakking. Echte naaldjes
zitten in Nederland in een Nederlandstalige verpakking.
* De streepjescode op de verpakking ontbreekt.
* Door de inferieure kwaliteit van de nagemaakte naald past deze niet goed op de
schroefdraad van het insulinetoedieningssysteem.
* Batchnummer/ Lot 08J02S, expiredate (vervaldatum) 08/2013.
* Aanwezigheid van transparante lijm waar de naald bevestigd is op het kunststof.
* Er zit een kleefsticker op het doosje en dat is ongebruikelijk.
* Op het vervalste doosje staat onder de tekst van de CE markering geen streep.
Risico's
De naalden brengen het volgende risico met zich mee: De naald kan afbreken, de namaaknaald
past niet altijd goed op het insulinetoedieningssysteem waardoor de insuline niet goed kan
worden toegediend en de steriliteit kan niet worden gewaarborgd waardoor er mogelijk
ongemak, irritatie en ontstekingsverschijnselen kunnen ontstaan. De IGZ heeft de Europese
lidstaten geïnformeerd en zal de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) informeren.
BDNF gen veroorzaakt alleen
depressies bij mannen
Brain Derived Neurotrophic Factor (BDNF)
speelt een rol bij het ontstaan van depressies bij mannen, maar niet bij vrouwen. Dit
blijkt uit het onderzoek van Maaike Verhagen, gezondheidswetenschapper bij het UMC St
Radboud. Een depressie is een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van
levenslust en/of een zwaar terneergeslagen stemming. De aandoening komt veelvuldig voor en
brengt hoge gezondheidskosten met zich mee. Nederland telt naar schatting 700.000 mensen
die te maken hebben met een depressieve stoornis. Zo'n één op de vijf vrouwen en één
op de tien mannen krijgen minstens eenmaal in hun leven een depressie. Bij vrouwen komt de
aandoening dus maal meer voor dan bij mannen, het is echter onduidelijk hoe dit komt. Wel
is geconstateerd dat er bijvoorbeeld verschillen zijn in de stresssystemen van mannen en
vrouwen. Zo zijn de stresssystemen bij vrouwen over het algemeen gevoeliger. Ook
omgevingsfactoren en genetische factoren spelen een rol. Maaike Verhagen deed onderzoek
naar een aantal factoren, zoals familiaire aanleg, leeftijd en etniciteit, die meer
inzicht zouden kunnen geven in het ontstaan en behandelen van depressies. Zij richtte zich
vooral op mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. De belangrijkste ontdekking in
haar onderzoek is de rol van Brain Derived Neurotrophic Factor (BDNF). Het BDNF gen is een
groeifactor die zorgt voor het herstellen van de zenuwcellen na stress, vooral in de
hippocampus. De hippocampus is het gebied in de hersenen dat betrokken is bij emoties en
stemming. Verhagen vond dat het BDNF gen alleen een rol speelt bij depressies bij mannen
en niet bij vrouwen. Dit wijst erop dat depressies bij mannen en vrouwen een andere
achtergrond kunnen hebben. Deze bevinding kan leiden tot de ontwikkeling van behandelingen
die meer toegespitst zijn op vrouwen en mannen.
Hartkwaal met weinig klachten is
wel gevaarlijk
Zeker tienduizenden Nederlanders lijden aan
een bepaalde hartkwaal, soms zonder dat ze het weten. Deze aandoening, atriumfibrilleren,
geeft vaak geen of vage klachten. Mensen met de aandoening hebben echter een veel grotere
kans om te overlijden dan hun gezonde leeftijdsgenoten, blijkt uit grootschalig onderzoek
van Jan Heeringa van het Erasmus MC. De resultaten geven voor het eerst inzicht in hoe
vaak de aandoening voorkomt in West-Europa. Bij atriumfibrilleren trekken de kamers van
het hart onregelmatig en te snel samen, terwijl de boezems stilstaan. Patiënten kunnen
hierdoor duizelig, vermoeid of kortademig worden. Hoewel de klachten niet zo erg lijken,
kan de aandoening ernstige gevolgen hebben. Zo neemt bijvoorbeeld de kans op hartfalen en
een beroerte toe. Mensen met atriumfibrilleren hebben 50 procent meer kans om te
overlijden dan hun leeftijdsgenoten die de ziekte niet hebben.
Goed in kaart
Voor het onderzoek heeft Heeringa, werkzaam bij de afdeling Epidemiologie, gebruikgemaakt
van de gegevens van een langlopend bevolkingsonderzoek in Rotterdam. Hierdoor kon hij de
gezondheid van 6.808 mensen volgen over 15 jaar. Door het grote aantal deelnemers en door
de lange follow-up is de betekenis van het ziektebeeld atriumfibrilleren goed in kaart
gebracht. De cijfers uit het Rotterdamse onderzoek geven een indicatie hoeveel mensen in
Nederland momenteel deze ziekte hebben. Heeringa schat dat het gaat om zo'n 1,5 procent
van de bevolking, rond de 240.000 mensen. Ook geeft het onderzoek handvatten om vast te
stellen hoeveel mensen deze ziekte krijgen als de bevolkingsopbouw verandert en Nederland
verder vergrijst.
Roken gestaakt
Heeringa heeft een aantal nieuwe risicofactoren voor het ontstaan van atriumfibrilleren
gevonden. Rokers, maar ook mensen die het roken al gestaakt hebben, blijken een 50 procent
verhoogde kans te hebben op de hartkwaal. Ook mensen die meer dan een gemiddelde
hoeveelheid atherosclerose (aderverkalking) hebben, hebben een grotere kans om deze ziekte
te krijgen.
Alert zijn
Het is belangrijk dat artsen alert zijn of hun patiënten lijden aan atriumfibrilleren.
Deze patiënten hebben namelijk een sterk verhoogde kans op het krijgen van een beroerte.
Heeringa: 'Het is opvallend dat dit risico niet kleiner is geworden sinds de jaren tachtig
van de vorige eeuw. Toen ontdekten onderzoekers al dat bij deze patiënten de kans op een
beroerte kleiner wordt als ze antistollingsmiddelen gebruiken.' Die medicijnen zijn echter
lastig in het gebruik en hebben soms ernstige bijwerkingen.
Luchtwegen van enzymen ontrafeld
Een internationale groep van onderzoekers,
waaronder Remko Winter en Marco Fraaije van het Groningen Biomolecular Sciences and
Biotechnology Institute (GBB) van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft ontrafeld hoe
enzymen 'ademen'. De bevindingen zijn op 16 juni 2009 gepubliceerd in de online editie van
PNAS (the Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of
America). Veel enzymen hebben voor hun functie zuurstof nodig. Het actieve centrum van
dergelijke enzymen zit meestal verborgen binnen in het enzym. Tot voor kort was het
onduidelijk hoe deze enzymen 'ademen', ofwel: hoe bereiken zuurstof moleculen, zonder
TomTom, de actieve centra? Verondersteld werd totnutoe dat dit gebeurde óf via
willekeurige diffusie door de eiwitlaag van het enzym óf langs een of meer specifieke
zuurstoftransporttunnels. Onderzoekers van laboratoria in de VS, Thailand, Italië en
Nederland (Groningen en Wageningen) hebben nu echter kunnen achterhalen - door een
combinatie van opheldering van enzymstructuren, zuurstofdiffusie-berekeningen op atomaire
schaal en enzymkinetiek-metingen - dat zuurstof het actieve centrum slechts bereikt via
enkele specifieke kanalen, gelokaliseerd in afzonderlijke delen van de enzymstructuren.
Terwijl er verschillende zuurstoftunnels blijken te zijn, komen de uitgangen van deze
tunnels allemaal uit op een en dezelfde toegangspoort van het actieve centrum. Met deze
nieuwe kennis wordt het nu bijvoorbeeld gemakkelijker om zuurstofgebruikende enzymen te
ontwerpen of te verbeteren. Dergelijke oxidatieve enzymen (biokatalysatoren) zijn
uitermate interessant voor het opzetten van nieuwe milieuvriendelijke chemische processen.