Vind je onze site de moeite waard ? Help
ons dan ook mee deze dagelijkse nieuwsrubriek groter te maken. Wij zoeken vrijwilligers
die 2 keer per week een paar regels nieuws uit het Engels willen vertalen voor ons omdat
niet alle lezers het Engels beheersen. Wil je ons helpen ? Email onsen help ons nieuwe kennis te
delen
TV - Tegenlicht: De regenmakers:
Het groene verzet in China
Documentaire van Floris-Jan van Luyn. Wat
als de transitie niet harmonieus is, maar vol strijd en conflicten? (Coby van der Linde -
Clingendael International Energy Programme). We zouden zo graag willen geloven dat de
omschakeling van het fossiele naar het duurzame tijdperk harmonieus zal gaan verlopen.
Maar het echec van de klimaattop in Kopenhagen geeft weinig hoop; daar is vooral gebleken
dat de machtsverhoudingen in de wereld zijn veranderd. Een beter milieu en schonere
energie zijn deel geworden van het internationale politieke machtsspel. Reden om aandacht
te besteden aan de conflicten van de transitie. De Regenmakers is een
onderzoeksjournalistieke documentaire over de teloorgang van het Chinese milieu, verteld
in portretten van vier burgeractivisten die zich de ondergang van hun wereld niet langer
willen laten aanleunen. Op de grens van heldenmoed en koppigheid vertellen deze vier
eigenzinnige Chinese burgers - een vissersvrouw aan de oever van een vervuilde rivier, een
rijstboerin onder de rook van een chemische fabriek, een herder aan een uitloper van een
oprukkende woestijn, en een danseres in de schaduw van grootsteedse vuilverbranding -
waarom zij, tegen de stroom in, de strijd durven aangaan met de nukkige en soms agressieve
locale autoriteiten. In een film met de vier elementen als visuele leidraad, staan de
vuile lucht van Changsha, het smerige water van de Qiantangrivier, het oprukkende zand van
de Tenggerwoestijn en het verstikkende vuur van de vuilverbranding in Beijing symbool voor
een strijd om het milieu die veel verliezers kent en weinig winnaars. De regenmakers toont
de winnaars, en levert het bewijs: opkomen voor jezelf loont, zelfs in de dictatuur die
China is.
Farmaceutisch onderzoeker van de
Universiteit van Florida benadrukt voorzichtigheid in het verlagen van bloeddruk bij
patiënten met diabetes en ziektes aan de kransslagader
Voor patiënten met diabetes en hartkwalen
is minder niet altijd beter- althans niet wanneer het gaat over de bloeddruk. Nieuwe
gegevens laten een verhoogd risico zien voor een hartaanval, een beroerte of de dood van
patiënten van wie de bloeddruk te hoog werd geacht of te laag, volgens Rhonda
Cooper-DeHoff, een assistent professor in de farmacie en medicijnen aan de Universiteit
van Florida. Ze rapporteert haar bevindingen vandaag (zondag 14 maart 2010) op de 59ste
jaarlijkse wetenschappelijke bijeenkomst van het Amerikaanse College van Cardiologen in
Atlanta.
Ze beveelt aan om de systolische bloeddruk
(bovendruk) boven de 120 te houden bij patiënten met diabetes of aandoeningen aan de
kransslagader, waarbij ze aangeeft dat de druk tussen de 130 en 140 het meest gezond
blijkt te zijn. Gebaseerd op richtlijnen voor de behandeling van verhoogde bloeddruk,
hebben gezondheidszorgmedewerkers aangenomen dat met het oog op bloeddruk geldt "hoe
lager hoe beter," zegt Cooper-DeHoff. Maar, een studie naar bloeddrukverlagende
middelen -(Transolapril is een ACE-remmer die de bloeddruk verlaagt en de pompkracht van
het hart verbetert) " The International Verapamil SR-Trandolapril study" bekent
onder de naam INVEST - suggereert dat de waardes die voor een normaal gezonde Amerikaan
gelden in feite riskant zijn voor hen die een gecombineerde diagnose hebben van diabetes
en ziekte aan de kransslagader.
"Onze gegevens suggereren dat bij
patiënten met zowel diabetes als een ziekte aan de kransslagader er een bloeddrukdrempel
is, waar beneden er een toename is voor hart- en vaatziekten", zegt Cooper-DeHoff.
Twee van de drie volwassenen met diabetes hebben een hoge bloeddruk. De Amerikaanse Hart
Associatie "AHA" definieert een normale bloeddruk als minder dan 120 systolische
waarde (bovendruk) en minder dan 80 diastolische waarde (benedendruk). Een bloeddruk hoger
dan 140 wordt nog steeds in verband gebracht met een verhoogd risico van 50% op hart- en
vaatziekten bij patiënten met diabetes. Pogingen om de systolische bloeddruk te verlagen
tot onder de 130 bleken geen toegevoegde waarde te hebben voor diabetici met kransslagader
aandoeningen in vergelijking met een verlaging van de systolische bloeddruk tussen 130 en
140.
Cooper-DeHoff's studie toont voor de eerste
keer aan dat deze groep patiënten een soortgelijke verhoging van risico hadden wanneer de
bloeddruk gecontroleerd lager werd dan 115 systolische druk, de aanbevolen reikwijdte van
de Amerikaanse Hart Associatie.
Dr. Stephan Brietzke, een endocrinoloog
(hormoon specialist) die niet deelnam aan het onderzoek werd nieuwsgierig door de
resultaten omdat deze parallel lopen aan recente studies voor bloedsuiker controle, die
suggereren dat er een U-bocht curve te zien is met verhoogd risico voor hart- en
vaatziekten bij zowel "te hoge" als "te lage" uitersten.
Brietzke, een assistent professor voor klinische medicijnen aan de Universiteit van
Missouri in Columbia, leidde sinds 2002 een multidisciplinair onderzoek voor de
samengestelde richtlijnen voor de Gezondheidsadministratie van Veteranen en het
Departement van Oorlog voor de behandeling van type 2 diabetes. Hij beschouwt het als een
belangrijke studie voor artsen die patiënten behandelen met diabetes en hart- en
vaataandoeningen.
"Het identificeren van een drempelwaarde of wanneer een behandeling moet worden
ingesteld en wanneer gezegd moet worden 'goed genoeg,' is uitermate belangrijk niet alleen
voor het welbevinden van de patiënt, maar ook om onnodige kosten van gezondheidszorg te
reduceren," aldus Brietzke. De AHA rapporteert dat hartziektes of beroertes de
hoogste doodsoorzaak is bij mensen met diabetes en meer dan 60% van hen betreft. Hoge
bloeddruk, gewoon voor patiënten met diabetes, verdubbelt het risico op hart- en
vaatziekten.
De INVEST studie is de eerste die de
effecten van bloeddrukverlaging bij patiënten met diabetes met een kransslagader ziekte
evalueert. Onderzoekers hebben gegevens van meer dan 6.400 patiënten geanalyseerd vanaf
de herfst van 1997 tot het voorjaar van 2003. De patiënten die ouder dan 50 jaar waren
werden gerekruteerd op meer dan 850 plaatsen in 14 landen. De onderzoekers raadpleegden
ook de nationale dodenindex voor de als Amerikaan ingeschreven patiënten voor nog eens
vijf jaren om deze aantallen doden van patiënten met een bepaalde bloeddruk variërend
van beperkt behandeld tot niet behandelde hoge bloeddruk, te vergelijken.
Financiële middelen voor dit INVEST
onderzoek werden gegeven door Abbott Laboratories. Cooper-DeHoff kreeg ook ondersteuning
en onderscheiding voor zijn carrièreontwikkeling van het Nationale Instituut voor
Gezondheid.
http://news.ufl.edu/2010/03/14/bp-diabetes/
Vertaald door Pauline Laumans
Tiener dood door mephedrone
Greenpeace: KitKat bedreigt bestaan
orang-oetan
's Werelds grootste voedingsconcern
Nestlé, bekend van KitKat, is mede verantwoordelijk voor de vernietiging van Indonesisch
oerbos. Dat blijkt uit onderzoek van Greenpeace. Nestlé gebruikt palmolie van het
Indonesische bedrijf Sinar Mas. Greenpeace voert al jaren campagne tegen het
palmoliebedrijf, dat stelselmatig oerbossen kapt voor de aanleg van palmolieplantages. De
boskap voor palmolieplantages is de doodsteek voor de ernstig bedreigde orang-oetan. Het
rapport van Greenpeace met bewijs dat Sinar Mas oerbos kapt voor de plantages verschijnt
vandaag.
Palmolie is een plantaardige olie die
voorkomt in tweederde van alle producten in de supermarkt, onder meer in KitKat.
Greenpeace is niet tegen de productie en het gebruik van palmolie, maar wil een stop op de
kap van oerbossen voor de aanleg van plantages. Michiel van Geelen, campagneleider bossen
bij Greenpeace: "We hebben Nestlé meerdere malen tevergeefs gevraagd hun banden met
Sinar Mas te verbreken. "Door zaken te doen met Sinar Mas versnelt Nestlé het
uitsterven van de orang-oetan." Het Brits-Nederlandse Unilever gaf het goede
voorbeeld en heeft vorig jaar wél het contract met Sinar Mas opgezegd.
Volgens de Verenigde Naties zal 98 procent
van de orang-oetanleefgebieden binnen twaalf jaar zijn verwoest, als er geen maatregelen
worden genomen. De oprukkende palmolieplantages zijn de belangrijkste bedreiging van de
mensapen. Alleen al in 2006 vonden zestienhonderd orang-oetans de dood door de kaalkap van
hun leefomgeving en confrontaties met plantagemedewerkers.
Greenpeace zet wereldwijd honderdduizenden
cyberactivisten in om Nestlé onder druk te zetten. Ze zullen Nestlé oproepen alle
directe en indirecte contracten met Sinar Mas op te zeggen. Ook vragen ze het
voedingsconcern zich in te zetten voor een volledige stop op ontbossing voor palmolie.
Verder wordt de campagne gesteund door de online lancering van een internationale
Greenpeace webfilm over KitKat.
Gezonde margarines maken
depressief, olijfolie blij
Depressies zouden minder vaak voorkomen als
we collectief minder dieetmargarines zouden gebruiken, en zouden overstappen op olijfolie.
Dat kun je afleiden uit een epidemiologische studie van Georgia Southern University
waarvoor een kleine vijfduizend mensen tien jaar werden gevolgd. De vetzuren in olijfolie
lijken te beschermen tegen depressie, terwijl de vetzuren in de meeste "gezonde"
margarines de kans op depressie juist verhogen.
Met een goed humeur afvallen
dankzij eiwitrijk dieet
Als je afvalt met een dieet waarin
verhoudingsgewijs veel eiwitten zitten, dan val je sneller en vooral beter af: je verliest
minder spierweefsel en meer vet. Bekend. Oud nieuws. Nieuw is dat je je met zo'n dieet ook
beter voelt. Onderzoekers van Tufts University ontdekten dat afvallen met een normale
hoeveelheid eiwit depressieve gevoelens in de hand werkt - en afvallen met een verhoogde
hoeveelheid eiwit juist niet.
Welkom in Nederland - Gooische
vrouwen + allochtoon
Michiel van Erp volgt twee Gooische vrouwen
die zich ontfermd hebben over een werkloze Irakese vluchteling. Gelukkig zoekt hun chique
tennisclub nog een klusser, maar het is maar de vraag of Meradj - die eigenlijk kunstenaar
is - zijn handen uit de mouwen wil steken?
In de nieuwe kantine van Stenden Hogeschool
vindt je geen patatten, ketchup, marsen of bespoten groenten. Nee, in deze kantine vind je
alleen biologisch voedsel. Want Chefkok en initiatiefnemer Albert Kooy wil geen andere
producten meer zien in de keuken van Stenden.
Kinderen krijgen is gezond. Ouders hebben
een kleinere kans op gezondheidsproblemen, zoals kanker en hart- en vaatziekten. Het
gezondheidsvoordeel geldt echter alleen voor mensen met twee kinderen.
Dierenwelzijn moet in de grondwet, vindt de
Raad voor Dierenaangelegenheden. Dat is een raad van deskundigen die de minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit adviseert over de thema's dierenwelzijn en
diergezondheid.
Nieuwe inzichten in de betekenis
van osteoporose bij ouderen: een gebroken heup als voorbode van een gedaalde
levensverwachting
Heupbreuken vormen een gevreesde
verwikkeling van osteoporose. Tot 20 procent van de ouderen met een gebroken heup
overlijdt binnen het jaar. Tot nu toe werd aangenomen dat na die kwetsbare periode van 6
tot 12 maanden heupfractuurpatiënten een voor hun leeftijd normale prognose hebben. Die
veronderstelling wordt nu tegengesproken door grootschalig onderzoek aan UZ Brussel (Vrije
Universiteit Brussel) en UZ Leuven (K.U.Leuven) bij meer dan 750 000 ouderen met
heupbreuken: ook 10 tot 15 jaar na de breuk blijft de levensverwachting gevoelig ingekort.
Een gebroken heup moet dan ook worden
beschouwd als een teken van onderliggende kwetsbaarheid met een verhoogde vatbaarheid voor
verwikkelingen. Die kwetsbaarheid heeft belangrijke therapeutische implicaties: ze
benadrukt het belang van internistische nazorg en opvolging na hospitalisatie voor een
gebroken heup.
Osteoporose is een aandoening die het skelet verzwakt en het risico op breuken verhoogt.
Aan de basis ligt een leeftijdsgebonden versnelling van de botafbraak. Vooral heupbreuken
zijn een teken van gevorderde osteoporose en vormen een gevreesde verwikkeling. In de EU
treden per jaar meer dan 400 000 heupfracturen op bij vrouwen en meer dan 100 000 bij
mannen. Wereldwijd gaat het jaarlijks om ongeveer 1 800 000 gebroken heupen waarvan in ons
land zowat 18 000. Door de vergrijzing neemt dit aantal van jaar tot jaar nog sterk toe.
Heupbreuken treffen overwegend ouderen (typisch 70-plussers), tasten de levenskwaliteit
aan en bedreigen de onafhankelijkheid. Ongeveer 20 procent van alle heupfractuurpatiënten
moet, als gevolg van de breuk, definitief worden opgenomen in een verzorgingsinstelling.
Bovendien overlijdt 15 tot 20 procent van de betrokkenen binnen het jaar, door medische
verwikkelingen maar ook door nieuwe breuken. Heupfracturen vormen wereldwijd dan ook een
van de belangrijkste bronnen van hospitalisatie, institutionalisatie en sterfte.
Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat een gebroken heup gepaard gaat met een kwetsbare
periode van 6 tot hooguit 12 maanden. Eenmaal die kritieke periode doorgekomen, zouden
heupfractuurpatiënten een voor hun leeftijd normale prognose hebben. Die veronderstelling
werd evenwel nooit degelijk getoetst in onderzoek. Daarin komt nu verandering met een
grootschalige analyse van de betekenis van heupbreuken op langere termijn, waarvan de
resultaten op 16 maart werden gepubliceerd in het gezaghebbende vakblad Annals of Internal
Medicine.
De studie kadert in de jarenlange samenwerking tussen prof. dr. Patrick Haentjens van het
laboratorium voor experimentele heelkunde en de dienst klinisch wetenschappelijk onderzoek
van UZ Brussel en prof. dr. Steven Boonen van het centrum voor metabole botziekten en de
dienst geriatrie van UZ Leuven. In hun onderzoek kwamen zij na analyse van gegevens van
zon 750 000 heupfractuurpatiënten tot een eenduidige conclusie: ook na 10 tot 15
jaar wijst een doorgemaakte heupbreuk op een sterk gestegen sterftekans.
Onze gegevens bevestigen dat vrouwen in de eerste drie maanden na een heupbreuk
ongeveer driemaal meer kans hebben om te overlijden dan zou worden verwacht op basis van
hun leeftijd, licht prof. dr. Patrick Haentjens toe. Bij mannen blijkt in die
periode de sterftekans nog sterker toegenomen, met een factor 8. Maar vooral de resultaten
op lange termijn springen in het oog: zelfs na 10 tot 15 jaar blijft de sterfte abnormaal
hoog, met ook dan nog drie- tot viermaal meer kans op overlijden. Het is dus niet zo dat
na 6 tot 12 maanden de prognose van heupfractuurpatiënten normaliseert. Osteoporotische
heupbreuken blijven, ook na geslaagde heelkunde en intensieve revalidatie, een
levensbedreigende verwikkeling zelfs op langere termijn.
De vraag stelt zich dan ook waarom een gebroken heup nog jaren later voorbode blijft van
een gedaalde levensverwachting.
Dat heeft te maken met het feit dat ouderen die een heup breken geen gemiddelde
ouderen zijn, maar patiënten met een uitgesproken ouderdomsgebonden kwetsbaarheid,
aldus prof. dr. S. Boonen. In vergelijking met leeftijdsgenoten heeft de gemiddelde
heupfractuurpatiënt meer onderliggende aandoeningen en minder weerstand. Die
kwetsbaarheid wordt aangeduid met de term frailty en verklaart waarom
hospitalisatie voor een heupfractuur vaak gepaard gaat met medische verwikkelingen.
Daarom ook overlijdt 1 op 5 patiënten
binnen de 6 tot 12 maanden. Wat ons onderzoek aantoont, is dat dit sterfterisico niet
verdwijnt na die periode. Ouderdomsgebonden kwetsbaarheid blijft de levensverwachting van
heupfractuurpatiënten inkorten, ook jaren na de breuk.
Deze inzichten hebben therapeutische
implicaties: ze benadrukken het belang van heupfractuurpreventie mogelijk met
gerichte medicatie bij bewezen osteoporose maar ook het belang van internistische
nazorg en opvolging na hospitalisatie voor een gebroken heup.
Een op de tien Europese vlinders
bedreigd
Bijna een op de tien Europese dagvlinders
staat op het punt om uit te sterven. Een aantal daarvan komt elders op de wereld niet voor
en zou daarmee helemaal verdwijnen. Dit blijkt uit de Europese Rode Lijst Dagvlinders die
op 16 maart is gepresenteerd door de IUCN. Het verlies aan geschikt leefgebied is de
ernstigste bedreiging voor de Europese dagvlinders. In Nederland is de situatie nog
verontrustender. Inmiddels zijn we 18 van de 70 soorten dagvlinders kwijt, terwijl er meer
dan 30 bedreigd tot kwetsbaar zijn.
Uit de studie, uitgevoerd door
wetenschappers uit heel Europa onder leiding van de Nederlandse Vlinderstichting, blijkt
dat bijna een derde (31%) van de 435 Europese dagvlinders achteruitgaat, waarvan bijna 10%
procent acuut met uitsterven wordt bedreigd. Met het Madeira groot koolwitje (Pieris
wollastoni) is het misschien zelfs al zover. De afgelopen twintig jaar is deze vlinder
helemaal niet meer gezien. "Als we het hebben over uitgestorven dieren dan denken de
meeste mensen aan tijgers, panda's en andere grote dieren. We moeten niet vergeten dat de
kleine dieren op deze aarde buitengewoon belangrijk zijn en dus ook beschermd moeten
worden", zegt Jane Smart, de directeur van de IUCN Biodiversity Conservation Group.
De belangrijkste oorzaak van de
achteruitgang van vlinders is het verlies aan leefgebied. Met name door veranderend
agrarisch gebruik hebben veel soorten het moeilijk. Meer dan de helft van alle Europese
dagvlinders is afhankelijk van bloemrijke graslandgebieden die worden begraasd door kleine
kuddes of waar af en toe wordt gemaaid. Deze graslanden worden steeds zeldzamer omdat de
kleine boeren de concurrentie met de intensieve landbouw niet aankunnen. De bloemrijke
graslanden worden verlaten en verruigen of ze worden zo intensief gebruikt dat de bloemen
en de vlinders er verdwijnen. Andere bedreigingen zijn het veranderende klimaat, het vaker
optreden van bosbranden en het toenemende toerisme.
Het behoud van het leefgebied en het zorgen
voor goede verbindingen tussen de natuurgebieden is voor veel soorten van belang.
Daarnaast moet het Europese landbouwbeleid nadrukkelijk het toenemende verlies aan
biodiversiteit bestrijden. Met gerichte beschermingsplannen kunnen ook positieve
resultaten worden geboekt, zoals de succesvolle terugkeer van het tijmblauwtje in Engeland
en het pimpernelblauwtje in Nederland laten zien.
Mensen houden van vlinders. Hun boeiende
levenswijze en fraaie kleuren maken dat deze dieren, met hun prachtige namen als blauwe
vuurvlinder, zilverstreep- en goudooghooibeestje, aosta esparcetteblauwtje en boszandoog
op veel sympathie kunnen rekenen. Hierdoor is er draagvlak voor de bescherming van
vlinders. Het feit dat vlinders ook in onze directe leefomgeving voorkomen betekent dat
men zelf kan bijdragen aan behoud en herstel van dagvlinders, bijvoorbeeld door te zorgen
dat deze in de tuin voedsel kunnen vinden en zich kunnen voortplanten.
Even naar buiten lopen en terugkomen met
een handvol verse kruiden... Heerlijk! Kruidenplanten zijn ook nog eens verrassend mooi.
Gun ze een plekje in de border en geniet van het prachtige blad, de frêle bloempjes en de
kruidige geur!
Pleidooi voor keurmerk
zorgboerderijen na affaire Diogenes
De Europese Unie wenst u kanker toe
Ja, dat zijn inderdaad niet de leukste
titels om zo op de dinsdagochtend mee van start te gaan, maar ik kan er weinig aan doen.
Duidelijkheid en eerlijkheid boven alles en dan dekt bovenstaande titel geheel de lading.
Ik refereer namelijk aan het goedkeuren van een zoetstof die oorspronkelijk als toevoeging
aan rattengif gebruikt werd: Aspartaam.
Junk DNA kan de aandacht op borst-
en darmkanker vestigen
Wetenschappers van de Universiteit van
Nottingham hebben gevonden dat een groep van losgeslagen genetisch materiaal, geprocedeerd
door DNA strengen die bekend staan als junk DNA, kunnen helpen om borst- en darmkanker te
diagnostiseren. Hun onderzoek, gesponsord door het Cancer Research UK, is gepubliceerd in
het "Genomics Journal".
Britse chirurgen lieten op 1 jaar
tijd 722 voorwerpen in patiënten zitten
Britse chirurgen lieten alleen al in 2008
722 voorwerpen in hun patiënten achter, die daar niet thuishoorden. Het gaat dan om
tangen, scalpels, spiraaltjes en propjes.
Steeds meer regionale
vrijwilligersorganisaties - die informele zorg aanbieden verdwijnen als gevolg van de
invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), terwijl de wachtlijst
van deze organisaties juist groeit.
Er gaat veel mis bij de medicatieoverdracht
vanuit het ziekenhuis naar de thuissituatie. Bij onderzoek onder apotheken in Hoogezand
bleek maar liefst tachtig procent van de medicatie in ontslagbrieven niet te kloppen.
Een man kwam bij een gezondheidsconsulent
met dermatosclerose, een toestand waarin orgaanweefsel in littekenweefsel verandert. Hij
had nog maar enkele maanden te leven. Tijdens de anamnese bleek, dat hij 20 jaar eerder al
nasicort had gekregen tegen neuspoliepen en 2 jaar geleden kreeg hij pulmicort voor zijn
longen. Naar de echte oorzaak was natuurlijk niet gevraag. Echter dat deed deze
gezondheidsconsulent wé: de man had een eigen zaak en maakte sporttrofeeën. Hij was een
gezonde beer van een vent en vond al die maatregelen voor gifstoffen maar onzin, dus stond
hij zonder
afzuigapparatuur, zonder mondkapje en zonder handschoenen in de dampen van de harsen en de
lijmen die er voor die trofeeën worden gebruikt. Vandaar de neuspoliepen 20 jaar eerder,
een bescherming van het lichaam tegen de dampen en eveneens het dichtklappen van zijn
longen, ook een beschermingsmechanisme van het lichaam om de dampen uit zijn longen te
houden. Nu was dat dus
ontwikkeld naar dermatosclerose. De gezondheidsconsulent stuurde hem terug naar het
ziekenhuis om de zware metalen in zijn bloed te laten onderzoeken. Deze waren 100 x hoger
dan de tolerantiegrens. Hij is onder begeleiding gaan ontgiften en heeft natuurlijk
maatregelen genomen voor ventilatie en bescherming tegen de gifstoffen op zijn werk. Toen
ik dit verhaal hoorde, was dit een aantal jaren eerder
gebeurd en leefde de man nog. Hij kreeg ook steeds meer energie en het ging goed met hem.
Mies Kloos
HPV-campagne tegengas.. Help je
mee?
In april, mei en oktober 2010 zullen
de eerste meisjes van 12 jaar tegen HPV worden gevaccineerd.
Ook worden opnieuw de meisjes van 13 t/m 16 jaar opgeroepen die verleden jaar hun HPV
vaccin
hebben geweigerd. Omdat het opkomstpercentage bij de vorige campagne is blijven steken bij
zon
50%, terwijl gerekend was op minimaal 70%, heeft het RIVM besloten nu het reclamebureau
Combat
in te schakelen voor een nieuwe campagne. Directeur Roel Coutinho kondigde tijdens een
spreekbeurt eind oktober 2009 in de Leidse Universiteit aan, dat er nu op emoties zal
worden gespeeld door vrouwen in beeld te brengen die zelf baarmoederhalskanker hebben. Het
wordt tijd voor tegengas.
De EC heeft zojuist het verbouwen van GM
gewassen toegestaan. Zij heeft hierbij de zorgen van haar inwoners genegeerd. Ik heb een
petitie ondertekend die vraagt om onafhankelijk onderzoek en
een mortuarium op de ontwikkeling van GM gewassen. Met 1 miljoen handtekeningen kunnen we
een hiertoe een officieel juridisch verzoek doen bij de Europese Comissie. teken hieronder
en laten
we de 1 miljoen halen.
Het principe van robuust eten zoals onze
voorvaderen dat deden, stamt uit Australië. Daar kookt Holly Davis al jaren met vers
vlees, vis, zuivelproducten en andere pure ingrediënten.
Bot leeft! Oud bot breekt af en er komt
nieuw voor in de plaats. De eerste 30 jaar van je leven komt er zelfs meer bij dan er
verdwijnt. Daarna wordt het oppassen geblazen. We zochten tot
op het bot uit hoe jij je frame kunt onderhouden en verwennen.
Verborgen camera toegestaan in
Duitse spreekkamers
In Duitsland mogen programmamakers beelden
op televisie uitzenden die met een verborgen camera in de spreekkamers van vrijgevestigde
artsen zijn gemaakt.
Vandaag publiceerde het CBS de leefstijl
cijfers uit de Gezondheidsenqu(ee)te 2009. Hieruit bleek dat het aantal zware drinkers in
Nederland gelijk is gebleven rond de tien procent. Dat betekent dat het overgrote
meerderheid van de Nederlanders op een verantwoorde manier alcoholhoudende drank
consumeert. Het aantal zware drinkers onder jongeren (12-24 jaar) is ten opzichte van 2001
gedaald met bijna dertig procent.
Daling zwaar drinken jongeren
Vooral de daling onder de jongeren is positief. Het sluit aan bij het beeld dat ook te
zien is in andere onderzoeken. "Deze actuele cijfers van CBS onderschrijven de
ontwikkeling dat jongeren steeds minder vaak overmatig drinken. De daling bij jongeren is
een trend die overeenkomt met cijfers van het Peilstation onderzoek, Intraval/VWA,
NIGZ/IVO en tal van regionale onderzoeken zoals bijv. uit West-Friesland, Twente en
Rotterdam," aldus STIVA directeur Peter de Wolf. "Het is een duidelijke
aanwijzing dat alle partijen die zich inzetten om alcoholmisbruik door jongeren tegen te
gaan op de goede weg zijn".
Europees perspectief
Ook ten opzichte van Europa doen Nederlandse jongeren het niet slecht. Het citaat dat
Nederland de zuipschuit van Europa is, is niet terecht. De Wolf: "Als je kijkt naar
frequentie scoort Nederland slecht. Ten aanzien van gedronken hoeveelheid scoren we
gemiddeld. Op het punt van dronken/aangeschoten raken, doen we het in verhouding weer
beter dan gemiddeld. Alles bij elkaar opgeteld komen we op een 13e plaats."
Hoe verder?
STIVA is van mening dat deze cijfers moeten worden opgevat als uitdaging om het nog beter
te doen. Het gaat goed, maar het moet nog beter. De huidige samenwerking tussen
verschillende organisaties van de overheid en het bedrijfsleven - die onder andere
terugkomt in het gezamenlijke logo 'Geen 16? Geen druppel' - moet worden doorgezet.
Daarnaast moeten ouders op allerlei manieren worden betrokken het thema alcohol en
jongeren. Verder blijft een goede handhaving van de leeftijdsgrenzen bij alcoholverkoop
een belangrijk onderdeel van de aanpak.
Landelijk meldpunt voor
medicatie-incidenten
Tussen het voorschrijven van een recept en
het toepassen van een geneesmiddel zitten heel wat stappen. Dankzij de professionaliteit
van zorgverleners verloopt dit medicatieproces goed. Maar de kans dat er iets mis gaat is
aanwezig en dan kunnen de gevolgen voor de patiënt groot zijn. In Nederland vinden
jaarlijks ca. 16.000 acute ziekenhuisopnames plaats ten gevolge van geneesmiddelgebruik,
die waarschijnlijk voorkomen hadden kunnen worden[1]. Vandaag lanceren apothekers een
landelijk meldpunt voor deze en andere medicatie-incidenten. Dat zal ertoe bijdragen dat
fouten met geneesmiddelen voorkomen worden en daarmee de patiëntveiligheid wordt
vergroot.
SAMEN LEREN VAN FOUTEN
Het leren van fouten begint met ze te zien. Apothekersorganisaties KNMP en NVZA zijn erop
gebrand om het aantal vermijdbare incidenten met geneesmiddelen terug te dringen. In
ziekenhuizen wordt al enige jaren met veel succes gewerkt met een landelijk meldpunt voor
medicatie-incidenten. Vanaf 1 maart 2010 kunnen ook openbaar apothekers en
GGZ-instellingen aansluiten op de CMR, de Centrale Medicatie-incidenten Registratie.
Alliance Apotheek BV bijt het spits af en zal als eerste met ruim 70 openbare apotheken
aansluiten. Het systeem is zo ontworpen dat straks ook huisartsen en andere beroepsgroepen
die betrokken zijn bij het voorschrijven, bereiden, afleveren en toedienen van medicatie,
mee kunnen doen.
LAAGDREMPELIG EN ANONIEM FOUTEN MELDEN
De CMR is een web-based applicatie, ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging van
Ziekenhuisapothekers (NVZA). Via de CMR kunnen deelnemers laagdrempelig en anoniem
incidenten met geneesmiddelen melden. De CMR is sinds 2006 in ziekenhuizen operationeel en
sindsdien zijn er meer dan 14 000 meldingen binnengekomen.
AANBEVELINGEN VIA CMR ALERTS
Door medicatie-incidenten landelijk te registreren en eenduidig te ordenen, krijgen
zorgverleners inzicht in hoe fouten ontstaan en hoe ze leiden tot schade. Met die kennis
kunnen gerichte verbeteracties worden opgesteld. Indien een ernstig incident met grote
kans op herhaling wordt gemeld, ontvangen zorgverleners snel via de CMR een alertmelding.
Dit bericht bevat ook aanbevelingen om herhaling van een vergelijkbaar incident te
voorkomen.
De hoeveelheid gevonden eicellen bij een
IVF-behandeling heeft een
voorspellende waarde voor de kans op een miskraam of een chromosomaal
afwijkende zwangerschap. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van klinisch
geneticus in opleiding Maaike Haadsma van het Universitair Medisch Centrum
Groningen. Haadsma onderzocht de afname aan eicelhoeveelheid en
eicelkwaliteit naarmate vrouwen ouder worden. Zij promoveert 24 maart aan
de Rijksuniversiteit Groningen.
De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in
Nederland voor het eerst moeder worden is
de afgelopen dertig jaar gestegen van ruim 24 jaar in de jaren 1970 tot ruim 29 jaar
nu. Op latere leeftijd hebben vrouwen echter een kleinere kans om zwanger te
worden en als ze zwanger worden krijgen ze vaker een miskraam. Bovendien is de
kans op een kind met een chromosomale afwijking groter. Dit fenomeen wordt
reproductieve veroudering genoemd.
Afname kwaliteit en kwantiteit
Reproductieve veroudering wordt veroorzaakt
door een afname van de hoeveelheid en
kwaliteit van de eicellen en leidt uiteindelijk tot de menopauze. De afname in
eicelkwaliteit wordt veroorzaakt door een toename in delingsfouten, waardoor eicellen
ontstaan met een chromosoom te veel of te weinig. Het is onbekend of de afname in
eicelkwantiteit ook samenhangt met de afname in eicelkwaliteit. Als dit zo is, dan
heeft de gemeten eicelvoorraad van een vrouw wellicht voorspellende waarde voor
haar kans op een zwangerschap, miskraam of chromosomaal afwijkend kind.
Eicelopbrengst bij IVF
Klinisch geneticus in opleiding Maaike
Haadsma onderzocht verschillende methodes om
eicelvoorraden te meten. Zij bekeek onder andere gegevens van ruim 1800 vrouwen
die zwanger waren geworden na een IVF-behandeling. Bij IVF rijpen door toediening
van hormonen meerdere eicellen tegelijkertijd uit. Haadsma wilde weten of het aantal
eicellen dat bij IVF-behandeling wordt verkregen (eicelopbrengst), een voorspeller is
voor een succesvolle afloop van de zwangerschap. Zij ontdekte dat dit inderdaad zo
bleek te zijn: bij een hoge eicelopbrengst bij IVF is de kans op een levend geboren
kind zonder chromosoomafwijking groter.
Eicelvoorraadtesten
Haadsma ontdekte ook dat andere reguliere
testen die de eicelvoorraad bepalen,
zoals hormonale en echoscopische eicelvoorraadtesten, geen voorspeller zijn voor een
succesvolle zwangerschap. Wellicht geven de eicelvoorraadtesten de werkelijke
hoeveelheid eicellen onvoldoende goed weer.
Informatiebijeenkomst Opleiding
Internetondernemer voor Wajongeren
Het Startersplein en Starters Academie organiseren op vrijdag 26 maart om 14.00 uur bij
Seats2Meet in Utrecht een informatiebijeenkomst voor jongeren met een arbeidsbeperking die
opgeleid willen worden tot internetondernemer
UTRECHT, 20100317 -- Een pilot heeft
aangetoond dat ondernemen via Internet kansen biedt voor mensen met een Wajong-uitkering.
De pilot heeft de deelnemers meer gebracht dan alleen kennis en vaardigheden: sterk
toegenomen zelfvertrouwen en vooral inkomen via een eigen bedrijf. Donderdag 6 mei gaat de
opleiding in Utrecht van start. Het Startersplein organiseert in samenwerking met de
Starters Academie op vrijdag 26 maart om 14.00 uur bij Seats2Meet in Utrecht een
informatiebijeenkomst.
WERKEND INTERNETBEDRIJF
Ondernemen op internet vergt andere
vaardigheden dan ondernemen in de fysieke wereld. Daarom leren de deelnemers naast het
klassieke ondernemerschap ook alles wat zij nodig hebben voor succesvol
internetondernemerschap. Bijvoorbeeld: het toepassen van internetmarketingstrategieën,
online netwerken, personal branding, online reputatie management en het bouwen van een
website en webwinkel. De opleiding levert de deelnemers, op basis van een goed onderbouwd
ondernemingsplan, een werkende website of webwinkel op. De opleiding wordt afgerond met
een examen.
MAATWERK
Een goed idee alleen is niet voldoende. 'De
vent maakt de tent' is een gevleugelde uitspraak over ondernemerschap. Daarom krijgt
persoonlijke ontwikkeling volop aandacht in deze opleiding. De opleiding bestaat uit zowel
een theoretische als praktische ondersteuning. Docenten uit de praktijk begeleiden de
deelnemers in alle facetten van de opleiding, zelfs bij de invulling van ieders
bedrijfsconcept. Zij hebben als specialisten een belangrijke, creatieve input in het plan
van de deelnemers, en brainstormen met de aankomend internetondernemers mee. Daarnaast
bieden zij praktische ondersteuning in de startfase als ondernemer. Het eindresultaat van
deze aanpak is een verantwoorde start van een volwaardig internetbedrijf.
NIEUW PERSPECTIEF
Een eigen internetbedrijf biedt jongeren
met een arbeidsbeperking een nieuw perspectief. Als ondernemer kunnen zij (een deel van)
hun eigen inkomen verdienen doordat ze hun werk en hun werktijden kunnen aanpassen aan hun
mogelijkheden. Een andere mogelijkheid biedt het bedrijfsleven. Dat heeft behoefte aan
mensen die zowel verstand hebben van `de online wereld' als van de zakelijke kant van
internet. De vraag naar personeel op dit gebied is de afgelopen jaren flink toegenomen.
Indien een baan in loondienst meer passend is zal de begeleiding daar naartoe onderdeel
zijn van de coaching.