Nieuws 3 juli 2009
Varkensgriep of buikgriep ?
Paar weken geleden ben ik flink ziek
geweest, en ook de leden van mijn gezin. Leek op buikgriep maar die duurt normaal 3-4
dagen en dan knap je op. Dit verhaal duurde ruim 2 weken en hondsberoerd geweest. Met name
pijn in darmen, spugen en misselijk. Als grapje zei ik dat het wel varkensgriep zou zijn.
Tot ik gisterenavond dit bericht op Reuters voorbij zie komen:
New flu may not spread like regular flu
Tumpey's team found mutations that let the
new H1N1 virus live in the small intestine -- something seasonal influenza cannot do. This
may explain why so many swine flu patients have stomach upsets such as nausea and
diarrhea, the researchers said.
http://www.reuters.com/article/healthNews/idUSTRE5616A220090702
Ron
Medisch drugskartel muilkorft
Belgische pers
Fernand Haesbrouck
Europese gemeenschap vraagt dat een groot
onderzoek zou starten naar de schadelijke bijwerkingen van ADHD-medicatie. Deze
persmededeling voor de media van alle landen kon vanuit Brussel, alleen België niet
bereiken. Een land dat uitblinkt in ... cordons.
Link
Veelzijdige Overheid, meestal met
geld
Dit gaat over het zelfmoorden.
Overheid weet precies welke stoffen de drempel daartoe verlagen, en subsidieert ze. En om
de komedie compleet te maken, stopt men ook nog geld in zelfmoordpreventie. Goed
wetende dat de show toch zal doorgaan. Maar het oog, wil ook wat.
Link
Boek : Het laatste taboe - Angst en
depressie bij kinderen
Naar mijn idee soms een beetje het laatste
taboe in Nederland. Kinderen horen energiek, frivool, uitdagend en leergierig te zijn.
Zijn ze dat niet, dan willen we dat eigenlijk niet zien. Vaak praten ouders en
leerkrachten angstige en sombere gevoelens weg bij kinderen. We voelen ons onmachtig en
het doet ons zeer om een kind te zien dat worstelt met het leven. Zo hoort het niet te
zijn!
Wanneer scholen mij vragen om een cyclus
workshops te geven over "Gedrag", stel ik meestal de volgende route voor: ADHD;
Autisme Spectrum; Angst & Depressie en ter afronding: de Gemeenschappelijke
Pedagogische Teamaanpak. In veel gevallen moet ik uitleggen waarom ik die Angst &
Depressie-module aanbeveel. Angst en depressie komt voor bij 2 tot 4% van de
basisschoolleerlingen en bij 5 tot 8% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dat
laatste cijfer is groter dan het aantal ADHD- en autismespectrumleerlingen samen! Deze
leerlingen vallen niet op door aandachtvragend gedrag. In veel gevallen proberen ze zich
onzichtbaar te maken. Ze vermijden, ontlopen, doen niet mee, functioneren aan de rand van
het groepsgebeuren.
Leerkrachten geven het ook toe: "In de
hectiek van de dagelijkse gang van zake, focus ik meer op ongewenst gedrag dat hinderlijk
is."
Een leerkracht op één van de scholen waar
ik onlangs kwam, zei: "Ik heb niet zoveel met angst en depressie". Alsof ik het
in Keulen hoorde donderen!! Onder bijna alle problematiek waar we mee van doen hebben in
het onderwijs zit angst en/of depressie. Of het nu eetproblematiek, hechtingsproblematiek,
adhd, autisme, verwaarlozing, mishandeling of een leerstoornis is.
Ik pleit dan ook voor een breedschalig
deskundigheidsbevorderingsproces in het onderwijs, in de vorm van psycho-educatie. De
pijlers in dit proces zijn:
1. kennisoverdracht over psychische/psychiatrische problematiek;
2. het kweken van begrip en empathie voor de leerling en het gezin;
3. het aanreiken van werkvloergerichte gedragsinterventiestrategiën.
In zo'n proces krijgt de leerkracht inzicht
in de oorzaken van probleemgedrag, worden mythes en valse aannames bestreden. Er wordt
gewerkt vanuit signaleren en observeren naar concreet handelen en de leerkracht krijgt
kijk- en handelingswijzers aangereikt. Ook het leerkrachtengedrag komt aan de orde
en de kracht van de gemeenschappelijke pedagogische teamaanpak wordt verklaard. Goed
en veilig onderwijs is gebaat bij leerkrachten die hun vak goed verstaan. Dat houdt ook
in: omgaan met leerlingen die het moeilijk hebben en die het de leerkracht soms moeilijk
maken. Dat laatste gebeurt meestal uit onmacht, uit een gebrek aan deugdelijk gereedschap
bij de leerling zoals communicatieve- en oplossingsvaardigheden. Wilt u meer weten over
angst en depressie bij kinderen en jongeren? Lees dan het boek van Willem de Jong: Angst
en depressie
Auteur: Willem de Jong
192 paginas, paperback
ISBN 9789077671375
Prijs: 17,50
In dit complete boek komen ook problemen
aan de orde waarbij angst en depressie een grote rol spelen: zelfbeschadiging,
eetstoornissen, hechtingsstoornissen, schizofrenie en persoonlijkheidsstoornissen. Aan
ADHD en autisme worden aparte hoofdstukken gewijd, aangezien ook bij deze kinderen vaak
angsten aanwezig zijn. Uit onderzoek is bekend dat vroegtijdige onderkenning en
behandeling het aantal klachten op latere leeftijd fors doet afnemen. In Angst en
depressie staan praktische kijk- en handelwijzers voor ouders en leerkrachten, bedoeld om
signalen tijdig op te kunnen pikken en vervolgens juist en tijdig te kunnen handelen.
Hormoonverstorende stoffen
veroorzaken minder
vruchtbaar sperma
Hormoonverstorende stoffen kunnen mannen
minder vruchtbaar maken. Dat concludeert dr. Nel Roeleveld na haar VIDI-onderzoek bij het
UMC St Radboud. Mannen die dagelijks cosmetische producten gebruiken hebben vijf keer meer
kans op minder goed sperma dan normaal. Moeders die tijdens de zwangerschap professioneel
in aanraking komen met cosmetica en vrouwen die tot vlak voor de conceptie of nog daarna
de anticonceptiepil slikken, hebben een drie tot vijf keer grotere kans dat hun zoon
minder vruchtbaar zaad heeft of dat zijn teelballen niet indalen. En werken met pesticiden
leidt tot dertig procent minder kans op zwangerschap.Wij zijn altijd kritisch
geweest over de berichten dat er een verband zou zijn tussen de aanwezigheid van
hormoonverstorende stoffen in het milieu en geslachtsafwijkingen bij kinderen. Maar dit
zijn toch duidelijke resultaten, zegt Roeleveld, leider van de groep Reproductie
Epidemiologie van het Nijmeegse UMC.
Download
PDF
Junkfood leidt écht tot meer trek
in een snack
Hoe groot is de invloed van junkfood op het
feit dat steeds meer mensen kampen met overgewicht? Groter dan je zou denken, menen Britse
wetenschappers. Zo meldde de Sunday Times afgelopen weekend dat de receptuur van junkfood
een formule bevat die mensen kan laten eten, ook als ze eigenlijk al vol zitten.
Link
Uitzonderingen op de biologische
productievoorschriften in België
De Vlaamse minister van
landbouw heeft een aantal uitzonderingen op de productievoorschriften voor de biologische
landbouw goedgekeurd: o
p 22 juni 2009 heeft de Vlaamse minister bevoegd voor
Landbouw een ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 7, 9, 10, 11 en 48 van het
besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 betreffende de biologische productie
en de etikettering van biologische producten definitief goedgekeurd. Dit ministerieel
besluit geeft uitvoering aan de volgende aspecten: rapportering aan de overheid door de
erkende controleorganen, tarieven voor de controlekosten, meldingen door invoerders en
verkooppunten en enkele uitzonderingen op de productievoorschriften. Einde 2008 werd het
besluit van de Vlaamse Regering betreffende de biologische productie en de etikettering
van biologische producten goedgekeurd. Hierin worden onder andere de erkenningsvoorwaarden
voor de controleorganen, de tarieven, het controlesysteem vastgelegd en worden aan de
minister bevoegd voor landbouw een aantal specifieke taken en bevoegdheden gegeven. Deze
worden door het recent goedgekeurde ministerieel besluit geregeld. Tot nu lagen de
vergoedingen die de controleorganen aanrekenen aan de bij hen aangesloten bedrijven vast
in een koninklijk besluit. Deze tarieven waren verplicht en waren grotendeels gebaseerd op
de omzet van die bedrijven. Vanaf nu is elk controleorgaan vrij om zelf zijn tarieven te
bepalen. De tarieven moeten gebaseerd zijn op de omvang en de complexiteit van de
controles en moeten ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minster bevoegd voor
landbouw. In het ministerieel besluit worden de voorwaarden vastgelegd die de minister
hanteert om de tarieven te beoordelen. Alvorens een beslissing te nemen zal de minister
het advies over de voorgestelde tarieven vragen aan de in het besluit vermelde
organisaties. Verkooppunten van biologische producten die aan bepaalde voorwaarden
voldoen, worden vrijgesteld van controle, mits ze zich aanmelden bij de afdeling Duurzame
Landbouwontwikkeling. Importeurs moeten elk lot biologische producten dat in de Europese
Unie wordt ingevoerd, melden aan de afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling. In het
goedgekeurde besluit worden de formaliteiten van deze bovengenoemde meldingen vastgelegd.
In het ministereel besluit worden enkele uitzonderingen op de biologische
productievoorschriften geregeld. Uitzonderingen op de productievoorschriften: Zo is er een
lijst van traaggroeiende pluimveerassen. Dieren behorende tot rassen van die lijst mogen
voor een leeftijd 81 dagen geslacht worden. Daarnaast wordt het gebruik van de
synthetische vitamines A, D en E bij herkauwers toegestaan en wordt het gebruik van koper
als fungicide bij blijvende teelten enigszins versoepeld.
Link
Gerrit de Jong
Mosselen zijn snelle indicatoren
voor kwaliteit van mariene milieu
Studente Delphine Coates ontvangt op 2 juli
de MareLac prijs voor haar eindverhandeling in de Master in de Mariene en Lacustriene
wetenschappen (MareLac) aan de UGent. Ze ontwikkelde een techniek voor het gebruik van
mosselen als snelle indicatoren voor de kwaliteit van het mariene milieu. Deze
week studeren de eerste lichting tweejarige Masters af in deze opleiding. Lacustrien staat
voor diepe meren. Na haar studie zal ze meewerken aan een onderzoeksproject rond de
opvolging van het mariene milieu na inplanting van de windmolenparken voor de Belgische
Kust. Mosselen Het gebruik van mosselen als bio-indicator voor de kwaliteit van het
mariene milieu is reeds lang gekend. Het lopende onderzoeksproject INRAM (2007-2010)
gefinancierd door het Belgische Wetenschapsbeleid en gecoördineerd door Prof. C. Janssen
(UGent), is gericht naar het onderzoek van de kwaliteit van het Belgische kustwater,
inclusief het water van de Vlaamse zeehavens. In dit kader heeft Delphine Coates
technieken op punt gesteld die gebruikt worden om de weefsels van de mosselen te
analyseren die als testorganismen in deze wateren werden uitgezet. Deze methoden zijn
efficiënt voor het vaststellen van korte termijn effecten van vervuiling door
micro-polluenten. Op het einde van het INRAM project (2010) zullen de micro-polluenten van
de Belgische zeehavens in kaart zijn gebracht en de effecten op de biota via experimentele
weg worden vastgesteld. Er is door de toenemende druk en gebruik van zeeën en meren
binnen en buiten Europa een uitgesproken nood aan dergelijke specifiek hoog opgeleide
mensen die vanuit hun multidisciplinaire expertise meewerken aan een duurzaam gebruik en
beheer van deze ecosystemen. Klimaatsveranderingen, toenemende visserijdruk,
ontwikkelingen in de aquacultuur in binnen en buitenland, de inplanting van
windmolenparken, landwinning op zee zijn fenomenen die het mariene milieu steeds meer in
de aandacht brengen, waardoor de vraag naar specialisten de laatste jaren ook sterk is
toegenomen. Met deze opleiding tracht de faculteit wetenschappen van de Universiteit Gent
tegemoet te komen aan deze vraag. Deze opleiding is uniek voor Vlaanderen en Europa en is
ontstaan vanuit een éénarige specialisatie opleiding. Deze opleiding, nu twee jaar, kan
gevolgd worden door afgestudeerde Bachelors in de Biologie, Geologie, Geografie maar ook
Bio-ingenieurswetenschappen en aanverwante. Specifiek aan deze opleiding is het
uitgesproken multidisciplinair karakter met focus op zeeën, oceanen en diepe meren. De
opleiding is dus niet afgebakend op basis van disciplines maar op basis van fysische
grenzen van het bestudeerde systeem. Zowel aspecten van biologie, geologie als zee en
milieurecht maar ook ecotoxicologie, visserij en aquacultuur komen aan bod.
VvP onderschrijft belang meer
samenhang in schizofreniezorg
De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
presenteerde onlangs de uitkomsten van een toezichtonderzoek naar de zorg voor
schizofreniepatiënten met een verslavingsprobleem, uitgevoerd onder 33 GGZ-instellingen.
De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) onderschrijft het belang van de
belangrijkste conclusie uit het rapport, namelijk dat meer samenhang in zorg nodig is. De
vereniging voelt zich door de aanbevelingen die de IGZ in de rapportage verder doet
gesterkt in het uitgezette beleidstraject dat zij uitvoert in samenwerking met andere
partijen in de GGZ. Echter om de gesignaleerde knelpunten in zorg aan te pakken zijn
volgens de NVvP meer financiële middelen nodig. De IGZ concludeert in haar rapport dat de
voorwaarden voor verantwoorde zorg voor patiënten met schizofrenie in de meeste
GGZ-instellingen voldoende georganiseerd zijn. Op het gebied van een effectief
drugspreventiebeleid en een hulpaanbod dat de aanpak van drugsproblematiek integreert, is
volgens de IGZ echter nog veel te winnen. Andere belangrijke conclusies zijn dat van
systematische en patiëntgerichte zorg niet altijd sprake is, dat de betrokkenheid van de
familie bij de behandeling te wensen over laat en dat er onvoldoende systematische taxatie
van het suïciderisico plaatsvindt. Over het algemeen voelt de NVvP zich gezien de
uitkomsten van het onderzoek gesterkt in het door de gezamenlijke GGZ-partijen uitgezette
beleidstraject op dit gebied. Zowel de update van de multidisciplinaire richtlijn
'schizofrenie', de ontwikkeling van de nieuwe richtlijn 'behandeling en begeleiding van
patiënten met suïcidaal gedrag', als de ontwikkeling van het project Resultaat Scoren
van GGZ Nederland, laten zien dat GGZ-professionals en GGZ-instellingen zich sterk maken
voor een goed beleid voor schizofrenie en verslavingzorg. De NVvP wil benadrukken dat de
door de IGZ voorgestelde kwaliteitsverbeteringen in de zorg voor deze patiënten wel forse
investeringen zullen vergen. Het huidige economische klimaat voorspelt echter weinig goede
ontwikkelingen. Daarnaast benadrukt de NVvP dat dergelijke kwaliteitsverbetering voor de
patiënt en zijn familie niet enkel op papier moet zijn, maar met name ook door menskracht
in te zetten die patiënt en familie meer tijd voor begeleiding geeft. De NVvP stuurde
gisteren een brief met een uitgebreide reactie op het rapport naar de Inspectie.
Meer voordeel voor
milieu-investeringen
Ondernemers kunnen voordeliger investeren
in milieuvriendelijke technieken. Door een tussentijdse wijziging van de Milieulijst voor
de MIA (Milieu-investeringsaftrek) en de Vamil (Willekeurige Afschrijving
Milieu-investeringen) is de fiscale aftrek voor veel milieuvriendelijke investeringen
flink verhoogd. De verhoging maakt deel uit van een pakket maatregelen die het kabinet
heeft genomen om de effecten van de kredietcrisis te bestrijden. Zowel in 2009 als in 2010
is er 30 miljoen euro extra beschikbaar voor de MIA en de Vamil. De Milieulijst bevat zo'n
430 milieuvriendelijke investeringen die in aanmerking komen voor MIA en Vamil. In de
gewijzigde lijst zijn voor veel investeringen de aftrekpercentages verhoogd en de maximale
bedragen per aanvraag vervallen. Ook zijn twee nieuwe bedrijfsmiddelen aan de lijst
toegevoegd: een accuwisselstation en een mestverwerkingsinstallatie. De omschrijvingen van
het oplaadpunt voor elektrische voertuigen, het duurzame recreatiegebouw en de duurzame
renovatie van een utiliteitsgebouw zijn verruimd waardoor ze extra aantrekkelijk zijn
geworden. De Milieulijst is aangepast aan de nieuwe Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV.3)
die vanaf 1 april jl. van kracht is geword en. In deze maatlat zijn, naast de thema's
ammoniak en dierenwelzijn, ook diergezondheid en energie opgenomen. Meer informatie over
de eisen voor MDV.3 staat op www.smk.nl. De nieuwe
Milieulijst geldt voor milieu-investeringen vanaf 28 juni 2009 met uitzondering van
investeringen in milieuvriendelijke stallen. Ondernemers die vanaf 1 april 2009 hebben
geïnvesteerd in een duurzame stal moeten voldoen aan de eisen van MDV.3 en komen in
aanmerking voor het verhoogde fiscale voordeel. MIA en Vamil zijn fiscale
stimuleringsregelingen van de ministeries van VROM en Financiën. Milieuvriendelijke
bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor beide regelingen, of voor één van de
regelingen. Via de MIA kunnen ondernemers tot 40 procent van de investeringskosten voor
een milieuvriendelijk bedrijfsmiddel aftrekken van de fiscale winst. Met de Vamil kunnen
bedrijven zelf bepalen wanneer ze de investeringskosten van een bedrijfsmiddel
afschrijven. Dat levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. SenterNovem voert de MIA en
Vamil uit. Meer informatie? Wilt u meer weten over MIA/Vamil, kijk dan op www.senternovem.nl/miavamil.
Ouderentelefoon veel gebeld voor
'hittegolftips'
Het Nationaal Ouderenfonds constateert dat
ouderen deze dagen erg veel last hebben van de aanhoudende hitte. De Ouderentelefoon (tel.
0900 - 60 80 100, 5 cent/min.) van het Ouderenfonds, waar ouderen 7 dagen per week dag en
nacht naar toe kunnen bellen voor een gesprek of informatie, is afgelopen dagen vaak
gebeld door ouderen die wilden weten hoe om te gaan met de hitte. Om de ouderen bij te
staan, heeft het Ouderenfonds een aantal belangrijke hittetips op een rijtje gezet.
Terwijl Nederland tijdens deze tropisch hete dagen massaal verkoeling zoekt aan het strand
of zwembad, hebben veel ouderen die hiertoe niet in staat zijn erg veel last van de
aanhoudende warmte. Hulpbehoevende ouderen lopen bij temperaturen van +30 graden een sterk
verhoogd gezondheidsrisico, omdat zij moeilijker hun lichaamstemperatuur kunnen reguleren.
Ook komen uitputting en uitdroging als gevolg van verminderde transpiratie en te weinig
drinken bij ouderen frequent voor. Naarmate de hoge temperaturen aanhouden, wordt het
gezondheidsrisico groter. Het Nationaal Ouderenfonds heeft voor ouderen tips verzameld om
in goede gezondheid de tropische temperaturen te weerstaan. De tips staan vermeld op de
website van het Ouderenfonds, www.ouderenfonds.nl, maar worden ook telefonisch verstrekt
door de medewerkers van de Ouderentelefoon van het Nationaal Ouderenfonds. De ouderen,
buren, familie of mantelzorgers die bellen worden 24 uur per dag persoonlijk te woord
gestaan door deskundige vrijwilligers van Sensoor, die op alle mogelijke gebieden kunnen
adviseren en waar nodig doorverwijzen. De meeste bellers zoeken bevestiging dat ze de
juiste dingen doen; veel water drinken en koele plekken opzoeken. De Ouderentelefoon is er
ook voor ouderen die behoefte hebben aan een gesprek, bijvoorbeeld omdat zij zich eenzaam
voelen. In de zomermaanden voelen veel ouderen zich (extra) eenzaam, omdat iedereen om hen
heen met vakantie lijkt te zijn en zij zich buitengesloten voelen van barbecues en andere
buitenactiviteiten. Als mensen zelf goede tips hebben, kunnen zij deze doorgeven via
info@ouderenfonds.nl. Zie de bijlage voor de hittetips van het Ouderenfonds
CBG beoordeelt mogelijk risico op
kanker bij gebruik insuline glargine
Het wetenschappelijke comité voor
geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) van het Europese bureau voor
geneesmiddelenbeoordeling (EMEA), waarin het CBG is vertegenwoordigd, laat weten op de
hoogte zijn van 4 recent gepubliceerde onderzoeken naar de relatie tussen insuline
glargine (Lantus) en kanker. De resultaten zijn niet consistent. Twee van de vier
onderzoeken suggereren een verhoogd risico op borstkanker. Uit de beide andere onderzoeken
blijkt dit niet. Vooralsnog kan de associatie noch bevestigd noch uitgesloten worden. De
CHMP en het CBG zullen de beschikbare data eerst grondig analyseren. Insuline glargine
(Lantus) is geregistreerd voor de behandeling van volwassenen, adolescenten en kinderen
vanaf 6 jaar met diabetes mellitus, waarbij behandeling met insuline vereist is.
Patiënten wordt aanbevolen hun behandeling met Lantus voort te zetten en bij twijfel over
hun medicatie hun arts (specialist) of apotheker te raadplegen.
Inzet bedrijfsarts bij overspannen
werknemer is kosteneffectief
Activerende begeleiding door de
bedrijfsarts is kosteneffectief bij werknemers die verzuimen als gevolg van
stressgerelateerde klachten. Het werken volgens de richtlijn psychische problemen leidt
tot forse kostenbesparing (ruim 500 Euro per werknemer) in vergelijking met verwijzing
naar een psycholoog. Dit blijkt uit onderzoek van David Rebergen onder politiewerknemers,
die donderdag 2 juli promoveert aan VU medisch centrum. Rebergen onderzocht als eerste in
een wetenschappelijke studie de (kosten)effectiviteit van een richtlijn voor psychische
zorg op werkgerelateerde uitkomsten. Bij stressgerelateerde psychische problemen,
bijvoorbeeld overspannenheid en burn-out, is het goedkoper een bedrijfsarts in te
schakelen die de verzuimende werknemer begeleidt dan te verwijzen naar een psycholoog.
Voor de duur tot werkhervatting blijkt dit niet uit te maken. Bij ernstigere psychische
problematiek, zoals depressie en angst, is snelle herkenning en doorverwijzing naar
gespecialiseerde psychische zorg wel meer effectief. Jaarlijks verzuimt 6 % van de
Nederlandse werknemers als gevolg van psychische problemen. De kans dat dit tot langdurige
arbeidsongeschiktheid leidt is groot, van de mensen met een
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt 35 % deze vanwege psychische klachten. De
zorgkosten en verlies aan arbeidscapaciteit worden geschat op 7,5 miljard Euro per jaar.
Dit bedrag zal in de toekomst nog toenemen doordat steeds meer mentale arbeid wordt
verricht. Adequate begeleiding door de bedrijfsarts bij psychische gezondheidsproblemen is
daarom essentieel. De begeleiding is geprotocolleerd in een richtlijn die is opgesteld
door de beroepsvereniging van bedrijfsartsen (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en
Bedrijfsgeneeskunde). Hierin staat de activerende aanpak centraal en wordt terugkeer naar
het werk als onderdeel van het herstelproces gezien.
Muis helpt bij speurtocht naar
genen verstandelijke handicap
Fouten in het DNA kunnen een verstandelijke
handicap veroorzaken. Onderzoekers van het UMC St Radboud en Oxford University ontdekten
78 nieuwe genen voor deze aandoening. Ze deden dat via een nieuwe methode die online in
PLoS Genetics wordt beschreven. Onderzoek naar deze genen in individuele patiënten wordt
nu mogelijk. Het UMC St Radboud is daar inmiddels mee gestart. Ongeveer twee procent van
de bevolking is verstandelijk gehandicapt. In veel gevallen wordt zo'n verstandelijke
handicap veroorzaakt door zogeheten copy number variations (CNV's); door erfelijk
materiaal waarvan soms een deel verloren is gegaan of juist is verdubbeld. Niet alleen
verstandelijke handicaps maar ook andere neurologische stoornissen zoals autisme en
schizofrenie lijken veroorzaakt te worden door meer of minder DNA-herhalingen, kortom,
door CNV´s. "Bij onze patiënten met een verstandelijke handicap wilden wij de
betrokken genen in deze CNV's graag opsporen", zegt geneticus Joris Veltman van het
UMC St Radboud. "Het probleem is echter, dat er ontzettend veel genen bij deze
aandoening betrokken kunnen zijn. Daarom was gerichte screening op genen in de klinische
praktijk nog niet mogelijk." Samen met collega´s Jayne Hehir-Kwa en Bert de Vries
van de afdeling Antropogenetica en onderzoekers van Oxford University heeft Veltman nu een
methode ontwikkeld waardoor screening van deze genen in de CNV´s wél binnen bereik komt.
Jayne Hehir-Kwa: "We hebben deze genen van meer dan duizend mensen met een
verstandelijke handicap vergeleken met meer dan 5000 knockout muizen; dat zijn muizen
waarbij telkens één gen is uitgeschakeld. Soms zie je bij een uitgeschakeld gen dat de
zenuwcellen niet meer functioneren en de muis neurologische problemen krijgt. We dachten
dat die genen van de muis ons veel gerichter konden leiden naar genen die verstandelijke
handicaps bij de mens veroorzaken." Die gedachte klopte. De onderzoekers brachten de
duizenden kandidaat genen voor een verstandelijke handicap terug tot minder dan tachtig!
Dit is het eerste onderzoek waarbij de gegevens van knockout muizen systematisch zijn
gebruikt om meer te weten te komen over een genetisch complexe aandoening zoals
verstandelijke handicaps. Veltman: "We weten nu niet alleen dat CNV´s inderdaad vaak
een verstandelijke handicap veroorzaken, maar we kunnen door de enorme reductie van
kandidaatgenen nu ook gericht genen bij deze patiënten gaan onderzoeken. Dit jaar doen we
dat in het UMC St Radboud al bij duizend patiënten. Het geeft hen meer duidelijkheid over
de oorzaak en wij krijgen meer inzicht in het biologisch mechanisme achter de
ziekte."
Nieuwe oorontsteking door
antibioticum
Een oorontsteking bij jonge kinderen
behandelen met antibiotica vergroot de kans dat de ontsteking binnen 2,5 jaar terugkomt.
Dat concluderen onderzoekers van het UMC Utrecht in het tijdschrift British Medical
Journal van 1 juli. Ze pleiten voor terughoudend gebruik van antibiotica bij kinderen met
oorontsteking. In het onderzoek werden 168 kinderen met een acute oorontsteking behandeld
met het antibioticum amoxycilline of met een placebo. Na 2,5 jaar analyseerden de
onderzoekers via een vragenlijst aan de ouders de gezondheid van de kinderen ná de
oorontsteking. Het blijkt dat kinderen die met het antibioticum behandeld zijn twintig
procent meer kans hebben op een nieuwe oorontsteking. De ontsteking kwam terug in 47 van
de 75 kinderen (63 procent) in de antibioticumgroep en slechts in 37 van de 86 kinderen
(43 procent) in de placebogroep. Overigens ondergingen kinderen in de placebogroep wel
vaker chirurgische ingrepen aan keel, neus of oren.