Nieuws juni 2009


balk2.jpg (42734 bytes)

Google


Nieuws 22 juni 2009


Btw op alternatieve geneeswijzen?

Nuance: Het heffen van btw voor complementaire behandelingen is terecht

Link

--

Ik kon het niet nalaten een bericht achter te laten

Ron


Pharming krijgt subsidie EUR400.000 voor lactoferrin

Het biotechnologiebedrijf Pharming Group nv heeft een subsidie ontvangen van euro 400.000 voor de verdere ontwikkeling van het natuurlijke eiwit humaan lactoferrin (hLF) tot een voedingsproduct tegen chronische darmontstekingen.


Muizen zijn geen mini-mensen

Muizen als mini-mensen? Om meer kennis te verkrijgen over de werking van het menselijk lichaam bij gezondheid en ziekte, wordt vaak gebruik gemaakt van proefdieren. Hoewel zo belangrijke basiskennis over het menselijk lichaam verkregen wordt, is de vraag of alle resultaten te vertalen zijn van proefdier naar de mens. Ineke den Braber onderzocht tijdens haar promotieonderzoek hoe witte bloedcellen, met name naieve T-cellen, in volwassen muizen en mensen in stand gehouden worden. Naieve T-cellen zijn van groot belang om ziekteverwekkers uit te schakelen. Omdat elke T-cel slechts een ziekteverwekker-onderdeeltje herkent, bestaan er miljoenen unieke T-cellen, die samen voor een gevarieerde T-cel-populatie zorgen. Nieuwe T-cellen worden geproduceerd door de zwezerik. Celdeling van al bestaande naieve T-cellen draagt eveneens bij aan de handhaving van de T-cel-populatie, maar gaat wel ten koste van de diversiteit van de populatie. In zowel volwassen als oude muizen delen er zeer weinig naieve T-cellen en worden praktisch alle naieve T-cellen nieuw geproduceerd door de thymus. Het overgrote deel van de naieve T-cellen in volwassen mensen is echter ontstaan door celdeling. Er zijn dus fundamentele verschillen in het mechanisme waardoor de naieve T-cel populatie gehandhaafd wordt in beide soorten: muizen zijn dus geen mini-mensen.


Eiwitbuisjes brengen enzym naar de start

De enzymen die in planten de cellulose aanmaken, worden naar hun werkplek geleid door een netwerk van eiwitbuisje en -draadjes. Dat blijkt uit een onderzoek van prof. Anne Mie Emons en aio ir. Jelmer Lindeboom van het Laboratorium voor Plantencelbiologie van Wageningen Universiteit, en collega's van Stanford University, beschreven in Nature Cell Biology. De aanleg van cellulose is voor planten van groot belang. Dit polymeer biedt stevigheid aan celwanden en is daardoor bepalend voor de vorm van de plant. De aanmaak van cellulosemicrovezels, microfibrillen genoemd, is geen lukraak proces maar maatwerk, afhankelijk van het type cel en de eisen van het moment. 'Vergelijk het maar met gewapend beton. Als je de wapening niet op de juiste plaats aanbrengt, krijg je niet de juiste stevigheid en vorm', aldus Emons. Het was al bekend, legt zij uit, dat enzymcomplexen die in planten de aanmaak van cellulose verzorgen, zich over de celmembraan bewegen, met microtubuli als leidraad. Deze eiwitbuisjes, een onderdeel van het celskelet, liggen aan de binnenkant van de celmembraan. Enzymcomplexen volgen deze 'rails' terwijl ze cellulosemicrofibrillen spinnen, zoals een slak een slijmspoor achterlaat. Bij die ontdekking in 2006 maakten onderzoekers van Stanford University gebruik van fluorescerende eiwitten om de celluloseproducerende enzymen en de microtubuli tijdens hun werk te bespieden. Ook bij dit nieuwe onderzoek, dat Nature Cell Biology op 14 juni online publiceerde, is die techniek ingezet. Ditmaal om te kijken waar de enzymcomplexen hun werk beginnen. 'Het blijkt dat de plaats waar ze in de celmembraan worden neergezet, eveneens wordt bepaald door de microtubuli. Die laten als een soort douaneposten de enzymen op de juiste plaatsen door', aldus Emons. Bovendien blijkt uit onderzoek dat de aanvoer van de enzymen richting celwand wordt gedirigeerd door een ander onderdeel van het celskelet, de actinefilamenten die door de cel heenlopen. Die eiwitdraadjes geleiden de lichaampjes waar de enzymen eerst in zitten, richting celmembraan, waar de microtubuli het precisiewerk voor hun rekening nemen. 'Dit is fundamenteel onderzoek dat van groot belang is voor ons begrip van de plant, maar op termijn biedt dergelijke kennis ook de basis voor het maken van planten die beter geschikt zijn voor bijvoorbeeld de fabricage van papier, voeding of voor biobrandstof', aldus Emons. 'Voor al die toepassingen is fundamentele kennis over de biosynthese van cellulose van belang. Geen toepassing zonder kennis.'


Pompjes remmen werking antikankermedicijnen

ABC-transporteiwitten pompen stoffen uit de cel. Hiermee helpen deze pompjes het lichaam om schadelijke stoffen kwijt te raken door uitscheiding in gal, feces en urine. Daarnaast beschermen de pompjes belangrijke weefsels, zoals de hersenen en de foetus, door te zorgen dat potentieel schadelijke stoffen uit het bloed niet kunnen doordringen in deze weefsels. Op deze manier kunnen de pompjes echter ook de werking van antikankermedicijnen tegenwerken. Jurjen Lagas laat in zijn proefschrift zien dat de pompjes P-gp en MRP2 samen erg belangrijk zijn bij uitscheiding van twee verschillende antikankermedicijnen. Daarnaast toont Lagas aan dat de hersenpenetratie van een nieuw antikankermedicijn door de pompjes P-gp en BCRP drastisch beperkt wordt. Deze bevindingen zijn mogelijk belangrijk voor de behandeling van patienten met een hersentumor.


Stresseiwitten kunnen het immuunsysteem helpen gezond oud te worden

Tijdens elke ontstekingsreactie worden stresseiwitten aangemaakt. Via een reactie op deze eiwitten kan het immuunsysteem ontstekingsprocessen reguleren. Muizen die door middel van vaccinatie of een neusspray behandeld werden met een stresseiwit (Hsp70) ontwikkelden een minder ernstige vorm van de chronische ontstekingsziekte artritis, aldus Lotte Wieten in haar proefschrift. Bovendien bleek het fragment van Hsp70 dat hiervoor belangrijk was ook door het humane immuunsysteem herkend te worden. Daarnaast onderzocht ze of voedselcomponenten de aanmaak van stresseiwitten zoals Hsp70 konden verbeteren. Carvacrol, een van de belangrijkste bestanddelen van oregano en tijm, bleek dit zeer goed te doen. Muizen die carvacrol met de voeding hadden gekregen, waren bijna volledig beschermd tegen het ontwikkelen van artritis. Via stresseiwitten kunnen voedselcomponenten het immuunsysteem dus op een gerichte manier beinvloeden. De bevindingen van Wieten zijn actueel, gezien de huidige vergrijzende populatie. Op hogere leeftijd neemt namelijk de aanmaak van Hsp70 af. Mogelijk wordt hierdoor de natuurlijke immuunregulatie verminderd en de kans op het ontwikkelen van chronische ontstekingsziekten verhoogd. Alhoewel dit slechts een eerste stap is, zou het herstellen van stresseiwitinductie met bijvoorbeeld voedselcomponenten een relatief makkelijke en veilige manier zijn om het immuunsysteem te helpen.


Minister koopt 34 miljoen vaccins

Minister Klink van VWS heeft besloten 34 miljoen vaccins tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) aan te schaffen. Deze week sluit hij daarvoor contracten met vaccinfabrikanten.

--

Angst verkoopt, dat weet big pharma maar al te goed..... ik bedank voor de eer....

Ron


Europese Commissie wil open, onafhankelijke en verantwoordelijk governance van het internet

De Europese Commissie, het u itvoerend orgaan van de Europese Unie, heeft vandaag in een strategisch document een oproep gedaan tot meer transparantie en multilaterale verantwoordingsplicht bij de governance van het internet. Wereldwijd zijn er nu 1,5 miljard internetgebruikers, waarvan 300 miljoen in de 27 lidstaten van de Europese Unie. Momenteel is de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers ( ICANN ), een particuliere, in de VS gevestigde instantie, verantwoordelijk voor het coördineren van de voornaamste internetelementen. De Commissie stemt ermee in dat particuliere bedrijven ook in de toekomst de leiding nemen bij het dagelijks beheer van de werking van het internet, mits zij zich verantwoordelijk en onafhankelijk opstellen. Verder is de Commissie van mening dat besluiten over het internet, met name over openheid en veiligheid, op een transparante en verantwoordelijke manier moeten worden genomen omdat zij van invloed zijn op iedereen op deze aardbol. De ICANN werkt momenteel in het kader van een gezamenlijke projectovereenkomst met het Ministerie van Handel van de Verenigde Staten, die op 30 september 2009 verstrijkt. Volgens de Europese Commissie moeten toekomstige regelingen op het gebied van internetgovernance aangepast zijn aan de sleutelrol die het mondiale netwerk voor alle landen speelt.

Viviane Reding, EU-commissaris voor Informatiemaatschappij en Media verklaarde: "De Internet Corporation for Assigned Names and Numbers nadert een historisch punt in haar ontwikkeling. Zal het een volledig onafhankelijke organisatie worden met verantwoordingsplicht jegens de mondiale internetgemeenschap? Voor Europeanen ligt dit in de lijn der verwachtingen en wij zullen hier dan ook op aandringen. Ik roep de Verenigde Staten op samen te werken met de Europese Unie om dit streven te verwezenlijken." Met het oog op het verstrijken van de bilaterale gezamenlijke projectovereenkomst tussen de ICANN en de VS-regering in september verklaarde de Commissie vandaag dat dit initiatief van de privésector weliswaar de leiding moet behouden, maar dan met duidelijke richtsnoeren die in het kader van een internationale dialoog worden opgesteld. Als de ICANN bijvoorbeeld toezicht moet houden op de invoering van gepersonaliseerde domeinnamen (zodat ".com" in een website vervangen kan worden door ".anderenaam"), moet ze duidelijke richtsnoeren bepalen en op open wijze werken. De EU is voorts van mening dat toekomstige regelingen voor het internet moeten voldoen aan de basisbeginselen, met name het in acht nemen van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting alsmede het waarborgen van de stabiliteit en de veiligheid van het internet.

In een vandaag bekendgemaakte mededeling : "Internetgovernance: de volgende stappen", doet de Commissie voorstellen voor een meer open, transparante en integratieve governance van het internet. Een van de hoofddoelstellingen is die van de verantwoordingsplicht – zowel interne (besluitvormende instanties en algemene organisatie van de ICANN), als externe (multilaterale verantwoordingsplicht die betrekking heeft op alle landen). Dit houdt tevens in dat iedereen die belang heeft bij de beslissingen van governance-instanties een beslissing ook moet kunnen aanvechten bij een onafhankelijk rechtscollege. De Commissie stelde ook voor het netwerk te laten beheren door instanties uit de privésector met inachtneming van de beginselen van overheidsbeleid maar zonder regeringsinmenging in de dagelijkse gang van zaken. De VS-regering is momenteel de enige overheid die formeel toezicht heeft over het beleid en de activiteiten van de ICANN sinds de oprichting ervan in 1998. Omdat de gezamenlijke projectovereenkomst nu afloopt, vindt de Commissie dat de ICANN een universele verantwoordingsplicht moet hebben, niet alleen jegens één regering maar ook jegens de internetgemeenschap wereldwijd. Dit is met name van belang omdat de komende miljard internetgebruikers hoofdzakelijk afkomstig zullen zijn uit ontwikkelingslanden. De Commissie verklaarde vandaag dat de EU met internationale partners in overleg moet treden over deze kwesties, met name over de manier waarop het internet krachtiger kan optreden in geval van onverwachte storingen of doelbewuste aanvallen. De Commissie wil in haar beleidsvoorstellen initiatieven van de privé-sector opnieuw aanmoedigen en ervoor zorgen dat het internet een motor van innovatie, vrijheid van meningsuiting en economische ontwikkeling blijft.


Ouderschapsverlof: de Europese sociale partners ondertekenen de herziene raamovereenkomst

Bij de nieuwe raamovereenkomst tussen de Europese sociale partners wordt de duur van het ouderschapsverlof verlengd van drie naar vier maanden per ouder. De regeling geldt voor alle werknemers, ongeacht het soort arbeidsovereenkomst. De nieuwe raamovereenkomst is het resultaat van zes maanden van onderhandelingen tussen de sociale partners en weerspiegelt de veranderingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt sinds de ondertekening van de eerste raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof in 1995. Vladimír Špidla, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen, was vanmorgen aanwezig bij de officiële ondertekening. "Deze overeenkomst is het bewijs dat het Europees sociaal partnerschap werkt en concrete resultaten oplevert voor de werknemers en ondernemingen in Europa", onderstreepte Vladimír Špidla, Europees commissaris voor Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen. "Deze overeenkomst is een concrete aanpak van een van de prioritaire doelstellingen inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen en geeft blijk van de bereidheid om oplossingen te vinden om het evenwicht tussen gezins- en beroepsleven te verbeteren, rekening houdend met de diversiteit van de nationale regelgevingen, praktijken en tradities" .  De nieuwe raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof werd vanmorgen ondertekend door de Europese sociale partners: EVV, BUSINESSEUROPE, CEEP en UEAPME.

De nieuwe overeenkomst:

  • betekent een verlenging van het ouderschapsverlof van 3 naar 4 maanden voor elke ouder. Eén van de 4 maanden kan niet van de ene ouder naar de andere worden overgedragen;

  • vermeldt duidelijk dat de regeling voor alle werknemers geldt, ongeacht het soort arbeidsovereenkomst (arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, deeltijdarbeid enz.);

  • biedt de ouders die na het ouderschapsverlof weer aan het werk gaan eveneens de mogelijkheid om een aanpassing van hun arbeidsvoorwaarden te vragen (bijvoorbeeld de werktijden);

  • biedt niet alleen een betere bescherming tegen ontslag, maar ook tegen elke nadelige behandeling ingevolge de gebruikmaking van het recht op ouderschapsverlof.

De Commissie moet nu de bepalingen van de overeenkomst onderzoeken. Overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag met betrekking tot de sociale dialoog zal de Commissie vóór de zomer een richtlijn met het oog op de inwerkingtreding van de overeenkomst aan de Raad presenteren. De richtlijn moet met gekwalificeerde meerderheid door de Raad worden goedgekeurd.

Na twee raadplegingsfasen over het combineren van privé-, beroeps- en gezinsleven waarbij de Europese sociale partners betrokken waren, hebben de organisaties van de interprofessionele sociale dialoog ervoor gekozen over een overeenkomst inzake ouderschapsverlof te onderhandelen. Dat overleg resulteerde in de allereerste overeenkomst op communautair niveau, die in december 1995 werd gesloten en die in 1996 werd gevolgd door een richtlijn van de Raad (Richtlijn 96/34/EG). Meer dan vijftien jaar later vonden de sociale partners dat de inhoud van die overeenkomst nodig moest worden geactualiseerd en zijn zij samen aan tafel gaan zitten om een herziene versie uit te werken. De onderhandelingen werden in september 2008 aangevat en zijn in maart 2009 afgerond.

Nadere informatie over de sociale dialoog: Link

Nadere informatie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen: Link


Mogelijk capaciteitsproblemen voor nieuw bouwende ziekenhuizen door groei aantal opnamen

Na een daling tot 2002 neemt sindsdien het aantal ziekenhuisopnamen weer toe. Nieuw bouwende ziekenhuizen die uitgaan van een dalende beddencapaciteit tot 2 a 2,5 bedden per 1000 inwoners, kunnen volgens de laatste voorspellingen over 10 jaar een plaatsentekort hebben. Een aanzienlijke groei van de vraag is te verwachten hoewel de mate waarin de vraag gaat toenemen onzeker is. Het scenario met de sterkste groei komt uit op een capaciteitsvraag van wel 2,8 promille. Flexibiliteit in het gebouw is nodig om in te kunnen spelen op deze onzekerheden in de vraagontwikkeling.

Stijging aantal klinische en dagopnamen
De in 2002 ingezette stijging van het aantal klinische (meerdaagse) opnamen in ziekenhuizen markeert een trendbreuk. Het aantal dagopnamen nam al veel langer zeer sterk toe en ook deze trend zet door. Een voortgaande en aanzienlijke toename van het aantal (dag)opnamen is te verwachten. De financiering op basis van diagnose behandeling combinaties (dbc's) ondersteunt dit. Ten opzichte van 2007 neemt volgens een middenvariant van scenarioberekeningen het aantal klinische opnamen tot het jaar 2020 met ruim 50% toe, dit is gemiddeld 3,3% per jaar. Het aantal dagopnamen verdrievoudigt in deze periode bijna (dit is gemiddeld 8,7% per jaar).

Dit blijkt uit een onderzoek van Aart van de Vijsel van het Bouwcollege, voor het Centrum Zorg en Bouw van TNO.

Omslag in 2002
Nadat vanaf 1995 het aantal klinische opnamen is gedaald, neemt het aantal sinds 2002 toe. Door een versoepeling van de budgettering van ziekenhuizen om de wachtlijsten weg te werken werd de toename mogelijk gemaakt. De groei van het aantal opnamen blijkt echter niet tijdelijk, maar heeft zich voortgezet. Het aantal dagopnamen neemt al veel langer zeer sterk toe. Tussen 2001 en 2007 was de gemiddelde jaarlijkse stijging van het aantal klinische opnamen 3,6% per jaar en van het aantal dagopnamen gemiddeld 9,5% per jaar.

Toename structureel
Het grootste deel van de toename in (dag)opnamen is een gevolg van een toename van het voorkomen van ziekten in de bevolking los van de demografie, nieuwe behandel- en onderzoeksmogelijkheden, een autonome groei en een (tijdelijke) inhaalvraag die gericht is op het wegwerken van wachtlijsten. De toename van het aantal (dag)opnamen blijkt maar voor een klein deel direct voor rekening van de vergrijzing van de bevolking te komen. De toename van de afgelopen jaren blijkt niet in de eerste plaats samen te hangen met een tijdelijke extra productie om wachtlijsten weg te werken. De toename manifesteert zich op een heel breed en gevarieerd terrein. Zij is structureel.

Hoewel de groei van het aantal klinische opnamen blijvend is, is de mate waarin de vraag zal toenemen onzeker. Daarom zijn voor de mogelijke toekomstige ontwikkeling van de vraag en de verpleegduur tot 2020, op basis van de trends in de afgelopen jaren, drie scenario's uitgewerkt: sterke groei, voortgaande groei en afname groei.

Daling verpleegduur is eindig
De gemiddelde verpleegduur daalt al decennia en is nu 6,2 dag. De daling zal zich naar verwachting voortzetten. Dit wordt ook gestimuleerd door de manier van financiering en de schaarste op de arbeidsmarkt. De daling van de gemiddelde verpleegtijd kan niet al maar doorgaan en zal stoppen ergens tussen de 3 en 4 dagen. De daling van de verpleegduur kan daardoor niet meer, zoals tot nu toe, de gevolgen van de toename van het aantal dagopnamen en meerdaags opnamen voor het benodigde aantal bedden compenseren. Het benodigde aantal bedden per 1.000 inwoners stijgt in deze scenario's naar 2,7 of 2,8 in 2020.


Waarschuwing voor vervalste insulinenaaldjes

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) waarschuwt insulinegebruikers voor vervalste injectienaaldjes van insulinepennen. Gebruik van deze naaldjes levert een risico op voor de gezondheid van de patiënten. In Nederland zijn 200.000 naaldjes in omloop gebracht waarvan er bij uitbrengen van dit persbericht naar schatting nog zo'n 30.000 niet terecht zijn. Een Nederlands bedrijfje kocht 20.000 verpakkingen (100 naalden per verpakking) van een fabrikant in Maleisië. Het bedrijf in Maleisië verklaart op haar beurt dat de naaldjes uit Iran komen. Daar loopt het spoor dood. De IGZ onderzoekt de zaak. Het Nederlandse bedrijfje leverde zo'n 200.000 vervalste naaldjes aan een distributeur in Nederland. Zo'n 500.000 vervalste naaldjes aan Engeland en ruim 1,3 miljoen vervalste naaldjes aan Polen. In totaal zijn zo'n 2 miljoen vervalste naaldjes in het Europese handelskanaal terecht gekomen. De producent en merkhouder van de originele insulinenaaldjes Novo Nordisk kreeg een melding van een patiënt die klaagde over de insulinenaaldjes. Het naaldje paste niet goed op de insulinepen. Novo Nordisk stuurde een grote hoeveelheid naaldjes op naar het moederbedrijf in Denemarken en ontdekte dat de naaldjes waren nagemaakt. De producent maakte daarvan melding bij de IGZ. De IGZ adviseert gebruikers bij twijfel contact op te nemen met hun apotheek of leverancier. Alle informatie is ook terug te vinden op de website van de producent http://www.novonordisk.nl

De IGZ heeft voorafgaand aan deze publiciteit de KNMP (apothekersvereniging) geïnformeerd. Op vrijdag 19 juni heeft de apothekersvereniging haar leden op de hoogte gebracht.

Hoe zijn de valse naaldjes te herkennen?

* Engelstalige verpakking. Echte naaldjes zitten in Nederland in een Nederlandstalige verpakking.
* De streepjescode op de verpakking ontbreekt.
* Door de inferieure kwaliteit van de nagemaakte naald past deze niet goed op de schroefdraad van het insulinetoedieningssysteem.
* Batchnummer/ Lot 08J02S, expiredate (vervaldatum) 08/2013.
* Aanwezigheid van transparante lijm waar de naald bevestigd is op het kunststof.
* Er zit een kleefsticker op het doosje en dat is ongebruikelijk.
* Op het vervalste doosje staat onder de tekst van de CE markering geen streep.

Risico's
De naalden brengen het volgende risico met zich mee: De naald kan afbreken, de namaaknaald past niet altijd goed op het insulinetoedieningssysteem waardoor de insuline niet goed kan worden toegediend en de steriliteit kan niet worden gewaarborgd waardoor er mogelijk ongemak, irritatie en ontstekingsverschijnselen kunnen ontstaan. De IGZ heeft de Europese lidstaten geïnformeerd en zal de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) informeren.


BDNF gen veroorzaakt alleen depressies bij mannen

Brain Derived Neurotrophic Factor (BDNF) speelt een rol bij het ontstaan van depressies bij mannen, maar niet bij vrouwen. Dit blijkt uit het onderzoek van Maaike Verhagen, gezondheidswetenschapper bij het UMC St Radboud. Een depressie is een stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust en/of een zwaar terneergeslagen stemming. De aandoening komt veelvuldig voor en brengt hoge gezondheidskosten met zich mee. Nederland telt naar schatting 700.000 mensen die te maken hebben met een depressieve stoornis. Zo'n één op de vijf vrouwen en één op de tien mannen krijgen minstens eenmaal in hun leven een depressie. Bij vrouwen komt de aandoening dus maal meer voor dan bij mannen, het is echter onduidelijk hoe dit komt. Wel is geconstateerd dat er bijvoorbeeld verschillen zijn in de stresssystemen van mannen en vrouwen. Zo zijn de stresssystemen bij vrouwen over het algemeen gevoeliger. Ook omgevingsfactoren en genetische factoren spelen een rol. Maaike Verhagen deed onderzoek naar een aantal factoren, zoals familiaire aanleg, leeftijd en etniciteit, die meer inzicht zouden kunnen geven in het ontstaan en behandelen van depressies. Zij richtte zich vooral op mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. De belangrijkste ontdekking in haar onderzoek is de rol van Brain Derived Neurotrophic Factor (BDNF). Het BDNF gen is een groeifactor die zorgt voor het herstellen van de zenuwcellen na stress, vooral in de hippocampus. De hippocampus is het gebied in de hersenen dat betrokken is bij emoties en stemming. Verhagen vond dat het BDNF gen alleen een rol speelt bij depressies bij mannen en niet bij vrouwen. Dit wijst erop dat depressies bij mannen en vrouwen een andere achtergrond kunnen hebben. Deze bevinding kan leiden tot de ontwikkeling van behandelingen die meer toegespitst zijn op vrouwen en mannen.


Hartkwaal met weinig klachten is wel gevaarlijk

Zeker tienduizenden Nederlanders lijden aan een bepaalde hartkwaal, soms zonder dat ze het weten. Deze aandoening, atriumfibrilleren, geeft vaak geen of vage klachten. Mensen met de aandoening hebben echter een veel grotere kans om te overlijden dan hun gezonde leeftijdsgenoten, blijkt uit grootschalig onderzoek van Jan Heeringa van het Erasmus MC. De resultaten geven voor het eerst inzicht in hoe vaak de aandoening voorkomt in West-Europa. Bij atriumfibrilleren trekken de kamers van het hart onregelmatig en te snel samen, terwijl de boezems stilstaan. Patiënten kunnen hierdoor duizelig, vermoeid of kortademig worden. Hoewel de klachten niet zo erg lijken, kan de aandoening ernstige gevolgen hebben. Zo neemt bijvoorbeeld de kans op hartfalen en een beroerte toe. Mensen met atriumfibrilleren hebben 50 procent meer kans om te overlijden dan hun leeftijdsgenoten die de ziekte niet hebben.

Goed in kaart
Voor het onderzoek heeft Heeringa, werkzaam bij de afdeling Epidemiologie, gebruikgemaakt van de gegevens van een langlopend bevolkingsonderzoek in Rotterdam. Hierdoor kon hij de gezondheid van 6.808 mensen volgen over 15 jaar. Door het grote aantal deelnemers en door de lange follow-up is de betekenis van het ziektebeeld atriumfibrilleren goed in kaart gebracht. De cijfers uit het Rotterdamse onderzoek geven een indicatie hoeveel mensen in Nederland momenteel deze ziekte hebben. Heeringa schat dat het gaat om zo'n 1,5 procent van de bevolking, rond de 240.000 mensen. Ook geeft het onderzoek handvatten om vast te stellen hoeveel mensen deze ziekte krijgen als de bevolkingsopbouw verandert en Nederland verder vergrijst.

Roken gestaakt
Heeringa heeft een aantal nieuwe risicofactoren voor het ontstaan van atriumfibrilleren gevonden. Rokers, maar ook mensen die het roken al gestaakt hebben, blijken een 50 procent verhoogde kans te hebben op de hartkwaal. Ook mensen die meer dan een gemiddelde hoeveelheid atherosclerose (aderverkalking) hebben, hebben een grotere kans om deze ziekte te krijgen.

Alert zijn
Het is belangrijk dat artsen alert zijn of hun patiënten lijden aan atriumfibrilleren. Deze patiënten hebben namelijk een sterk verhoogde kans op het krijgen van een beroerte. Heeringa: 'Het is opvallend dat dit risico niet kleiner is geworden sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen ontdekten onderzoekers al dat bij deze patiënten de kans op een beroerte kleiner wordt als ze antistollingsmiddelen gebruiken.' Die medicijnen zijn echter lastig in het gebruik en hebben soms ernstige bijwerkingen.


Luchtwegen van enzymen ontrafeld

Een internationale groep van onderzoekers, waaronder Remko Winter en Marco Fraaije van het Groningen Biomolecular Sciences and Biotechnology Institute (GBB) van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft ontrafeld hoe enzymen 'ademen'. De bevindingen zijn op 16 juni 2009 gepubliceerd in de online editie van PNAS (the Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America). Veel enzymen hebben voor hun functie zuurstof nodig. Het actieve centrum van dergelijke enzymen zit meestal verborgen binnen in het enzym. Tot voor kort was het onduidelijk hoe deze enzymen 'ademen', ofwel: hoe bereiken zuurstof moleculen, zonder TomTom, de actieve centra? Verondersteld werd totnutoe dat dit gebeurde óf via willekeurige diffusie door de eiwitlaag van het enzym óf langs een of meer specifieke zuurstoftransporttunnels. Onderzoekers van laboratoria in de VS, Thailand, Italië en Nederland (Groningen en Wageningen) hebben nu echter kunnen achterhalen - door een combinatie van opheldering van enzymstructuren, zuurstofdiffusie-berekeningen op atomaire schaal en enzymkinetiek-metingen - dat zuurstof het actieve centrum slechts bereikt via enkele specifieke kanalen, gelokaliseerd in afzonderlijke delen van de enzymstructuren. Terwijl er verschillende zuurstoftunnels blijken te zijn, komen de uitgangen van deze tunnels allemaal uit op een en dezelfde toegangspoort van het actieve centrum. Met deze nieuwe kennis wordt het nu bijvoorbeeld gemakkelijker om zuurstofgebruikende enzymen te ontwerpen of te verbeteren. Dergelijke oxidatieve enzymen (biokatalysatoren) zijn uitermate interessant voor het opzetten van nieuwe milieuvriendelijke chemische processen.


 

 


 


View My Stats